Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - De Harderwijkse vrijwillige brandweer was op de hoogte van de situatie in het monumentale hoekhuis aan de Smeepoortstraat in Harderwijk waar dinsdagochtend één bewoner en twee brandweermannen bij een brand omkwamen. Enkele weken geleden verklaarde het korps het pand met twaalf eenkamerwoningen na een routinecontrole brandveilig. Dat zei gemeentevoorlichter G. van der Boom gisteren.
De omgekomen 23-jarige E. Timmer uit Hierden was tevens werkzaam als beroepsbrandweerman in Amstelveen. Hij was familie van de 28-jarige H. Foppe die de brand ook niet overleefde. Van der Boom sprak dinsdag over de hechte band die de veertig tot vijftig leden van de vrijwillige brandweer met elkaar hebben. “Het zijn echte 'Hardewiekers', die zich terdege bewust zijn van de gevaren, die bij een brand om de hoek komen kijken. Ze zijn goed getraind en oefenen elke maandagavond. Ze zijn attent op branden in de binnenstad. Om de nauwe straatjes en ook omdat veel monumentale panden voornamelijk uit hout bestaan. Ze betrekken die panden vaak bij hun oefeningen.” De 25-jarige kamerbewoner M. Sakkers is vermoedelijk bedwelmd geraakt door de rook. De plaats waar zijn lichaam is gevonden, doet vermoeden dat hij nog heeft proberen te vluchten. De twee brandweermannen zijn gestorven tijdens hun zoektocht naar achtergebleven bewoners in het huis. Ze werden verrast door een plotselinge, hevige uitbraak van vuur, een zogenaamde flash over. De brandweerinspectie onderzoekt de gevolgde procedure bij de reddingswerkzaamheden.
Volgens J. Kuipers, chef opleidingen van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding (NIBRA), staan er geen regels op papier over wanneer een bevelvoerder wel en wanneer hij niet het sein moet geven om een brandende ruimte in te gaan. “Geen enkele situatie en brand is gelijk. Maar op het moment dat er brand uitbreekt in een pand met lompen, is het logisch dat je niemand naar binnen stuurt. Hoe ver je kunt gaan en wat de risico's zijn, is telkens een afweging die je pas ter plekke kunt maken.”
“Krijg je een melding dat er mensen aanwezig zijn, dan weet je dat ze verloren zijn als je niet naar binnen gaat. Maar of je het doet, hangt af van wat er verder speelt. Het rottige met dit soort dingen is dat je altijd pas achteraf kunt zeggen dat het misschien toch beter was geweest als je anders had besloten.”
“Wordt er beslist om mensen naar binnen te sturen, dan gebeurt dat minimaal met een groep van twee.” Hij vertelt dat een uitrukvoertuig uit een chauffeur, een bevelvoerder en vier man achterin bestaat. “Eén groep is de aanvalsploeg en de andere twee zorgen voor de waterwinning. Het komt echter wel voor dat een bevelhebber besluit mee te gaan in het pand.”
Kuipers kent de details niet van de brand in Harderwijk en kan daar dus niets concreets over zeggen. Of het wat kan hebben uitgemaakt dat de woning voor het overgrote deel uit hout bestond, zegt hij: “Hout behoudt juist heel lang zijn draagkracht. Houd maar eens een vuurtje onder een spoorbiels. Voordat je daar doorheen bent . . . Staalconstructies smelten veel eerder en verliezen snel draagkracht. Het hangt natuurlijk ook van het stadium van de brand af. Naar wat ik heb begrepen, was de Harderwijkse brandweer een paar minuten na de melding al bij de woning. En als een bevelhebber snel op de plek aankomt met de wetenschap dat er nog mensen binnen zijn dan kan ik me voorstellen dat je dergelijke risico's neemt.”
Volgens hem is er geen enkel verschil tussen beroeps en vrijwilligers. “Ik heb ze bij elkaar in de banken zitten. En er bestaat niet iets als een brand voor vrijwilligers en een brand voor beroeps.” Het Harderwijkse brandweerkorps zal enige tijd uit de roulatie zijn. De leden krijgen steun van collega's uit Zwolle. In 1992 kwamen twee vrijwilligers van het Zwolse brandweerkorps om het leven tijdens het nablussen van een brand in een cadeauwinkel. Ze geven nu het Harderwijkse korps tips hoe ze het werk weer kunnen oppakken na zo'n verlies.
De elf kamerbewoners krijgen vervangende woonruimte aangeboden. Omdat ze alles kwijt zijn, heeft de gemeente ieder duizend gulden gegeven, afkomstig uit een speciaal potje. Het gerucht dat sommige bewoners al lange tijd een schroeilucht in het pand hadden geroken, kan Van der Boom niet bevestigen.
Harderwijk houdt zaterdag een herdenkingssamenkomst voor de twee brandweermannen. De ouders van de overleden kamerbewoner hebben gekozen voor een privé-plechtigheid. Aansluitend aan de herdenking worden de brandweermannen naast elkaar begraven. Van hen was bekend dat zij naast elkaar wilden liggen als ze in een actie om het leven zouden komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.