*

 
dossier

Archief

Laf gedrag juryleden en scheidsrechters baart Zuid-Hollander zorgen

JOHAN WOLDENDORP − 20/02/98, 00:00

NAGANO - Dinsdag werd shorttracker Dave Versteeg al in de eerste manche van de duizend meter uit de baan geduwd en kon zodoende snel een tribuneplaatsje in het atletenvak van de 'White Ring' opzoeken. Gisteren had hij zich op de halve afstand beter gewapend tegen het getructe ellebogenwerk. Voorop ging hij in de strijd en voorop bleef hij. Dat ze achter hem als kegels omvielen, deerde hem uiteraard niet.

Over het verdere verloop van het toernooi zegt die ene serie weinig. Morgen verlengt hij zijn olympische avontuur op een niveau dat hij feller van zich af moet bijten dan afgelopen dinsdag. In de kwartfinales en eventueel verderop komt hij niet zoveel 'watjes' uit de categorie Pryczek en Gooch tegen. Dat vervult hem met enige zorg. Niet zozeer vanwege de sterkere concurrentie, wel omdat jury's en scheidsrechters op Olympische Winterspelen haast per definitie uit hun normale doen raken. Manhaftig diskwalificeren ze op andere internationale evenementen schaatsers die zichtbaar in de fout gaan, maar in Nagano wordt, net als vier jaar geleden in Lillehammer en twee jaar daarvoor in Albertville, vrijwel alles met de spreekwoordelijke mantel der liefde bedekt. “Ze durven geen beslissingen te nemen”, zegt Versteeg, “omdat alle wedstrijden live op televisie worden uitgezonden. Daarom zeggen ze maar niet dat die grote jongens uit Korea fouten maken. Ze vinden het lullig om hen te diskwalificeren, terwijl dat dan wel moet. Ze zijn bang er op te worden aangesproken. Maar het is gewoon slecht dat, zoals dinsdag, een Japanner niet wordt toegevoegd aan de rijders die zich hebben gekwalificeerd, als hij door Kim (de wereldkampioen - red.) onderuit wordt geschaatst. Op de WK's en EK's doen ze dat wel. Dan zit zo'n hal maar halfvol en ziet bijna niemand het op tv.”

Wat in het shorttrack tactische races heten, is in werkelijkheid gewoon een haast letterlijke struggle for life. Het zal Dave Versteeg niet verbazen dat het morgen op de finaleavond uit de hand loopt, wanneer de jury niet harder ingrijpt. Binnen deze enerverende tak van de schaatssport is al vaker geopperd om overtredingen met gele en rode kaarten te bestraffen. “Iedereen gaat er nu feller in. Wanneer de juryleden toelaten dat je een ander desnoods plat rijdt om op de been te blijven, eigent je tegenstander zich dat recht ook toe. Net als in het voetbal verruwt de wedstrijd in een ommezien. Waarom zou je bij een forse overtreding geen schorsing voor het volgende onderdeel opleggen?”

Teleurstelling

De teleurstelling van de vroegere uitschakeling op de duizend meter had Versteeg al snel verwerkt. “Ik heb de dag erna lekker getraind en voelde me goed voor de 500 meter.” De wereldrecordhouder bleef gisteren in zijn heat overigens wel een seconde boven de toptijd die hij in januari op het Europese titeltoernooi in Boedapest klokte. Over zijn fysieke vorm zegt dat weinig. Het kost de Zuid-Hollander veel meer moeite om aan het idee te wennen dat hij tot de besten van de klas behoort. “Wat dat betreft houdt de progressie op het ijs geen gelijke tred met wat er zich in die korte tijd allemaal in je hoofd afspeelt.” Ondanks het feit dat Versteeg het enige Nederlandse lichtpuntje van de avond was - in de White Ring wel te verstaan - ziet bondscoach Wilf O'Reilly ook bij de vrouwen voldoende positieve ontwikkelingen. De drie die op de 500 meter werden ingezet, Ellen Wiegers, Anke Jannie Landman en Melanie de Lange, waren even snel klaar als Versteeg dinsdag op de duizend meter. Maar de Brit vond het knap dat ze geen lichtjaren achter hun tegenstandsters aanreden. “Nu vragen ze zich in ieder geval af hoe ze de mensen die voor hen rijden, moeten inhalen. Een paar jaar geleden zat er zo'n groot gat tussen dat die gedachte gewoon niet in hen kon opkomen.”

De Lange en Landman waren kansloos in hun serie, Wiegers had de pech dat ze werd meegesleurd in de val van de Canadese Tania Vicent. Ze deelde de kritiek die Versteeg op de rechtsprekers had. “Als je het niet kunt bijhouden, vlieg je er terecht uit. Maar dit was onrechtvaardig. De juryleden nemen geen maatregelen. Ik baal als twintig stekkers. Ik heb hetzelfde gevoel - geestelijk dan - dat Wennemars na zijn val op de 500 meter ook moet hebben gehad. Uitgeschakeld worden door toedoen van een ander.” O'Reilly protesteerde nog wel, maar wist bij voorbaat dat de klacht niet in behandeling zou worden genomen. “Je hebt een leeg gevoel”, zegt hij, “maar als het de volgende keer weer goed gaat, ben je het snel kwijt. Ik ben bijna achttien jaar shorttracker geweest, maar ik herinner me eigenlijk alleen de goede dingen.”

O'Reilly heeft zo zijn eigen positieve wijze om zichzelf en anderen over teleurstellingen heen te helpen. Catastrofaal was de vlotte eliminatie van Wiegers, Landman en de onervaren De Lange niet, omdat de Nederlandse vrouwen zich formeel alleen voor de aflossing (morgen) hadden gekwalificeerd. Ze mochten van chef de mission Ard Schenk slechts aan de individuele nummers meedoen als het niet ten koste van de relay zou gaan. O'Reilly verwacht niet dat de wel korte, maar niet al te flitsende optredens een doem over het 'echte' werk leggen. “Je kunt, ook in het geval Ellen Wiegers, de wereld niet in één dag naar je hand zetten. Over de ploeg in zijn totaliteit: als je 32 bent, met je laatste Olympische Spelen bezig bent en superdomme dingen doet, mag je als trainer hard oordelen. Nu niet.”

De bondscoach heeft, als al zijn collega's bij de KNSB, nog geen contract voor de volgende olympiade op zak. Om zichzelf zo goed mogelijk te motiveren prefereert hij een tweejarige verbintenis boven een die hem ook een accreditatie op de Spelen van Salt Lake City garandeert. De schaatsbond zal in ieder geval de 'olympische' faciliteiten - de mogelijkheid het hele jaar in Zoetermeer te trainen - handhaven. “Ook als het in Nagano mis mocht gaan, heb ik niet het idee dat ik daar op word afgerekend”, verwacht O'Reilly.

mailIcon print |