Dit is het eerste verhaal uit de serie 'Armoede in de sport'.
“Ons wordt een krans om het hoofd gelegd, terwijl het water aan de lippen staat,” gaf Huibregtsen een strakke voorzet aan de zaal. Drie clubvoorzitters, Brink (basketbal), Cornelis (hockey) en Van Zwieten (volleybal), ondersteunden hem met praktijkvoorbeelden. De laatste schilderde het heel beeldend: “Je ziet een schitterende etalage. Maar wanneer je daar achter kijkt, zie je een wat vreemde winkel waar de roltrap het niet meer doet en de lift af en toe dienst weigert.” De noodkreet sloeg bij het ministerie van VWS in als de bekende bom. Woedend was staatssecretaris Terpstra. Ze voelde zich aangetast in haar eer en goede naam. “We zijn geen tegenstander van het beleid van mevrouw Terpstra,” haast Brink zich te verklaren. “Maar wij vinden dat ze onvoldoende wordt ondersteund door andere departementen. Met name onderwijs en binnenlandse zaken geloven het eigenlijk wel. Ze moeten op zijn minst meedenken, terwijl sport nu te veel wordt gezien als het speeltuintje van VWS.”
Wim Cornelis is in het dagelijks leven chirurg, Frits Brink en Herman van Zwieten spelen een soms conflicterende dubbelrol. Ze zien als bondsvoorzitter de problemen als een vloedgolf op zich afrollen, die ze wellicht mede als burgemeester (van respectievelijk Veenendaal en Woerden) veroorzaken. Brink: “De sportbegroting van VWS is even groot als de begroting van de gemeente Slochteren. Met dat geld kun je niet de hele wereld veranderen. Onze kritiek was daarom meer bedoeld als handreiking aan de staatssecretaris. Die zit als spin in een web. Die moet een sfeer creëren waardoor anderen zich mede verantwoordelijk voelen voor het sportbeleid. Andere departementen moeten de waarde van de sport veel meer herkennen en erkennen. Kijk alleen maar naar de economische betekenis van de sport.”
De basketbalbond verloor afgelopen jaar 3500 van haar 50 000 leden. Dat terwijl op pleintjes en dergelijke een kleine half miljoen jongeren ongeorganiseerd basketbalt. Met dat potentieel zou de NBB 80 000 leden moeten kunnen tellen, denkt Brink hardop. De bond startte drie jaar geleden een aansprekend project, het pleintjesbasketbal. Primair in het kader van sociale vernieuwing en integratie van allochtone jongeren, niet direct om veel leden te winnen. Basketbal, in de top een overwegend zwarte sport, zou zich daar uitstekend voor lenen. De subsidie van zestig mille werd 1 januari volgens afspraak stopgezet. De projectmedewerker kreeg ontslag. “We moeten stoppen op het moment dat het goed gaat,” treurt Brink. “De bedoeling was dat de basketbalbond het project zelf gaat bekostigen, maar door de financiële krapte kunnen wij daarvoor de middelen niet vrij maken.”
Van het basketbal kun je nog beweren dat er van de top geen voorbeeldfunctie uitgaat. Het ledenverlies van de NeVoBo (volleybal) is echter nog dramatischer. Toen de lange mannen van Arie Selinger in 1992 olympisch zilver wonnen, stonden er op het bondsbureau in Woerden 172 000 volleyballers geregistreerd. Toen de lange mannen van Joop Alberda de vorige zomer goud behaalden, stopte de teller al bij 135 000. “Na Atlanta hoorde ik twee opmerkingen,” vertelt Van Zwieten. “Nu zullen bij jullie de sponsors wel binnenkomen en zal het ledental stijgen. Zo werkt het niet, luidde mijn antwoord. Je kunt niet meer verkopen dan wat je hebt. Wij zijn wat dat betreft al uitverkocht.”
Het kaderprobleem in de sport is structureel. “Dat komt door de individualisering van de samenleving,” denkt Van Zwieten. “Door de flexibilisering van de arbeid. De mensen willen niet meer grosso modo competitie spelen. Ze willen vier keer per jaar op vakantie. Dat werkt allemaal tegen georganiseerd sporten.” “Het is een algemeen maatschappelijk verschijnsel dat mensen zich minder binden,” vult zijn collega Brink aan. “Ze lopen vaker naar commerciële sportscholen, daar betaal je als klant gewoon voor diensten. Als vice-voorzitter van de NCRV merk ik in de omroepwereld hetzelfde. Je moet er slim en heel creatief mee omgaan. Je moet gezamenlijk met andere bonden en VWS iets bedenken waarmee je zwevende leden kunt binden. Maar ook intern moet de solidariteitsgedachte sterker worden. Nu krijgen bonden doorgaans subsidie op basis van ledentallen. Per bond zijn de kosten per lid verschillend. De skivereniging telt veel leden, omdat ze dan verzekerd zijn op wintersport. Basketbal bijvoorbeeld, is geen kantinesport. We missen daardoor veel inkomsten, terwijl er door de hoge zaalhuren wel veel uitgaven zijn.”
Omdat sportbeleid vooral gemeentelijk beleid is (lees: jeugdsubsidies en het beschikbaar stellen van accommodaties), hebben Brink en Van Zwieten in theorie de sleutel voor een bevredigende oplossing in handen. Brink: “Als burgemeester van Veenendaal zit ik in de behaaglijke positie aan het hoofd van een tamelijk vermogende gemeente te staan met een kern van 57 000 relatief jonge inwoners. Daar zijn uiteraard ook de voorzieningen op afgestemd. We profileren ons een beetje als sportstad, maar zelfs hier beginnen de verenigingen al behoorlijk te klagen. Dat betekent dat het in tal van andere gemeenten veel schrijnender is. Wat doe je wanneer je een artikel 12-gemeente (onder curatele van het rijk - red) bent? Je kunt moeilijk de riolering afsluiten. In veel gemeenten is de belastingcapaciteit al maximaal benut. Iets snijden in de sport is dan nog te verdragen. Iedereen roept dat het economisch goed gaat, maar het rijk is de enige die daarvan profiteert. Als gemeente heb je daar niet zoveel aan.” Dat sportverenigingen zaalhuren betalen, schijnt een typisch Nederlands verschijnsel te zijn. “In Noorwegen is het normaal dat de overheid sportaccommodaties gratis ter beschikking stelt,” weet Brink. “Maar ook in de tarievensfeer zijn er grenzen. Overschrijd je die, dan tast je de verenigingsstructuur aan. Dan ontstaat er een situatie dat alleen commerciële sportorganisaties overeind blijven.”
De gemeente Woerden heeft onlangs een stuk grond verkocht. Met het 'gevonden' geld (drie miljoen) kan de sport weer wat ruimer ademhalen. Er werd in een wielerpiste, een atletiekbaan, een hockey- en een voetbalveld en een turnhal geïnvesteerd. Per jeugdlid wordt subsidie gegeven. Dat verheelt niet dat een grote volleybalclub een forse schuld heeft uitstaan bij de gemeente. Van Zwieten: “Die kan ze nooit aflossen. Dus komt het er op neer dat wij die op zeker moment kwijtschelden.”
De NBB, NeVoBo en andere sportbonden proberen 'dakloze' jongeren aan zich te binden. In het kader van sociale vernieuwing en door gebruik te maken van Melkert-banen trachten gemeenten in achterstandsbuurten sportdeelneming te stimuleren. Van Zwieten noemt zijn sport volleybal een middel om eenheid in een multi-culturele samenleving te scheppen. “In asielzoekerscentra zitten veel Bosniërs. Volleybal is ook in hun kringen een populaire sport. We hebben een volleybalveldje aan laten leggen om mede op die manier het integratieproces te bevorderen. We hebben ook een 'beachstadion' gebouwd, na inspraak te hebben gehouden in de betreffende buurt. Dat geeft namelijk enige hoop dat de voorziening ook gebruikt wordt. We stellen ballen beschikbaar en hopen dat er iemand in de buurt woont die toezicht houdt. De verenigingen kunnen daar een rol inspelen, maar kampen met kadergebrek. De rol van de scholen zou groter moeten zijn dan die nu is. Ik vind het gewenst dat achterstandsgroepen aan teamsport doen. Zo leer je elkaars karakter kennen, zo doe je aan vorming.”
Brink probeert in contacten met het ministerie van VWS toch een vervolg aan het pleintjesbasketbal te kunnen geven. “Wat ik zou willen is dat VWS uit eigen middelen actief ingaat op concrete aanvragen van gemeenten. Het gaat om een stukje infrastructuur. Die aanvragen moeten niet door moeilijke stuurgroepen worden geloodst, nee ze moet er snel op reageren. Wat het pleintjesbasketbal betreft, praat je over een bedrag van 45 000 gulden. Het is niet reëel ook dat soort kosten af te wentelen op de gemeenten. Die dragen al 94 procent bij.”
Hoe denken Brink en Van Zwieten binnen hun bond de neerwaartse spiraal weer naar boven om te buigen? Brink ziet daarin mede een functie weggelegd voor scholen. Een frisdrankketen sponsort een schoolcompetitie. “Aan de ene kant leren kinderen met elkaar omgaan, aan de andere kant is het voor een school een mooi visitekaartje.” Van Zwieten wil leden en kader sport op maat aanbieden. “Ik erken dat we een hele tijd niets hebben gedaan voor recreatievolleyballers. Die krijgen nu een ledenpas en het volleybalmagazine. Tijdens het EK mannen (dat dit jaar in Nederland wordt gehouden - red) gaan de clubs actie voeren. Martinus in Amstelveen heeft de deuren al open gezet. Dat leverde veertig nieuwe leden op.” De opvang van de verwachte aanwas baart hem daarentegen weer zorgen. “Er is te weinig kader, te weinig menskracht. Je moet je vrijwilligers op een andere manier bij de sport zien te betrekken. Je moet meer en beter met ze communiceren en beter de capaciteiten van de mensen benutten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.