Afgelopen vrijdag bevond ik mij op het lustrumfeestje van de Postdoctorale Opleiding Journalistiek aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Tal van gekwalificieerde loftuiters en ook een zanger: Joop Visser! Wie? Joop Visser, voorheen Jaap Fischer, venijnig troubadour uit de jaren zestig. Zo te zien hadden de organisatoren hun literatuur goed bestudeerd want Visser zorgt - nog altijd zingend over slappe regeringen, onhebbelijke machthebbers en steden waar je niet moet wezen - tegenwoordig voor kleine ruzies op bruiloften en partijen. Niet langer om zijn scherpte maar omdat de een het wat vind en de ander niks. Zo heugt mij een Boekenbal met Visser, waarop de ene helft de zaal verliet en de andere helft 'Ssst' siste. Ook in recente literatuur is een scène geboekstaafd waarin Joop Visser culturele tweedracht zaait met vergeelde protestliedjes. In de roman 'Dichters dansen niet' van Serge van Duijnhoven lezen we hoe diens alter ego Visser maar sloom en sjofel vindt, terwijl een oudere dichter Fischer verdedigt: 'Wie denk jij wel dat je bent. Wie ben jij nou om zo over Fischer te spreken. Fischer was helemaal niet te vergelijken met Brel. Hij was veel beter. Veel beter dan Brel'.
De waterscheiding loopt keurig langs leeftijdgrenzen: vijftigers genieten, twintigers en dertigers lopen weg.
Visser, kennelijk gewend aan het onverkwikkelijke, kondigde voor zijn optreden aan dat mensen die er niks aan vonden, maar even in de gang moesten wachten, wat een imposante 'braindrain' tot gevolg had. Maar alles wat ooit het Maagdenhuis had willen bezetten, bleef zitten. Toch was dit niet genoeg ruzie. Terwijl de bard mompelend bleef doorkankeren op machthebbers en Nederlanders, kwam er een twintiger roepen waarom hij niet naar huis ging want dat er tijdens zijn zang geen drank geschonken werd en we kwamen toch niet voor hem! Visser pakte onmiddellijk zijn spullen en verliet de zaal; de proteststem tegen protestliedjes (een jonge Telegraafjournalist, gonsde het gerucht) werd echter onmiddellijk door ouderen ingesloten en bestraft. En de lustrumcommissie kreeg haar zin: het bewijs dat de jaren zestig over zijn en het verzet tegen dictatoren gestaakt. En ik dacht: één ijstijd verder en niemand weet hier meer iets van.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.