ANTWERPEN - Hoofdschuddend daalde Rudy Ramaekers gisteren de steile tribunes van de Arena van Deurne af. Zojuist had het Nederlandse korfbalteam de Belgen met 20-14 verslagen. De voormalige Belgische bondscoach wist dat zijn landgenoten er met die verliescijfers nog goed afkwamen.
Ramaekers dacht terug aan die mooie aprilavond in 1991 toen de Rode Duivels in dezelfde Arena onder zijn supervisie tegen Nederland wereldkampioen werden. Daarna was de Arena een nacht lang het toneel van een wild Vlaams feest. Sinds 1991 speelden België en Nederland nog drie maal tegen elkaar in de Arena. Alleen in 1996 won het thuisland: 14-8. Dat was enkele maanden nadat Nederland de wereldtitel had heroverd en het was ook het eerste duel én verlies van de nieuwe bondscoach Jan Hof. Even won toen de gedachte terrein dat de Arena zijn oude rol kon terugkrijgen.
De Arena is de sfeervolste korfbalhal ter wereld. Het is een architectonische ramp, maar tegelijk een uniek bouwwerk, zo op het oog in elkaar geknutseld door een dronken bouwheer. Napoleon heeft er ooit zijn paarden gestald en de gewelven die naar de tribunes leiden, laten zich slechts betreden met ingetrokken schouders, zo laag zijn de bemetselde doorgangspoortjes. De Arena heeft nu al jaren een prachtige traditie als korfbalhal. Tot 1991 speelden de twee buurlanden er elf keer tegen elkaar. Daarvan won België viermaal, werd het viermaal gelijk en kwam Nederland slechts drie maal met een overwinning weg. De Arena werd de nachtmerrie voor menige Nederlandse speler en hij was jaren de gruwelkamer van ex-bondscoach Ben Crum.
Die 14-8 van twee jaar terug leek het begin te worden van een levensfrustratie voor Jan Hof. Dat is nergens voor nodig, want waar Nederland en België elkaar tegenwoordig ook ontmoeten, daar wint de oranjeploeg. Vroeger waren de Rode Duivels geduchte tegenstanders, ook buiten de Arena, maar dat is allang over. Kennelijk is er een exorcist langsgekomen die elk venijn uit de spelers heeft weggebannen. De teleurstellende nederlaag van gisteren heeft dat nog eens benadrukt. Het leek heel wat toen de Belgen binnen acht minuten een 6-1 voorsprong aantekenden, maar dat orkaantje ging snel liggen. In de hele tweede helft scoorde België minder dan in die acht beginminuten. Dat zegt genoeg.
Rudy Ramaekers analyseerde de Belgische nederlaag. “Het Belgische korfbal is zijn eigenheid kwijt. Het krachtige explosieve werk, waar Nederland het altijd zo moeilijk mee had, is er niet meer. De voornaamste reden is dat het verschil zo groot is. Het niveau van de Belgische competitie is te laag. Onze spelers zijn dit soort wedstrijden niet gewend. Dan kun je moeilijk verwachten dat ze in één wedstrijd drie niveaus boven zichzelf uitstijgen.” Ramaekers had tot gisteren nog wel vertrouwen in de jeugd (“sommige individuele spelers zijn heel goed”), maar daar zal hij na het juniorenduel, dat als voorafje diende, wel anders over denken. De Nederlandse tieners overklasten hun Belgische leeftijdgenoten: 20-5.
Toch waarde gisteren één moment de oude geest van duivelse dadendrang door de Arena. Het Nederlands team, dat veel te laconiek aan de ontmoeting begon, stond binnen de minuut met 2-0 achter en keek na acht minuten zelfs tegen een 6-1 achterstand aan. Dat was even schrikken, maar het leidde geen moment tot paniek. Jan Hof: “De Belgen begonnen in een heel hoog tempo en met een hoog rendement. Wij verdedigden te collectief, te weinig individueel. Tegen de Belgen, die graag in de één-tegen-één spelen is dat niet goed. Bovendien hadden zij een betere rebound.”
De coach vroeg een time-out aan om het hoge tempo te breken en de spelers op de afspraken te wijzen. “Onze aanvallen moesten langer duren en de beste mensen moesten in de reboundpositie. Dat ging goed, we haalden in. Bij 6-4 werd het nog 8-4, maar de kentering zat er toen al in.” Oranje had de zaak al halverwege de eerste helft onder controle, al duurde het tot de rust voor dat ook in cijfers was gelijkgetrokken (9-9). Toch zat de schrik erin. Hof: “Ik kon pas in de tweede helft, toen Taco Poelstra 17-12 en 18-12 scoorde, ontspannen achterover gaan zitten.”
Het Nederlands team, dat in de eerste helft zwak schoot, af en toe rommelig speelde en geen wereldniveau toonde, pakte in het tweede bedrijf krachtdadiger uit. Daar stond toenemende Belgische armoede tegenover. Keuzeheer Eddy van Hoof wist niet beter te doen dan het zwaktebod twee spelers te vervangen door de oude Patrick Bellemans en Werner Devogelaere. Beiden zijn achterhaalde geschiedenis die met veel fysiek geweld en komedie tegenstander en scheidsrechter trachten te bespelen. Hof kon in de slotfase de licht geblesseerde Poelstra en Riet juist door jongere spelers laten vervangen. Duidelijker kon het verschil niet worden geïllustreerd: Nederland heeft de jeugd en waarschijnlijk ook nog voor vele jaren de toekomst.
Voor Hof betekent de overwinning dat hij de Arena-mythe heeft doorbroken. “Hier spelen de Belgen op hun best, hier zijn ze het meest gemotiveerd. Wij zijn wereldkampioen en ik vind dat we die status hier moeten waarmaken, meer dan bij een EK in Portugal of een WK in India. Daarom heb ik tegen de spelers gezegd: maak die Arena tot je eigen hal. Dat hebben ze gedaan. De Arena is niet meer alleen van de Belgen. De Arena is van ons geworden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.