Van onze parlementsredactie DEN HAAG - “Is het dan een teken van beschaving om iemand met een zak pinda's achter de tv te laten zitten?” Het antwoord van CDA-fractieleider Heerma op de vraag of loslating van het minimumloon niet een asociale maatregel is.
Met het beeld van de wegkwijnende pinda-eter geeft hij weer hoe zwaar voor hem de nood van werklozen weegt. Het strategisch beraad van het CDA oppert in zijn rapport banen met een loon beneden het sociaal minimum mogelijk te maken, als een van de mogelijkheden om deze nood te lenigen.
Het doel is eenvoudig, maatschappelijk nuttig werk dat thans uit de markt is geprijsd te creëren. Het loon wordt met een uitkering verhoogd tot het sociaal minimum, ofte wel het niveau van een bijstandsuitkering. Doorgaans zal de beloning daarmee onder het minimumloon uitkomen.
Voor het moment onthoudt Heerma zich van een oordeel over de maatregelen die het strategisch beraad (een zware commissie onder leiding van oud-minister en Eurocommissaris Andriessen) voorstelt. “Want nu is eerst de partij aan het woord.”
Heerma maakt wel duidelijk dat het doel werklozen weer aan de economie te laten deelnemen voor hem zwaar weegt. “We mogen toch niet accepteren dat mensen de gevangene blijven van hun eigen werkloosheid? Dat is de gedachte achter het stuk. We verlangen echt niet terug naar negentiende-eeuwse arbeidsverhoudingen. Ik vind heel nadrukkelijk dat het stuk getuigt van doorleefd denken voor de zwakken en de kwetsbaren. Het doet recht aan het motto dat de sterken zichzelf wel kunnen redden. In deze gedachten is ons christen-democratische ideeëngoed terug te vinden.”
Vanwege het doel werklozen uit hun isolement te halen, hoeven de ingrijpende maatregelen die de commissie-Andriessen voorstaat geen afbreuk te doen aan het sociale gezicht van het CDA, meent Heerma. In een eerdere analyse van het slechte verkiezingsresultaat, door de commissie-Gardeniers, kwam het CDA tot de conclusie dat de partijdiscussie over verlaging van het minimumloon schade had berokkend aan zijn sociale profiel. Heerma maakt zich daar deze keer geen zorgen over: “Nee, dat gevaar zie ik niet. Ik vind het juist heel goed als ideeën als deze in discussie komen.”
Hij vraagt zich af in hoeverre het wettelijk minimumloon feitelijk nog bestaat. “Formeel bestaat het nog, zeker, maar kijk eens naar de Melkertbanen en naar de kabinetsplannen voor dienstenbonnen. Ook al die banen worden onder het minimumloon gehonoreerd. Het CDA volgt de ene weg, het kabinet de andere, maar op het punt van het minimumloon is het effect hetzelfde.”
Dat neemt de vraag niet weg hoe de suggestie om werk zo laag te belonen zich verhoudt tot de gezinspolitiek die het CDA voorstaat. Het strategisch beraad wijst om het belang van het gezin veilig te stellen de invoering van een ministelsel af, met het argument dat de draagkracht van gezinnen daaronder al te zeer te lijden heeft. Hoe laat het een zich met het ander rijmen?
Heerma: “U vergeet de passage in het rapport waarin staat dat gezinsbeleid ook het uitbreiden van zorgverlof vergt, ten behoeve van de kinderen of de partner. De sociale partners moeten dat als een bovenwettelijke sociale voorziening regelen. Hoe de draagkracht van gezinnen op peil te houden is ook een kwestie van uitwerking. Ik heb onlangs gesuggereerd om naar het Duitse voorbeeld opvoedingsgeld, een rijksbijdrage in de opvoedingskosten, in te voeren.”
Heerma vindt het stuk van de commissie-Andriessen 'een prima rapport'. Het bevalt hem vooral omdat het in de partij discussie zal uitlokken, niet zozeer over concrete beleidsmaatregelen maar over 'doelen, idealen, ja zelfs dromen'. Heerma: “De centrale gedachte in het rapport is de vraag wat voor samenleving we willen. Dus als het gaat over herziening van de verzorgingsstaat, interesseert mij de vraag welk doel daarmee is gediend. Welnu, het doel van het strategisch beraad is dat niemand aan de kant mag blijven staan. Vanuit hetzelfde idee komt het uitgangspunt voort dat iedere burger in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn levensonderhoud”, zegt Heerma, refererend aan de basisgedachte in het rapport dat iemand slechts voor een uitkering in aanmerking komt als hij een baan beneden het sociale minimum heeft, dan wel actief voor werk beschikbaar is of een opleiding volgt die de kans op werk vergroot.
Heerma: “Ik signaleer dat de gedachten in de PvdA zich in dezelfde richting ontwikkelen. Je moet werken voor je uitkering. Dat is de basisgedachte in de ontwerp-resolutie voor het PvdA-congres. Nee, onze benaderingen liggen dichter bij elkaar dan op het eerste gezicht wellicht lijkt. Alleen onze wegen verschillen.”
Hij haast zich aan deze waarneming geen politieke conclusies te verbinden: “Je ziet dat we de ene keer wat dichter bij de PvdA uitkomen en de andere keer wat meer in de buurt van de VVD. Wat me wel opvalt is dat de VVD hierover hoegenaamd niet discussieert. De VVD heeft kennelijk alles al geregeld.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.