Van onze redactie economie AMSTERDAM - Marktonderzoeksbureau Nipo en marketingbureau Tesselaar Marketing Services hebben onder de naam Telecontact een internationaal belcentrum opgericht in Luxemburg. Een tekort aan hoog opgeleide medewerkers die vloeiend een vreemde taal spreken, drijft hen naar Luxemburg.
Het multiculturele Amsterdam, in potentie de belangrijkste leverancier van hun medewekers, herbergt weliswaar veel anderstaligen. Maar veel bedrijven vissen in dezelfde vijver, zegt Nipo-directeur Theo Hess. De vraag naar internationaal opererende belcentra groeit. “Steeds meer multinationals als IBM en Hewlett Packard zien Europa als één gebied. Zij willen geen verschillende bureau's, maar één projectorganisatie die voor alle landen marktonderzoek doet. Dat scheelt hun een hoop overheadkosten per land”, zegt Hess.
Bij gebrek aan continuïteit in het internationale onderzoek, werkt Nipo vooral met uitzendkrachten. Hess: “Het ene moment heb je wekenlang Grieken nodig en daarna weer Spanjaarden voor een ander project. Die Grieken kunnen we dan niet in dienst houden.”
De concurrentieslag om anderstaligen met andere telemarketing- en marktonderzoeksbureau's zoals Inter/View is daarom pittig en voor Tesselaar en Nipo reden om samen te werken. Het nieuwe bedrijf Telecontact, dat één miljoen gulden heeft gekost, biedt straks in Luxemburg werk aan 250 parttimers. “Telemarketing en marktonderzoek zijn twee gescheiden activiteiten, maar de inrichting van de internationale callcenters zijn hetzelfde. Wij kunnen beide toe met dezelfde manager en groep trainers”, zegt K. Tesselaar directeur van het gelijknamige bedrijf. Door een variatie aan opdrachten meent Tesselaar een pool van medewerkers voor langere tijd te kunnen behouden. “En wij lopen elkaar als bedrijf niet in de weg. Telemarketeers bellen overdag met bedrijven en Nipo-onderzoek vindt 's avonds plaats met consumenten. Natuurlijk vindt er geen uitwisseling van gegevens plaats tussen Nipo en Tesselaar. Het gaat alleen om het kostenvoordeel. Alle ruwe gegevens gaan vanuit Luxemburg naar Nipo en Tesselaar in Nederland om daar verwerkt te worden.” Overigens betekent het geen verlies van arbeidsplaatsen in Nederland, maar slechts uitbreiding over de grens, aldus Tesselaar.
Het grote tekort aan anderstaligen denken Nipo en Tesselaar te kunnen aanvullen in Luxemburg. “Er is geen enkel land waar zoveel native speakers uit zoveel verschillende Europese landen bij elkaar wonen. Het Luxemburgse marktonderzoekbureau Ilres, dat wij als Telecontact voor 80 procent hebben overgenomen, werkt vooral met partners van ambtenaren die bij de Europese Unie werken. In Luxemburg zit de tweede vestiging van de EU en vele internationale banken. Veertig procent van de bevolking - 140 000 mensen - is daardoor niet-Luxemburgs”, zegt Hess. Verder denkt hij, als het nodig is, uit het aangrenzende Duitsland en Frankrijk snel personeel aan te kunnen trekken. Vijftien oktober gaat het bedrijf van start.
Nipo en Tesselaar bundelen niet alleen in Luxemburg hun krachten, maar ook in Nederland. Samen zetten zij een aparte databank op voor marketinggegevens over allochtonen in Nederland. Allochtonen zijn een snelgroeiende doelgroep met een prognose van 20 procent van de Nederlandse bevolking in het jaar 2000. De meeste bedrijven hebben zich nog niet op allochtonen als doelgroep gericht. “Toch hebben zij een ander bestedingspatroon dan Nederlanders.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.