*

 
dossier

Archief

Over de sloot

JAN GREVEN − 16/04/94, 00:00

Een paard dat voor een iets te brede sloot blijft staan. Hij wil wel springen, maar schrikt steeds op het laatste moment terug. Daar doet mij het maatschappelijk debat op het ogenblik aan denken. Natuurlijk wordt dat ook veroorzaakt doordat er over twee weken verkiezingen zijn en iedereen iets heeft van 'laten we eerst maar eens afwachten wat die zullen brengen'. Maar dat is het toch niet alleen.

We zijn ons er langzamerhand scherp van bewust dat we te veel lasten op onze schouders hebben genomen en dat we dat op den duur niet volhouden. En dan bedoel ik niet alleen sociale lasten, maar ook de lasten die onze manier van leven oplegt aan het milieu of al die voorzieningen, van studiefinanciering tot gezondheidszorg van de wieg tot het graf, die we in de loop van de jaren verzameld hebben en vanzelfsprekend zijn gaan vinden.

Het recht op zelfontplooiing is immers het meest fundamentele mensenrecht van onze maatschappij. Het recht om vrije tijd naar believen te besteden. Het recht op voldoende geld om daarmee aan ons leven vorm te geven zoals we dat zelf willen. Het recht om ons te verplaatsen op zelf gekozen wijze op een zelf gekozen moment.

Dat gevoel van een persoonlijk recht op vooruitgang en ontwikkeling zit er diep in. We raken dan ook al snel van de kook en beschouwen het bijna als persoonlijk onrecht, wanneer we op dit punt barrieres op ons pad ontmoeten. We horen niet ziek te zijn, maar in goede gezondheid oud te worden. We horen voldoende vrije tijd voor ons persoonlijk leven te hebben en het weekeinde is ons heilig. We horen ons te kunnen verplaatsen, bij voorkeur met de auto. We horen een bestaanszekerheid te hebben op een voldoende hoog niveau.

Maar wat horen we tegelijkertijd om ons heen? Dat de kosten van de gezondheidszorg veel te hoog worden. Dat we bereid moeten zijn flexibel te gaan werken, als het nodig is ook in het weekeinde. Dat we niet door kunnen gaan met het verhogen van de sociale lastendruk. Dat onze auto's een steeds grotere belasting voor het milieu vormen en dat de grenzen in zicht komen van wat er nog geasfalteerd kan worden. Stuk voor stuk pijnlijke ontwikkelingen in een maatschappij met zelfverwerkelijking als hoogste mensenrecht.

Als er nu een instantie is die op dit punt (de grenzen van de zelfbeschikking zijn in zicht; welke kant moet het verder uit? ) richtinggevend en inspirerend zou kunnen zijn, dan zouden dat de kerken - en de uit haar voortkomende christelijke organisaties - moeten zijn. De kerken leven immers uit de boodschap dat de mens niet alleen verantwoordelijk is ten opzichte van zichzelf maar ook tegenover God, de naaste en de schepping. De christelijke traditie biedt een overvloed aan profeten en heiligen die afzagen van zelfontplooiing en hun leven alternatief inrichtten.

Hoe komt het dan, dat we op het hoofdtoneel van het huidige maatschappelijke debat - dat precies om dit punt draait - zo weinig van een inspirerende inbreng van die zijde merken? In elk geval niet, omdat het in de kerken op dit punt dood tij zou zijn. Hoeveel jaar wordt daar al niet gepraat over heelheid van de schepping en duurzaamheid van de samenleving? Ik zal het nut ervan zeker niet onderschatten. Toch bereikt die bezinning maar een kleine groep van mensen, waarvan zonder meer geldt dat die toch al wel het beste met de schepping en de samenleving voor hebben. Uitstraling naar buiten heeft het niet of nauwelijks. Integendeel, terecht of ten onrechte hangt er een ouderwets geitewollensokken-imago om heen, waarmee je maar beter niet geassocieerd kunt worden.

Waarom staan de kerken niet op het hoofdtoneel, maar spelen ze in een bijzaaltje ? Ligt het aan de slechte pers (ze hebben altijd mooie praatjes, maar kijk eens naar hun daden) van de christelijke traditie ? Zijn het de gekozen woorden (rentmeesterschap, duurzaamheid, heelheid) die buiten de eigen kring al rillingen veroorzaken ? Of komt het, omdat er, ondanks de gelijkheid in zorg over de toekomst van onze samenleving, toch zulke fundamentele verschillen zijn tussen kerkelijken en niet-kerkelijken, dat de kloof tussen hen altijd onoverbrugbaar zal zijn?

Als dat laatste het geval is, moet de kracht, wat de christelijke traditie betreft dan maar in het isolement gezocht worden? Het onbevredigende van die keus vind ik, dat de christelijke traditie altijd in staat geweest is de samenleving te doordrenken met haar inspiratie. Met minder zouden we daarom ook nu niet genoegen moeten nemen. Het paard van het maatschappelijk debat zou er wel eens mee over de sloot geholpen kunnen worden.

mailIcon print |