*

 
dossier

Archief

De hele dag stenen verpulveren in de felle zon

Door: redactie − 28/03/98, 00:00

Bianca Beltman (14) heeft de andere kant van het leven gezien. In de Indiase steden Delhi en Madras ging ze langs fabrieken waar kinderen van vijf jaar oud tien uur achter elkaar keihard moeten werken. Dag in, dag uit. “Vaak voor nog geen cent per dag”, zegt Bianca. “Als je dan weer thuiskomt voel je je al schuldig als je een glas water drinkt. Dat kunnen zij niet zomaar doen.”

Samen met Kirsten Waasdorp (15) uit Klaaswaal, die ook mee was naar India, zit Bianca op de bank in het Brabantse Hoogerheide. Ze zijn net terug van de reis die ze gewonnen hadden met een gedichtenwedstrijd van de ontwikkelingsorganisatie Novib. In het kader van 'The Globel March Against Child Labour', protestmarsen in 99 landen tegen de uitbuiting van kinderen, had Novib de wedstrijd bedacht. Bianca en Kirsten waren twee van de vier Novib-uitverkorenen die in India mochten gaan kijken hoe bar de omstandigheden zijn.

Met een flinke jetlag en een colaatje voor de neus zitten de twee herinneringen op te halen aan de negendaagse reis van vorige week. “Die busrit was eng, hè?”, zegt Bianca. “En die taxi dan? Ik dacht dat de bodem eruit zou vallen”, giechelt Kirsten. Het zijn nog steeds de zenuwen van de reis die hen giebelig maken. Terug in Nederland, op hun kamers met tv, video, eigen telefoon en computer, dringt het pas door hoe verschrikkelijk het daar was.

Bianca: “Bij Delhi was een steengroeve waar kinderen van vier en vijf jaar de hele dag stenen moesten verpulveren. Met een zware hamer en in de felle zon. Het was daar zeker dertig graden. Wij dachten dat het niet zo zwaar was, maar na twee minuten konden we al niet meer. En zij doen dat tien uur per dag, terwijl ze tien jaar jonger zijn dan ik. Echt niet te geloven.”

De vele indrukken spoken nog steeds door hun hoofd. Net in India zagen ze vanuit de bus meteen de vreselijke armoede. Kirsten: “Er stond een bed onder een boom. Het dak was gemaakt door een deken over een stevige tak te spannen. 'Dat is dan een huis', denk je bij jezelf, terwijl je op weg bent naar een vijf-sterrenhotel.”

Terwijl ze een deel van de 972 foto's nog eens bekijken, vertelt Bianca over de omstandigheden die ze aantroffen. “Je moet je voorstellen dat de meeste toeristen dit soort dingen niet te zien krijgen. Er zijn helemaal geen voorzieningen aanwezig op de werkplek. Geen veiligheidsbrillen, geen machines en zelfs geen water. In een weverij hadden de kinderen zelf weefgetouwen in elkaar geknutseld om zo meer te verdienen.”

Het was voor Bianca en Kirsten een grotere schok dan voor de Indiase kinderen. “Zij weten niet beter”, realiseert Kirsten zich. Bianca: “Voor ons was het eigenlijk moeilijker dan voor hen, omdat wij ook een andere werkelijkheid kennen. Ze waren allemaal zo lief en vrolijk. Ze begrepen het ook niet als je een keer liep te chagrijnen. We moesten vrolijk zijn. Zelf waren ze dat ook. Altijd lachen.”

Naast de bezoeken aan plekken waar kinderen werden uitgebuit, hebben de vier ook projecten bezocht die voor een aantal van de kinderen het leven wat minder zwaar maken. Vooral het Mukti Ashram, een opvanghuis voor jongeren die waren 'bevrijd' van de kinderarbeid, maakte diepe indruk. Kirsten: “Daar zagen we dat het ook anders kan. Ashraf, bijvoorbeeld, was een lange tijd huisslaaf. Zijn baas had een keer zijn voet en hand verbrand, omdat hij stiekem een beetje melk dronk. Die baas was zo van de verwondingen geschrokken dat hij Ashraf heeft laten gaan. Hij is in het opvanghuis terecht gekomen en het gaat beter met hem.” De kinderen uit het huis hadden dekens gemaakt voor de Nederlandse bezoekers. Vanaf het moment dat Bianca en Kirsten die cadeau kregen, slapen ze eronder.

Fel zijn ze geworden. Door het onrecht en de ellende die bij kinderarbeid komen kijken. “Maar het enige wat we hier kunnen doen, is brieven schrijven en hoge pieten ervan overtuigen dat het moet ophouden”, sombert Bianca. Kirsten heeft in ieder geval meteen een paar dure sportschoenen weggegooid. “Ik heb foto's gezien van fabrieken van Nike, waar ook veel jonge kinderen werken. Voor mij hoeft het niet meer. Ik let voortaan echt wel op wat ik koop.”

De twee zijn allebei van plan om snel terug te keren naar India. Wanneer? “Morgen! Ik weet niet of we daar meer kunnen uitrichten, maar ze zien dan in ieder geval dat we met ze meeleven. Het is daar nu trouwens half acht”, verzucht Bianca terwijl ze op haar horloge kijkt. Die geeft de Indiase tijd aan. Zo heeft ze tenminste nog een band met het land waar ze altijd moest lachen.

mailIcon print |