*

 
dossier

Archief

Oef, wat 'n sublieme muziek, vindt u ook niet?

CASPER SCHOEMAKER; STIJN AERDEN − 15/01/96, 00:00

De zondag is een officiële rustdag, nog steeds. Hoe besteden mensen deze vrije dag? Deel 7: De jazzclub

Pas als de deur opengaat horen ze muziek. “Ha, Inez,” zegt een grote blonde man, “ze zijn al begonnen, hoor.” “Ojee”, schrikt de voorste dame. Ze draagt een zwarte coltrui met glittertjes, die te voorschijn komt als de portier haar mantel aanneemt.

“Dit is nou mijn buurvrouw, Margreet”, wijst ze. “Die wilde wel eens zien waar ik elke zondag uithang. Margreet, dit is Frits.”

Frits knikt. “Inez, heb jij vorige week je suede handschoenen laten liggen? Ik heb ze voor je apart gelegd.” Hij loopt om de balie heen naar achteren en bukt zich. Margreet is doorgelopen tot de tussendeur naar de zaal, waar ze stuit op een man met hangsnor, die haar wantrouwend aankijkt. “U bent lid?”, vraagt hij toonloos.

“Margreet hoort bij mij!”, roept Inez en wuift met haar suede handschoentjes. “Kijk aan”, bromt de man. ”Een introducée. Dat is dan zeven vijftig.” “Wacht, ik betaal.” Inez komt aangedribbeld. Ze heeft de portemonnee al opengeknipt. “Geen-spra-ke-van”, zegt Margreet en begint in haar handtas te rommelen. Inez schudt haar hoofd. “Ik heb jou uitgenodigd bij mij op de club”, zegt ze kribbig, “dus nou geen onzin.” “Toe dan maar”, zegt Margreet. “Maar dan betaal ik het eerste drankje.”

De man met de hangsnor haalt twee langwerpige kaarten uit zijn zak. De introducée krijgt er een stempel op. “Niet kwijtraken”, waarschuwt hij als zij de deur doorgaan. De zaal, met links voorin een langwerpige bar, heeft geen ramen. De lichten zijn gedimd. Het zou net zo goed elf uur 's avonds kunnen zijn, of drie uur 's nachts, in plaats van zondagmiddag vier uur. De band speelt - zes man op een rij, allemaal in smoking. Alleen de gitarist draagt een trui. Hij is dan ook de jongste, en alleen wat grijs bij de bakkebaarden.

Margreet wil gaan zitten, maar Inez trekt haar mee aan haar mouw. “Ik zit meestal daar.” Ze wijst naar het tafeltje tegen de muur. Ze lopen voor een mevrouw langs, die een ragfijne gouden armband draagt met twee bijbehorende oorbellen. Ze knikt Inez vriendelijk toe.

“Alles goed, Erica?” “Met jou?” “Prima” Ze lopen door. “Wat wil je drinken, Ien?”, vraagt Margreet losjes. “Droge sherry.” Margreet loopt voor de band langs naar de bar, waar ze vriendelijk wordt toegeknikt door drie heren. “Een nieuw gezicht”, roept een ongebonden man, HBO-niveau. Hij steekt zijn hand uit. “Harold!” Margreet wijst verschrikt naar Inez. “Ik hoor. . . bij haar”, gilt ze over de muziek heen. “U komt ook een partijtje meeblazen?!”, tettert een representatieve man van middelbare leeftijd met gevoel voor humor. “Neeeeh,” schrikt Margreet, “ik kom alleen kijken.”

Een levenslustige vijftiger met een gezellig buikje buigt zich naar haar over. “Kan ik de dame wat aanbieden?” vraag hij. “Geen sprake van. Ik betaal.” Bibberig haalt Margreet een tientje uit haar portemonnee. De barman fronst zijn wenkbrauw en wijst op de langwerpige consumptiekaart in haar ander hand. “Doe die maar”, zegt hij en zet twee turfjes achter 'wijnen etc.'.

Als Margreet beduusd is gaan zitten, klinken de eerste tonen van 'The man I love'. “Wat had Pierre?”, vraagt Inez. “Pierre?” Inez wijst op de man van middelbare leeftijd met gevoel voor humor. “Oh, dat is Pierre!” Margreet schiet in de lach. “Pierre van de witte chocola.” Inez bloost. “Ik kan jou ook niks vertellen”, zegt ze.

Net als in een gewoon café staat de besloten jazzclub vol eenlingen. Het verschil is dat zich er hier niet voor lijken te schamen. Ze komen voor de muziek.

Ze tuiten hun monden bij een drumsolo, knikken goedkeurend als de trompettist flink uithaalt, zingen woordelijk mee met liedjes over weggelopen echtgenoten en glimlachen fijntjes als de gitarist in zijn solo een fragment van sinterklaasliedje heeft verstopt. Ze herkennen het geluid van de verschillende instrumenten en applaudisseren op het juiste moment, na afloop van iedere solo.

Een buitenstaander zou hierdoor geïntimideerd kunnen worden. Het is alsof hij een achterstand heeft, die niet meer is in te halen. In de praktijk valt dat wel mee. Het oude-jazzrepertoire kent ook zijn beperkingen, en wie een keer of drie is geweest kan de meeste deuntjes meefluiten.

Na tien nummers stappen de muzikanten lachend en pratend het podium af. “Het was wel hard, hè”, zegt Margreet. Ze drinkt haar glas uit. “Nou, zullen we dan maar eens?” “Nee joh”, lacht Inez. “Het is pauze, ik ga nog een drankje halen. Jij ook?”

'Girl from Ipanema' 'It don't mean a thing if it ain't got no swing', 'Into each life some rain must fall' - tijdens het begin van de tweede set kijken enkele vrouwen geconcentreerd naar het orkest, en houden de consumptiekaart met twee handen vast, alsof ze aan een bingo meedoen.

Een dikke man geniet van zijn sigaar. Boven de tafels is het rustig, maar onder de tafels swingt het: van elk paar herenbenen beweegt er minstens een ritmisch op en neer, waarbij de hak van de grond komt en de tenen op de vloer blijven.

Een man heeft zijn benen over elkaar geslagen, en zwiept het bovenste zo hoog op, dat de glazen dansen op tafel. Twee witgekouste damesbenen swingen samen heen en weer; tippen de vloer aan - teen, hak, teen, hak - en maken zo een zigzagsteek over de vloer.

Tijdens het intro van 'We'll meet again' tikt Inez Margreet aan. “Opdrinken, we gaan.” Terwijl de muzikanten doorspelen en de bandleider ze een voor een aan het publiek voorstelt, leidt Inez Margreet voor de tafeltjes langs naar de uitgang. Onderweg gebaart ze dat ze vertrekt. Ze klopt hier en daar op schouders en wuift verontschuldigend naar de band. Voor de kruk van Pierre blijft ze even dralen. “Alles goed?”, schreeuwt hij boven de muziek uit. “Primadeluxe”, roept ze. Hij steekt zijn hand op. “Tot volgende week!” Blozend leidt Inez Margreet naar de vestibule. “Die Pierre,” zucht ze.

In de zaal is de muziek definitief afgelopen. “Bravo! Well done!”, klinkt het tijdens een uitbundig applaus. “Zo. . .”, zegt Margreet. “Dus dat is nou de club.” Zwijgend trekt haar mantel aan. “Het was weer eens echt een ouderwetse zondagmiddag”, mijmert Inez. “Lekkere muziek, lekker gedronken, iedereen weer gezien en gesproken. . .”

De portier neemt de consumptiekaart aan. “Dat is dan zevenentwintig gulden vijftig.”

“Ik betaal!”, zeggen de dames in koor.

mailIcon print |