*

 
dossier

Archief

Wie bewaakt de waakhond van de democratie

MR. BORIS O. DITTRICH − 03/02/98, 00:00

De persofficier van justitie in Groningen blijkt een paar weken lang telefoongesprekken over de affaire-Groningen op een bandje opgenomen te hebben. Het gaat hier om telefoontjes van onder anderen journalisten over het rapport-Bakkenist. Bureau Bakkenist had een onderzoek ingesteld naar de stroeve samenwerking tussen de Groningse korpschef Veenstra, burgemeester Ouwerkerk en hoofdofficier van justitie Daverschot. Kennelijk heeft de persofficier slechte ervaringen met journalisten opgedaan. Met de opnames wilde hij bewijs verzamelen voor het geval zijn woorden onjuist in de media zouden worden weergegeven. Het doel van het opnemen was dus zelfbescherming c.q. bescherming van het openbaar ministerie. En niet het afluisteren van journalisten. Naar mijn mening heeft de persofficier niet helemaal correct gehandeld.

Aan het begin van elk telefoongesprek had hij aan zijn gesprekspartner toestemming moeten vragen voor opname. Hij had het doel ervan moeten uitleggen. Ik denk dat veel gesprekspartners er dan wel de redelijkheid van zouden kunnen inzien. Overigens nemen sommige journalisten op hun beurt ook telefoongesprekken op, die zij met gezagsdragers voeren. Zo kunnen zij zich later verweren, indien bepaalde uitlatingen worden ontkend. Maar ook het met toestemming van de gesprekspartners opnemen van telefoongesprekken lijkt mij een onwenselijke ontwikkeling. Het ademt te veel een sfeer van georganiseerd wantrouwen uit.

Alle aandacht gaat nu uit naar het onoorbare van de werkwijze van de Groningse persofficier. CDA-fractieDe Hoop Scheffer trok prompt de vergelijking met afluisterpraktijken in de voormalige Sovjet-Unie. Voor wie de geschiedenis kent, is die vergelijking potsierlijk. Mij lijkt de vraag of de media zorgvuldig te werk zijn gegaan in deze belangrijke maatschappelijke kwestie minstens even interessant. Bevorderen bandopnames de kwaliteit van de journalistiek? Zijn er geen andere mogelijkheden om de rol van de pers te belichten?

De media worden wel de waakhond van de democratie genoemd. Zij brengen verslag uit en doen onderzoek naar misstanden. Journalisten dienen de overheid scherp in de gaten te houden. Gezagsdragers horen kritisch te worden gevolgd. Het publiek dient op de hoogte te worden gebracht. Wie ontevreden is over de wijze waarop een journalist te werk gaat en in zijn belang geschaad wordt, staan allerlei middelen ter beschikking om daartegen in het geweer te komen. Hij kan een rectificatie vragen. Wordt die niet gegund, dan kan hij die bij de rechter eisen. De benadeelde kan ook naar de Raad voor de Journalistiek stappen om zich te beklagen. Sommige kranten hebben een ombudsman, die in geschillen tussen benadeelde en krant kan bemiddelen. Bij al deze mogelijkheden gaat het om klachten over de kwaliteit van berichtgeving door een bepaalde journalist in een concrete kwestie.

Moeilijker grijpbaar is de rol van de pers wanneer die de uitkomst van gebeurtenissen kan beïnvloeden. Als voorbeeld noem ik de kwestie, die ik in het Kamerdebat van vorige week 'de muiterij aan de Schedeldoekshaven' noemde. Terwijl vier procureurs-generaal op Justitie met de minister aan het bakkeleien waren over de rechtspositie van één van hen, werd de pers getipt. De tipgever moet gedacht hebben voordeel te halen uit grootschalige media-aandacht. In mum van tijd stonden tientallen journalisten op de stoep van het ministerie en brachten zij verslag uit over wat zich binnen afspeelde. Maar door een bericht reportage te noemen wordt het nog niet beter. Er werd het beeld van een crisis geschapen, terwijl géén journalist goed inzicht in de besprekingen binnen de muren van het ministerie aan de Schedeldoekshaven kon hebben. De rechtsstaat leek op zijn grondvesten te schudden. De pers werd door de wijze van berichtgeving en de intensiteit daarvan een speler in het conflict tussen procureurs-generaal en minister van justitie.

Oscar Wilde zei het eind vorige eeuw al: “Vroeger hadden we de pijnbank, tegenwoordig de pers.” Hoe komt het dat de media zo'n belangrijke rol spelen?

De eerste klap is een euro waard. Wie meteen met zijn lezing van de feiten in de publiciteit komt, zet het beeld naar zijn hand. Blijkt later dat feiten anders liggen, dan is het moeilijk dat beeld recht te zetten. In de eerste behoefte aan informatie bij het publiek is voorzien, de kwestie ontrolt zich al. Zo'n proces kent zijn eigen dynamiek. Betrokkenen moeten snel reageren om erger te voorkomen. De kans is groot, dat zij in die mediadruk ondoordacht reageren. Een rel is geboren en kan de proporties van een hype aannemen. Geen medium kan achterblijven. Journalisten buitelen over elkaar heen in het brengen van nieuws en nieuwsfeitjes. In de jacht op de volgende primeur wordt de zorgvuldigheid soms uit het oog verloren.

'Hoor en wederhoor' komen in het gedrang. Dit maakt niet alleen de betrokkenen in die draaikolk kwetsbaar. Ook media zelf moeten eraan geloven. Iedereen wil in de publiciteitsslag voordeel behalen. Dus worden de media op hun beurt gebruikt. Vlak voor de deadline kan belangrijke informatie gelekt worden. De journalist wordt voor het blok gesteld: neem ik het nieuwsfeit mee en ben ik de eerste of begin ik met controleren of het wel klopt. Het risico de primeur te missen is niet denkbeeldig. Politici en ambtenaren speculeren hierop en werken actief mee aan lekken van informatie, die vaak onvolledig is, want het gaat hen er om zo sterk mogelijk naar voren te komen. De waarheid is van latere zorg. Er is dus een wisselwerking van krachten gaande. Alle deelnemers aan dit spel gebruiken elkaar en worden op hun beurt gebruikt. Het gevolg is evenwel dat niemand erop vooruitgaat. Het publiek krijgt snelle informatie van gebrekkige kwaliteit. Onvrede over de berichtgeving wordt groter. Er ontstaat een beeld dat niet met de werkelijkheid strookt. Wantrouwen stijgt. Woordvoerders en voorlichters worden buffer tussen media en gezagsdragers. Journalisten komen steeds moeilijker aan zuivere informatie. Die beperkte toegankelijkheid kan weer leiden tot onzorgvuldige methoden om aan nieuws te komen. Persvrijheid verschrompelt zo tot de vrijheid om overal nieuws uit te persen.

Nadat de mediastorm geluwd is, zullen gezagsdragers voor wat onder hun verantwoordelijkheid gebeurde verantwoording moeten afleggen. Dat is een goede zaak. Opvallend is echter dat journalisten gewoon kunnen overgaan tot de orde van de dag. Aan wie legt de pers verantwoording af? Wie bewaakt de waakhond? Rectificaties of klachten bij de Raad voor de journalistiek passen niet bij een ingewikkeld proces als een mediahype, waarbij vele media betrokken waren. Toch is het belangrijk om structureel de rol van de pers tegen het licht te houden. Al was het maar om onze open democratie sterker te maken. Wanneer er kritiek komt op de rol van de pers, reageren journalisten op de automatische piloot: “De boodschapper krijgt de schuld, de pers heeft het weer gedaan.” Zo'n afwerende houding smoort elke discussie over de rol van de pers in de kiem. Blaffen tegen de waakhond van de democratie wordt uitgelegd als het muilkorven van de pers. Daar gaat het mij niet om. Maar ook bij een waakhond moet er reflectie zijn of hij zijn werk naar behoren verricht.

Waarom is er geen tv-programma of rubriek in kranten, waarin stelselmatig de rol van de media bij gebeurtenissen wordt ontrafeld? Journalisten beoordelen niet graag elkaars werk. Het valt mij op dat in de media de werkwijze van journalisten nauwelijks systematisch door niet-journalisten wordt beschouwd. Had ik het voor het zeggen, dan zou ik plaats bieden aan een gezaghebbend forum dat bepaalde maatschappelijk conflicten onder de loep neemt en bekijkt welke rol de pers daarin speelde. Zo'n forum kan een discussie op gang brengen over de vraag wat journalistiek al dan niet acceptabel is. Het zou uit een gezaghebbend (oud-)journalist kunnen bestaan samen met bijvoorbeeld een wijs (oud-)politicus en een vermaard jurist. Hun analyses en beoordelingen kunnen door journalisten, maar ook door bijvoorbeeld politici en ambtenaren ter harte worden genomen. De 'jurisprudentie' van dit forum kan een bijdrage betekenen aan een bezinning, die mij noodzakelijk lijkt. Bezinning over fenomenen als mediahypes, en het lekken van vertrouwelijke informatie. Onderzoeken door de Rijksrecherche om er achter te komen wie gelekt heeft, zijn symptoombestrijding, net zoals het maken van bandopnames van telefoongesprekken. In het belang van een goed functionerende samenleving moet de spiraal van georganiseerd wantrouwen ten positieve worden omgebogen.

Blaffen tegen de waakhond houdt de democratie op peil.

mailIcon print |