Van een onzer verslaggevers UTRECHT - In elk geval is het tegenwoordig 'salonfühig' om met gelovigen en ongelovigen samen een zondagmiddag aan God te wijden. 'De Salon', een maandelijks publieksdebat in het Utrechtse Polman's Huis, was gisteren stampvol. Het thema: 'De comeback van God' - tijdsverschijnsel of media-hype?
Pal tegenover het Polman's Huis staat het seminarie van kardinaal Simonis, dat zaterdag feestelijk zeven nieuwe priesters afleverde - mager voor wie het vergelijkt met de tientallen van vóór de oorlog, maar een hoorn des overvloeds na de nullen en enen in de jaren zeventig, tachtig. Dat God een comeback maakt in de media en in het forum- en conferentie-circuit is gemakkelijk genoeg vast te stellen. Maar is het nog iets meer dan een topic dat de media van elkaar overnemen? Is het echt weer in om (met name) katholiek te worden?
De bezoekers van de 'Salon' beluisterden het panel: Désanne van Brederode, landelijk gekoesterd en ook wel gehoond als de jonge, intellectuele, nieuwe katholiek; de gereformeerde missionair predikant Piet Schelling uit Den Haag; emeritus-hoogleraar Laeyendecker, socioloog en beroeps-kritisch katholiek; Marcel Hulspas van de stichting Skepsis, ex-katholiek en al lang niet meer gelovig.
Discussieleider Paul Schnabel wilde het vooraf wel van de zaal weten: Wie waren er 's ochtends naar de kerk geweest? wie geloofden in God? wie niet? Vingers graag! Aarzelende handen omhoog, het gezelschap nog gemêleerder dan het panel.
Dit was het er in elk geval over eens dat men die comeback van God niet moet overdrijven. Duizend katholieken per jaar erbij. Maar nog steeds gaan er tienduizenden af. En toen Désanne van Brederode eerder in dezelfde Salon deelnam aan een discussie over relaties en seksualiteit stonden de mensen tot in het trappenhuis, nu niet.
De auteur van Ave verum corpus legde het nog maar weer eens uit: haar ja tegen de r.-k. kerk betekent niet het omarmen van alle katholieke dogma's; een 'onfeilbare' paus of kerk is aan haar niet besteed, wel de 'ruimte waarin God mij/ ik God ontmoet'. Niet te individueel: er hoort iets van discipline in, omdat het nu eenmaal niet van highlight naar highlight gaat. De sobere, zondagse eucharistieviering samen met zoveel onbekende anderen houdt haar 'bij de les'.
Was hiermee de stelling juist gebleken dat die zogenaamde nieuwe katholieken hun geloofje naar eigen believen maar wat bij elkaar sprokkelen: 'wel de wierook, niet de paus'? Het kostte Van Brederode, Laeyendecker en zeker de gereformeerde Schelling moeite om uit te leggen dat God, geloof, traditie geen pakket waarheden vormen dat men in zijn geheel dient te aanvaarden, omdat men zich anders slechts overgeeft aan esthetiek en persoonlijke gevoelens.
Ds. Schelling, 'gereformeerd tot in mijn botten', ziet mensen alleen nog afkomen op wat echt is - ze willen niet iets ophouden waar ze niet achter kunnen staan. Laeyendecker onderstreepte dat 'traditie' iets dynamisch is, een 'voortgaand gesprek met mensen van heden en verleden' over wat belangrijk en wat houdbaar is. En wie dat modieus vindt mag bedenken dat de eigen vragen en belangen altijd hebben meegespeeld in wat mensen selecteerden uit de traditie.
Van heidense kant was de vraag onvermijdelijk: waarom nog God of kerk, als het allemaal zo rekbaar is, als de maatstaf voor de godsdienst uiteindelijk slechts kan zijn of zij bijdraagt aan liefde, gerechtigheid, humaniteit en als de secularisatie een 'godsgeschenk' kan heten?
De belijdende ongelovigen toonden grote tolerantie ten opzichte van ieder die kennelijk vanwege zijn persoonlijkheidsstructuur toch maar blijf zoeken naar geestelijk houvast. Mensen hebben nu eenmaal hun wanen en kunnen daar heel gelukkig in zijn; mensen met collectieve wanen vormen een kerk. Is op zich niets tegen, aldus een bondig credo. En enkele anderen beleden hoe bevrijd zij waren, toen zij ooit in een helder inzicht het geloof van hun jeugd hadden afgeworpen. Hulspas sprak van een 'Damascus'-ervaring.
Het bracht de agnost André Klukhuhn tot klagende vertwijfeling: Niet alleen de gelovige, ook de óngelovige beriep zich nu op openbaringen zoals hij nog nooit had gehad, van de ene noch van de andere kant.
Discussieleider Schnabel zag daarmee zijn debat al worden tot een 'middagje over jaloezie'. Wie er allemaal niet uitkwam, kon elders in het Polman's Huis op andere wijze voorzien in de spirituele nood.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.