*

 
dossier

Archief

Meldingsplicht ook goed voor kleinaandeelhouder

BAREND P.J. VAN DE KRAATS − 14/09/94, 00:00

De schrijver studeert economie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

In Trouw van zaterdag 3 september schrijft Peter van Lakerveld dat het algemeen belang boven het privé-belang van de grootaandeelhouder gesteld moet worden. De reden hiervoor is, dat grootaandeelhouders een machtspositie bezitten. In een democratische samenleving moet die macht gecontroleerd kunnen worden. Vanuit juridisch-staatkundig oogpunt is dit een rechtvaardiging voor het bestaan van de meldingsplicht.

Er zitten echter ook interessante economische aspecten aan de meldingsplicht.

Als op basis van de meldingsplicht blijkt dat een onderneming gedeeltelijk in handen is van een of meergrootaandeelhouders, is dat voor kleinaandeelhouders een indicatie dat de onderneming goede rendementsverwachtingen heeft. De kleinaandeelhouders redeneren zo, omdat ze in de grootaandeelhouder(s) een bondgenoot zien in hun 'strijd' tegen het management.

Het management, dat geacht wordt de belangen van de aandeelhouders na te streven, blijkt dit lang niet altijd te doen. Grootaandeelhouders hebben meer macht dan de kleine, individuele aandeelhouders en kunnen daarom meer druk uitoefenen op het management.

De aandeelhouders van een onderneming streven naar een zo hoog mogelijke winst per aandeel. Het management wordt door de aandeelhouders aangesteld om de onderneming te leiden en een maximaal rendement te behalen. Het management kan echter heel andere doelstellingen hebben, zoals status en rijkdom. Daarom gaan de managers, uiteraard op kosten van de zaak, rondrijden in onnodig dure auto's of ze laten hun directiekamer overdreven luxe inrichten. Deze extra kosten leiden echter niet tot een produktiviteitsverhoging, en daarmee tot een hogere winst. Sterker nog, de winst zal juist dalen.

Om aan deze voor de aandeelhouders ongewenste praktijken een eind te maken, zullen de aandeelhouders kordaat op moeten treden. Het management zal weinig te vrezen hebben als de aandelen van de onderneming in handen zijn van uitsluitend kleinaandeelhouders. In het geval van geconcentreerde aandeelhoudersmacht - door de aanwezigheid van grootaandeelhouders - zal het leidinggevend management beter op zijn tellen moeten passen.

Een mogelijk machtsmiddel voor de grootaandeelhouder is de dreiging met een vijandige overname. De grootaandeelhouder probeert dan 50 procent van de aandelen in handen te krijgen, om zo het zittend management naar huis te kunnen sturen. De grootaandeelhouder kan vervolgens zelf op de stoel van het management gaan zitten.

Kleinaandeelhouders zien (tenzij zij hun winst willen nemen door hun aandelen te verkopen) liever niet dat het dreigement ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt. De aanwezigheid van dreiging kan ervoor zorgen dat het zittend management efficiënter gaat opereren. Als het dreigement uitgevoerd wordt, komt de grootaandeelhouder in zijn nieuwe rol als manager bloot te staan aan dezelfde verleidingen als het oude management. Dit zal ten koste gaan van de efficiënte bedrijfsvoering, waardoor de kleinaandeelhouders weer terug bij af zijn.

In de VS is door wetenschappers onderzocht of de aanwezigheid van grootaandeelhouders een positieve invloed heeft op het rendement van ondernemingen. Het blijkt dat ondernemingen die in sterke mate door grootaandeelhouders beheerst worden, beter in staat zijn de aandeelhoudersbelangen te behartigen.

De meldingsplicht biedt voor de kleine belegger interessante perspectieven. Naarmate de grootaandeelhouderspositie binnen een onderneming toeneemt, mag men een efficiëntere bedrijfsvoering verwachten, hetgeen in de ondernemingsresultaten tot uitdrukking zal komen. De grootaandeelhouder doet al het werk om het management op het rechte pad te houden, terwijl de kleinaandeelhouder daar zonder enige inspanning van meerprofiteert!

mailIcon print |