*

 
dossier

Archief

Opvallende persoonlijkheid die hard kan onderhandelen

BARBARA BERGER − 04/02/98, 00:00

Met haar korte rok, snelle auto, studie geschiedenis en hobbies als aerobic en balletbezoek is Marianne Vaes een opvallende persoonlijkheid in het wereldje van boeren en vissers. Maar het botert tussen de Haagse mevrouw en de mensen uit de ruwe praktijk: ze is net thuis gebeld door een visser uit Urk, die haar van harte gelukwenst met haar benoeming tot landbouwraad in Brussel. In deze hoge functie wordt Vaes binnenkort hét gezicht van de Nederlandse landbouw aan de Europese onderhandelingstafel.

In haar vorige functie, als plaatsvervangend directeur visserij op het ministerie in Den Haag, is Vaes (42) eraan gewend om in vergaderingen nog steeds een van de weinige vrouwen te zijn. Zij is nu de derde vrouw in de groep van 28 landbouwraden die vanuit de ambassades in het buitenland de belangen van de Nederlandse landbouw en visserij behartigen. Vaes krijgt nu de belangrijkste post, al wil ze dat zelf niet zo gezegd hebben.

Immers, steeds meer bepaalt niet 'Den Haag', maar 'Brussel' hoeveel en tegen welke prijs de Nederlandse boer kan produceren en welke vis nog in de netten van de Nederlandse visser terecht mag komen.

Zij vindt haar benoeming 'geweldig', net als het feit dat het bestuur van een van de grootste visserijverenigingen haar binnenkort een leuk afscheid gaat bezorgen. Hoewel ze zelf geen wortels heeft in die sector, voelde ze zich altijd geaccepteerd in het ruige wereldje op zee. Ze probeerde vaak mee te gaan naar zee, onder meer voor controles, om voor haar werk achter het bureau beter te weten en te voelen wat de vissers beweegt.

Daarbij heeft ze maar één keer meegemaakt dat een visser haar niet aan boord van zijn schip wilde, omdat zij een vrouw was.

“Verder heb ik nooit iets van tegenstand gemerkt. Vissers zijn over het algemeen heel gelovig, tegelijkertijd spelen vrouwen een heel belangrijke rol. Ze bekleden weliswaar weinig openbare functies, maar ze zijn cruciaal bij de bedrijfsvoering. Het zijn hartstikke sterke vrouwen. Als hij op zee is, houdt zij het zaakje thuis draaiende en stond dan vroeger vaak nog achter een kraampje vis te verkopen.”

Tijdens haar studie geschiedenis was Vaes sterk bezig met de posities van vrouwen, maar in haar werk heeft ze weinig gemerkt van het veelbesproken 'glazen plafond', waardoor veel vrouwen in hun carrière geremd zouden worden. Op het ministerie van landbouw wordt nu - net als op de meeste andere departementen - ruim tien procent van de hogere (management)functies door vrouwen vervuld. “Toen ik dertien jaar geleden begon op dit ministerie, heerste er nog echt de grijze oude mannencultuur. Maar het is hier sterk veranderd, het is veel informeler en minder hiërarchisch geworden. Het leuke vind ik ook dat de meeste ambtenaren hier iets met het handwerk hebben, van de boerderij komen en gewoon doen.”

Vaes heeft nog wel het gevoel dat er op haar als vrouw extra wordt gelet. “Ja, je verhaal moet nog net iets beter zijn dan dat van een man. Maar ik vind dat persoonlijk meer een uitdaging, ik heb het er wel voor over.”

Ze wordt wel moe van vrouwen die maar blijven klagen over de macht van mannen. “Daar kan ik niet zo goed tegen. Ik wil andere vrouwen best steunen, maar voorop staat toch dat ze gekwalificeerd moeten zijn. Anders halen ze het gewoon niet. Ik hoop wel een positief voorbeeld te zijn voor andere vrouwen die lager zitten dan ik.”

De afgelopen jaren zat Vaes al vaak in Brussel te onderhandelen over gevoelige kwesties als visserijquota's of de handel in landbouwproducten tussen Europa en de Verenigde Staten. Het ging haar goed af, vindt ze zelf.

“Ik ben erg direct en kan ook wel eens hard duwen door duidelijk te zeggen 'Nou, als het zo moet, dan hoeft het niet'.” Uiteindelijk draait alles aan de onderhandelingstafel om strategisch denken en de juiste portie van geven en nemen. “Het is verdacht, als je een lidstaat gelukkig naar huis ziet vertrekken. Onderhandelingen zijn ervoor om iedereen iets te laten inleveren. Als dat niet lukt, heb je iets verkeerd gedaan.”

Vaes is ook nuchter over de inbreng van Nederland. “Over het algemeen is Nederland aan de onderhandelingstafel in Brussel geen held wat betreft strategie en timing van onderwerpen. Bovendien is het goed om je te realiseren dat we niet zo'n belangrijke lidstaat zijn als velen graag denken: Nederland heeft in Brussel maar vijf stemmen, terwijl Italië of bijvoorbeeld Groot-Brittannië tien stemmen elk hebben.”

Om als 'kleine' lidstaat toch voldoende inbreng te hebben is het volgens Vaes belangrijk om deskundig te zijn, goed te netwerken en informeel contact te onderhouden met de leden van de Europese Commissie.

Kort geleden kreeg Vaes in Den Haag een onderscheiding uitgereikt door de Spaanse ambassadeur, vanwege haar inzet voor de Spaanse vissers in een conflict met de Canadese concurrenten. Ze vond het een hele eer: “Het was niet zo'n klein Nederlands speldje, nee hoor, echt een grote medaille!” Ze kreeg hem met zoen en al van de Spaanse ambassadeur, omdat ze in Brussel naar zeggen als een van de weinige Europese onderhandelaars begrip toonde voor de Spaanse vloot. “De visserij is voor Spanje heel belangrijk. Ze hebben vanouds een grote vloot, alleen het gebied waar ze mogen opereren is steeds kleiner geworden. De andere Europese lidstaten zijn best benauwd voor de Spaanse vissers. Maar in het conflict met Canada is het toch gelukt om in Brussel een stemming te creëren van 'Het is weliswaar Spanje, maar een medelidstaat is toch belangrijker dan een buitenstaander als Canada'.”

Het lukte, omdat Vaes ook veel begrip heeft voor de 'andere' manier van onderhandelen van zuidelijke lidstaten als Italië, Spanje of Griekenland.

“Deze landen maken in Brussel weliswaar afspraken, maar bij de uitvoering geldt vaak voor hen de geest van de wet. Terwijl wij Noorderlingen veel meer uitgaan van de precieze letter van de wet, zoiets van 'afspraak is afspraak.' Maar wij maken ook onze fouten bij de uitvoering van de regels, zoals bij de Securitel-zaak bleek. Dan komen er gemakkelijk botsingen, dat is ook hét probleem van de regelgeving in Brussel. Ik probeer tijdens de onderhandelingen bij de zuidelijke lidstaten steeds te informeren of hun probleem daadwerkelijk goed in kaart is gebracht. Zo maak je een verbinding tussen de geest en de letter van de wet.”

Vaes zal in Brussel het mikpunt zijn van veel (Nederlandse) lobbyisten, zowel uit de landbouw- en visserijwereld als de milieubeweging. “Ik sta er open voor, lobbyisten hebben meestal nuttige informatie. Het nadeel is vaak wel dat velen niet goed weten hoe 'Brussel' echt werkt.”

De tijden worden, onder meer door de toetreding van Oost-Europese landen, niet gemakkelijker voor de Nederlandse landbouw en visserij. Vaes, diplomatiek: “Ja, het wordt nog meer zoeken naar een evenwicht. Maar aan de andere kant is het ook gewoon simpel: aan alle dingen hangt ergens wel een prijskaartje. Dat zal ik de achterban blijven uitleggen.”

mailIcon print |