*

 
dossier

Archief

Favorieten bestaan niet meer in de tenniswereld

FRED BUDDENBERG − 31/01/98, 00:00

Wim Buitendijk, directeur van het toernooi in de Maasstad, ziet het als zijn opdracht de affiches rond Ahoy' op te sieren met namen van toppers. Jimmy Connors, Björn Borg, Ivan Lendl, John McEnroe, Yanick Noah, Michael Stich, Boris Becker, Andre Agassi, Pete Sampras. Kwaliteit met een vleugje extra.

De jubileumuitgave van het toernooi, in de eerste week van maart, kent de sterkste bezetting uit de geschiedenis van het succesvolle evenement. Maar liefst vijf spelers uit de top tien hebben zich bereid verklaard het feestje in sportpaleis Ahoy' op te luisteren. Een recordaantal, maar desondanks zullen de mensen schouderophalend langs de aanplakbiljetten van het toernooi fietsen. Patrick Rafter, Jonas Björkman, Jevgeny Kafelnikov, Greg Rusedski, Petr Korda? De absolute top van het mondiale tennis heeft een ware metamorfose ondergaan. De veelgehoorde roep om nieuwe gezichten is eindelijk verhoord, maar de nabije toekomst moet uitwijzen of het tennis er daadwerkelijk bij gebaat is.

Door de machtsovername van een groot legioen 'naamlozen' bestaat het gevaar dat de liefhebbers zich steeds minder met het profcircuit gaan identificeren. Spelers als Carlos Moya, vorig finalist op Flinders Park, en Patrick Rafter, kampioen van Flushing Meadow, werden tijdens hun korte glorieperiode door iedereen gretig in de armen gesloten, maar zijn zij in staat het professionele tennisrad draaiende te houden? Hetzelfde geldt voor Gustavo Kuerten, de Braziliaan die vorig jaar het Parijse gravel van Roland Garros geel-blauw kleurde. Een verademing, maar wat gaan we nog van hem horen? Het tennis heeft behoefte aan rivaliteit, zoals in het verleden tussen Borg en McEnroe, tussen Becker en Edberg en tussen Sampras en Agassi. Dat waren de spelers waarmee het tennispubliek iets had. De nieuwe toppers hebben die impact en uitstraling vooralsnog niet.

Een vergelijking tussen de wereldranglijsten van 1 januari 1997 en 1 januari 1998 geeft een beeld van de wisseling van de wacht en de macht aan de top. Op 1 januari 1997 zag de top tien er zo uit: 1. Pete Sampras, 2. Michael Chang, 3. Jevgeny Kafelnikov, 4. Goran Ivanisevic, 5. Thomas Muster, 6. Boris Becker, 7. Richard Krajicek, 8. Andre Agassi, 9. Thomas Enquist, 10. Wayne Ferreira. En op de ranglijst op de eerste dag van dit jaar waren de eerste tien spelers: 1. Pete Sampras, 2. Patrick Rafter, 3. Michael Chang, 4. Jonas Björkman, 5. Jevgeny Kafelnikov, 6. Greg Rusedski, 7. Carlos Moya, 8. Sregi Bruguera, 9. Thomas Muster. 10. Marcelo Rios. Zes nieuwe namen in de top tien, een onomkeerbaar bewijs dat de tennissport in twaalf maanden tijd een ander gezicht heeft gekregen.

Met name in de Grand Slam-toernooien werd er vorig jaar nadrukkelijk getornd aan de macht van de gevestigde orde. Op Flinders Park haalde Moya de finale, op Roland Garros stonden slechts twee geplaatste spelers in de kwartfinales en zegevierde Gustavo Kuerten, op Wimbledon schoof Cedric Pioline door naar de eindstrijd en op Flushing Meadow ging de finale tussen Rafter en Rusedski, met de eerste als winnaar. Die trend zette zich de afgelopen twee weken door op de bijna afgesloten aflevering van de Australian Open in Melbourne. De twee finalisten, Petr Korda en Marcelo Rios, zijn geen onbekenden, maar het was tekenend dat Karol Kucera en Nicolas Escudé de halve eindstrijd haalden. Het tijdperk van de favorieten is ten einde. De bookmakers gaan goede tijden tegemoet.

Met Korda en Rios als de twee finalisten op het complex van Flinders Park in Melbourne krijgt het tennis in ieder geval weer een nieuwe Grand Slam-winnaar. Voor Korda, de 30-jarige Tsjech, is het de tweede maal dat hij in de finale van een Grand Slam-toernooi staat. In 1992 verloor hij op Roland Garros van Jim Courier, een van de leden van de gevestigde orde die geruisloos uit beeld is verdwenen. De Amerikaan, die verwoedde pgingen doet het verloren terrein weer in te halen, kreeg te maken met motivatie-problemen. Om diezelfde redenen haakten in het verleden ook Borg, McEnroe en Mats Wilander op relatief jonge leeftijd af en momenteel lijkt Goran Ivanisevic te lijden aan 'tennis-moeheid'. En slaagt Agassi erin weer helemaal terug te komen?

De meest voor de hand liggende verklaring voor de nieuwe wind die door het professionele tennisland waait, is het feit dat de krachtsverschillen steeds kleiner worden. De spelers uit de top honderd zijn fantastische atleten die alle aspecten van hun sport tot in de perfectie beheersen. Een perfecte service biedt geen garantie meer tot succes, omdat de return een bijna even gevaarlijk moordwapen is geworden. Het is als een op drift geraakt wielerpeloton, waaruit een poging tot ontsnappen tot mislukken is gedoemd. De top honderd in het tennis is in feite verworden tot een langgerekte sub-top, met op dit moment alleen Sampras die er nog enigszins bovenuit steekt.

“Vroeger was de top honderd het doel voor veel jonge aankomende tennissers”, zegt Henk van Hulst, de coach achter spelers als Paul Haarhuis, Jacco Eltingh, Sjeng Schalken en John van Lottum. “Maar de tennissport is in de breedte zo sterk geworden dat tegenwoordig het bereiken van de top 150 een hele klus is geworden. Door het vele geld dat er in de tennissport is te verdienen, stijgt het aantal beoefenaren enorm. Hoeveel landen zijn er niet, die miljoenen steken in de opleiding van jonge spelers? Tennis is zo'n wereldwijde sport, niet te vergelijken met bijvoorbeeld het schaatsen of zwemmen.”

De tennissport lijkt definitief afscheid genomen te hebben van type's als Ivan Lendl, John McEroe, Jimmy Connors, Boris Becker en Stefan Edberg, spelers die een decennium lang aan de top hebben gestaan. Pete Sampras, nummer een sinds 1993, zal nog wel enige tijd de macht in handen houden, zo groot is namelijk de puntenvoorsprong die de Amerikaan in de laatste jaren heeft opgebouwd. Van Hulst is het oneens met de stelling dat er in de toekomst geen ruimte meer is voor spelers die het tennis gaan domineren en die tien of meer Grand Slam-titels kunnen veroveren. “Genieën zullen altijd blijven bestaan”, is de overtuiging van Van Hulst. “Er staat er altijd wel weer eentje op die er met kop en schouders bovenuit steekt. Zo is het in iedere sport, ook in het voetbal.” In de tennisschool van Van Hulst is het niet anders. “Eerst hadden we Oosting en Van Boeckel, toen zij weggingen dienden Haarhuis en Eltingh zich aan en nu zijn we weer bezig met Schalken en Van Lottum. Altijd zijn er weer spelers die zich onderscheiden en je hoopt dan natuurlijk dat ze er meer uithalen dan de rest.”

Fysiek en mentaal behoort tennis tot de zwaarste sporten. Het lichaam en de geest worden met name in de vier Grand Slams zwaar op de proef gesteld. De tennisser van nu moet een perfectionist zijn, zonder zwakke plekken. Eén wapen, bijvoorbeeld een waanzinnige service, is niet voldoende om toernooien te winnen. “Je moet tegenwoordig ontzettend allround zijn”, weet ook Van Hulst. “Als je een iets mindere service hebt, ben je ten dode opgeschreven. Dat is de reden waarom we met Sjeng (Schalken) voortdurend aan de service werken. Je blijft zoeken naar verbeteringen. Bij John (van Lottum) werken we eraan dat hij zich beter in de han kan houden. Een zwak puntje wordt in het huidige tennis direct afgestraft.” De ontwikkeling in het tennis is volgens Van Hulst voorlopig nog niet ten einde. “Je moet nu al kijken hoe er over vijf jaar wordt gespeeld.”

Talent alleen is niet meer genoeg. In zijn tennisschool houdt Van Hulst zijn pupillen voor dat er vier zaken van groot belang zijn: 1. mentale gesteldheid, 2. technisch talent, 3. fysieke vorming en 4. het aanvoelen van het spel. “Dat laatste is misschien een van de belangrijkste dingetjes”, zegt Van Hulst, die zich geen zorgen maakt over de doorstroming van jonge talenten. “In Australië hebben ze nu een jonge speler, Hewitt, die erg goed presteert. Wel denk ik dat niet vaak meer voor komt dat iemand op hele jonge leeftijd een Grand Slam wint. Zoals Becker op Wimbledon en zoals Chang op Roland Garros. Een Grand Slam vergt te veel. Als ik zie hoe diep Patrick Rafter twee partijen op rij moet gaan in Melbourne, daar is een voetbalwedstrijd niets bij.”

mailIcon print |