*

 
dossier

Archief

HET GOEDE DOEL IS IN AMERIKA BIG BUSINESS/NATUURBESCHERMERS HANDELEN IN BEDREIGDE GEBIEDEN

AGNES KOERTS; DERIK VAN DER LAAN − 29/07/95, 00:00

Het 'meer markt, minder overheid' snijdt in vele initiatieven met goede doelen. De overheid wil zich ontdoen van de rol van geldgever. Maar hoe kunnen organisaties dan verder? Besturen praten over sponsors, de kans op donaties van 'vrienden', de binding met de achterban, mobilisatie van andere fondsen, fusie, reorganisatie. In de Verenigde Staten zocht het particulier initiatief altijd al naar geld. Inspelend op het ongeloof in de politiek, deregulering en een drang tot rentmeesterschap doen organisaties zelf zaken. Drie succesverhalen: De Trust for Public Land, Working Assets en Seattle Commons.

De organisatie beschermt tijdelijk stukken land die, vindt zij, vrij van bebouwing dienen te blijven, natuurgebieden moeten worden of recreatiegebieden bij of in de steden. Het zijn terreinen die vrij toegankelijk zijn voor iedereen, tenzij dit uit milieuoogpunt niet wenselijk is. TPL houdt ze in bezit tot het moment dat andere non-profitorganisaties of overheden in staat zijn de grond van TPL te kopen. Het gebeurt zelden dat de Trust zelf voor lange tijd grond vasthoudt. Zij heeft een grote deskundigheid opgebouwd op het gebied van planning en financiering van natuurgebieden, het onderhandelen bij grondzaken en het organiseren van voldoende draagvlak.

Vanuit 17 vestigingen werken 160 betaalde mensen, variërend van advocaten, accountants, biologen tot voorlichters. In een groeiend aantal staten zijn er filialen en natuurlijk is er een kantoor in Washington DC. President Martin L. Rosen zetelt in het hoofdkantoor in San Francisco's binnenstad.

Rosen: “Men kent ons, weet waar we voor staan en beseft ook dat we veel mogelijkheden hebben. Wanneer we het met een landeigenaar niet eens kunnen worden over een transactie of over de voorwaarden voor het toekomstig beheer, dan trekken we ons daar terug. We zetten ons geld op een ander project. Een jaar later meldt zo'n eigenaar zich vaak vanzelf weer bij ons.”

Gemiddeld elke anderhalve dag van het jaar sluit de Trust ergens in de USA wel een contract af. Het kan gaan om de paar honderd vierkante meters mooie omgeving rondom de geboortegrond van Martin Luther King in Atlanta, Georgia, maar ook om oppervlakten groter dan Manhattan. Momenteel liggen de grondprijzen vaak laag. Dat komt door de flauwe onroerend goed markt in delen van het land: “In zulke tijden maken we graag overuren”, zegt Rosen.

Wanneer particulieren en bedrijven grond verkopen aan de Trust, krijgen zij belastingvoordeel, omdat de Trust een algemeen, niet-commercieel belang nastreeft. Wie zijn kapitaal bij een TPL-Fonds inbrengt, ontvangt levenslang een aantrekkelijke, belastingvrije lijfrente waarna het bedrag gaat naar een speciaal door de gever van tevoren aangegeven project. Deze inbreng is aftrekbaar van de belasting. Gelijke voordelen zijn er voor de Land Conservation Partners: die geeft de Trust een lening tegen lage rente. Tot slot is er nog het systeem van Workplace Giving: werknemers van een bedrijf doen een gift, waarna de directie het bedrag verdubbelt en aan TPL schenkt.

De Trust koopt de grond onder de marktwaarde en verkoopt tegen marktwaarde. Wanneer het om natuurgebied gaat, komt het bezit onder bescherming. Tweederde van de inkomsten is uit zulke transacties afkomstig. De winst gaat naar nieuwe aankopen. Vrijwilligers krijgen een opleiding zodat zij in de regio de natuur beter kunnen beschermen. Ook worden publiciteitscampagnes gevoerd en goedwillende politici gelauwerd tijdens recepties.

Aangekocht gebied moet op een geschikt moment, maar liefst zo snel mogelijk, worden doorverkocht aan staat, county, city of regionale trust. Een enkele keer ook aan particulieren maar dan wèl onder strikte beheersvoorwaarden. De achterban bestaat voor een deel uit leden van een watchdoggroup die naleving van de verkoopregels nauwlettend in de gaten houdt.

Worden er ook compromissen gesloten als het gaat om het halen van de doelstellingen? “Jazeker”, zegt Rosen: 'We are also social animals! De bevolking die in en rond die gebieden belangen heeft, is soms tegen. Praten, redeneren, proberen te overtuigen, dat is onze missie. Wij zijn voor maximale natuurbescherming en we willen vooral zo concreet mogelijke stappen in die richting doen. Maar liever vandaag een gebied voor 80 procent gered dan het de komende tien jaar verder zien verloederen.”

Rosens organisatie stimuleert het opzetten van regionale of locale Land Trusts. Duizend zijn er al. Eenderde rees de laatste vijf jaar uit de grond. Aan het hoofd van de helft van alle organisaties staat een vrijwilliger. Naast de 0,4 miljoen hectare die TPL nu beschermt, tekenen de Land Trusts nog eens voor behoud van 1 miljoen hectare. Vaak delen TPL en Land Trust de financiële risico's van projecten om een bepaald gebied open te stellen of - de andere kant - juist te vrijwaren van menselijke invloed. “Soms gaan we allebei voor veel geld het schip in. We beseffen de risico's, we lopen er niet voor weg. Maar als het nodig is om ons doel te bereiken, dan kiezen we ervoor”, zegt Rosen. Tussendoor geeft hij kort een lobbyist telefonisch een peptalk en verweeft dan moeiteloos de strekking van het telefoontje direct in ons gesprek.

Voor wandel- en fietspaden heeft TPL veel aandacht. De Trust legt die aan, samen met lokale organisaties en de overheid. De lokale en regionale overheid kan daarbij overigens de laatste jaren putten uit een federale geldpot, die wordt gevoed door een paar procent van de accijns op de autobenzine.

Sinds de invoering van een nieuwe Vervoerwet in 1991, opvolger van de Highway Act, kunnen overheden op kosten van de autorijder meer doen aan openbaar vervoer, fiets- en voetgangersvoorzieningen. Een typisch voorbeeld van hoe dat werkt, is te zien in Baltimore, aan de oostkust. In en rond de stad wordt een routenetwerk voorbereid van 45 kilometer lengte (de 'Baltimore Walks') dat woonbuurten, waterfronten en parkgebieden aan elkaar verbindt. De burgemeester steunt, na veel aandringen, het initiatief. Hij benoemt een task force met mensen uit maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en overheid. Meer dan honderd meedenkers, burgers in hun vrije tijd, zijn betrokken geweest bij het ontwerp van de routes en het bepalen van de beste toegangspunten. Om draagvlak en publiciteit te krijgen hebben 800 vrijwilligers alvast delen van de route schoongemaakt. Ze haalden meer dan honderd ton aan afval weg. TPL helpt bij het schrijven van de voorstellen, het bij elkaar brengen van het geld en fluistert de beste tactiek in hoe je genoeg mensen erbij betrekt.

Oude immigrantenroutes naar de westkust in begaanbare staat terugbrengen, dat spreekt tot de verbeelding van veel Amerikanen. Sinds 1968 is er door de federale overheid een National Trails System getekend waarop ook veel van deze historische routes staan. Maar door gebrek aan geld stagneerde de uitvoering. De Trust for Public Land kan in zulke gevallen voor de federale overheid de routes inspecteren en de grond van particulieren kopen.

Zo is een belangrijk deel van de 3 500 kilometer lange Oregon Trail, van het stadje Independence (Missouri) naar Portland (Oregon) in kaart gebracht. Vanaf 1840 trokken hierlangs meer dan 300 000 migranten westwaarts, op zoek naar goud of hongerig naar nieuw land. Veel karresporen verdwenen, maar aan de hand van nog aanwezige markeringen onderweg, zoals posthuizen en stenen borden, is veel te reconstrueren. Deze route is nu in bezit van een dozijn overheden en honderden particuliere grondbezitters.

Samen met de vrijwillers van de Oregon-Califonia Trails Association uit Missouri ging TPL na hoe je aan de ene kant de route kunt beschermen tegen de commercieel-toeristische druk en aan de andere kant ook gewenst bezoek zou moeten stimuleren. Hun onderzoek leerde dat er een toenemende hang is naar bescherming. Mensen zijn er trots op, langs de Trail te wonen. Een van initiatieven van de natuurbeschermers is dan ook, aan grondeigenaren certificaten uit te reiken waarop staat dat zij werkelijk aan de route wonen. Daarnaast worden ze bij verkoop van hun grond gestimuleerd in de verkoopakte bepalingen op te nemen die de trail en haar omgeving beschermen.

Momenteel speelt zich eenderde van het werk van TPL af in stedelijke gebieden. In 2000 moet dat de helft zijn. Het doel is dan zo'n 4 miljard dollar extra te hebben ingezet om gebieden vrij van bebouwing te houden, te veranderen in parken of te bestemmen tot natuurgebied. Ook projecten die meer groen èn verdichting (meer woningen in bestaande stad) combineren, hebben warme steun. “Wanneer er meer groen komt, stijgt de waarde van onroerend goed. Op die manier argumenteren we naar investeerders en proberen we van hen geld te krijgen. In steden en suburbs wonen de meeste Amerikanen. We zijn bang dat die verder gaan vervreemden van de natuur”, aldus Rosen. “Dat is slecht voor de armen in de oude stadsgebieden. Die moeten we perspectief bieden. Maar ook politici en andere beslissers die ons steunen, zijn zelf op de stad georiënteerd en hebben minder traditionele binding met natuurgebieden en het platteland. Cities and nature should be at peace, not at war.”

TELEDEMOCRATEN KOPEN EEN SCHONE OMGEVING

Toen in de Verenigde Staten de telefoonmonopolies verdwenen, zag Peter Barnes zijn kans. Hij richtte met vrienden een telefoonmaatschappij op, maar ook een beleggingsfonds en een credit cardbedrijf. De winst van Working Assets gaat naar ideële organisaties. En de klanten laten op Free Speech Day of per brief hun stem horen in regeringskringen of bij de top van grote concerns. Peter Barnes heeft net 57 000 dollar besteed op de beurs van Chicago voor 600 000 ton vervuilingsrechten op zwaveldioxide. Hij wijst met een lach naar de prullenbak onder zijn bureau: de rechten zullen nooit worden gebruikt. Ze zijn verscheurd. De elektriciteitsmaatschappijen die de rechten onderling verhandelen om hun schoorstenen te kunnen laten roken, kunnen er niet meer aankomen. De 57 000 dollar is vergaard door Working Assets in San Francisco. En Barnes is hier de man die al bijna tien jaar lang bedenkt hoe de markt te gebruiken om goede doelen te bereiken.

Je zou Working Assets een beetje kunnen vergelijken met de Nederlandse Postcodeloterij: ze halen geld binnen om het te besteden aan doelen op het gebied van milieu en natuur, ontwikkelingshulp en internationale economie, vrede, mensenrechten en economische onrechtvaardigheid. “Wij rijden mee”, zegt Barnes, “op de achterbank van de telefoonmaatschappijen zoals AT & T, de credit cardorganisaties zoals Mastercard. Wij kopen hun diensten in het groot in en we verkopen ze met winst door aan onze eigen klanten. Die klanten beslissen over besteding van de winst en zo beïnvloeden ze de politiek en de samenleving.” Zo zeiden de klanten een jaar geleden: koop van onze winst vervuilingsrechten. Volgens de Clean Air Act moeten elektriciteitscentrales in het jaar 2000 hun uitstoot aan zwaveldioxide met de helft hebben verminderd. Om dat niveau te bereiken, heeft elke centrale een maximum opgelegd gekregen. Als een centrale onder die grens blijft met zijn emissie, dan verdient hij punten die staan voor vervuilingsrechten. Die kan het bedrijf op de markt verkopen en dat gebeurt voor de hele VS op de beurs van Chicago. Barnes kocht voor 600 000 ton aan rechten. Working Assets zou nu dus zoveel ton zwaveldioxide mogen gaan uitstoten, of het pakket doorverkopen. Barnes: “Nee, we bergen ze niet op in de brandkast met het idee dat we ze later bij opbod met winst kunnen verkopen. We hebben ze weggegooid. We hebben schone lucht gekocht.” Als hij de SO2-rechten heeft gekocht, is Barnes' taak volbracht. Het is aan de actiegroepen die vechten voor schone lucht om verder te werken.

De kamer waarin hij zetelt, in Montgomery Street in San Francisco, is niet erg groot. Working Assets heeft in dit gebouw 120 mensen werken. Barnes is sinds enige tijd niet meer de eerste man; hij verkoos de titel 'political director' in plaats van 'president'. Zijn vistekaartje toont zelfs eerst een andere titel: 'founder', oprichter. Op tafel liggen multomappen met informatie over zijn bedrijf, alsof hij een vertegenwoordiger op reis is. In zijn kamer staat ook geen aktentas. Vermoedelijk verplaatst hij zijn papieren in de kleine rugzak die in de hoek staat. De kamer is opgeruimd en overzichtelijk. Alles wat Barnes nodig heeft, is vindbaar, er komt geen secretaresse aan te pas. Even oogt hij als iemand die in Nederland 'een milieuman' zou kunnen heten. Maar Barnes blijkt een creatieve zakenman. 'De ondernemer onder de consumenten' is hij genoemd door Ralph Nader, de man die in de jaren zeventig in de VS (en later ook in Nederland) een voortrekkersrol vervulde bij de opkomst van de beweging die zei dat consumenten ook rechten hebben.

Barnes richtte in 1983 Working Assets op als een beleggingsfonds. Het bood mensen die bezorgd waren over vervuiling, kernenergie en bewapening een manier om hun spaargeld 'schoon' weg te zetten. Later ontstond het idee, een eigen credit card te gaan maken en distribueren. Barnes: “Wij beseften dat mensen meer geld uitgeven dan ze sparen. Dus dachten we: hoe kunnen we mensen een gemakkelijke weg bieden om hun dagelijkse uitgaven te doen en er toch een impact aan te geven?” Het schenken van geld of het geven van een mening moeten gewoon, routinematig, meelopen in het dagelijks leven.

In 1988 begon de telefoonmaatschappij. Sinds 1991 is Working Assets gesplitst: één onderneming die het beleggingsfonds doet en één voor telefonie, credit cards en vliegtickets. Het systeem is telkens zo dat Working Assets wederverkoper speelt. Het koopt telefoonminuten in het groot in bij een van de drie telefoonmaatschappijen in de VS (AT & T, Sprint, MCI). Sinds het monopolie van de telefoon af is, zijn zij de drie grote maatschappijen geworden. Een paar honderd wederverkopers sloten met hen contracten om voor hen het lange afstands-telefoonverkeer te verzorgen op hun infrastructuur. Die markt omvat in de VS naar schatting 200 miljard telefoonminuten, totaal 40 miljard dollar. Working Assets is zo'n wederverkoper. De prijs is voordelig vanwege de grote inkoop, en de wederverkoper kan met een eigen dienstbetoon de klanten bedienen.

De contacten lopen via de maandelijkse telefoonrekening. Klanten kunnen het notabedrag naar boven afronden en ze weten dat hun extraatje naar Greenpeace gaat, naar hongerigen in Somalië, naar Amnesty International, het ANC van Mandela, naar organisaties die werken in arme wijken in de VS. Omdat het allemaal non-profit organisaties zijn, is elke gift fiscaal aftrekbaar.

De klanten - het zijn er nu ongeveer 160 000 - maken zelf elk jaar eerst de nominaties voor de doelen waarheen het geld gaat. De 36 meest genoemde organisaties vormen elk jaar weer een nieuwe groep. Afgelopen jaar verdeelden zij ongeveer 1,5 miljoen dollar, over 1995 wordt gerekend op een bedrag van 2 miljoen dollar. “Voor grote organisaties betekent onze gift zoiets als een Oscar, voor de kleintjes is het geld natuurlijk belangrijk.”

Zo kreeg in 1993 de organisatie Planned Parenthood ruim 55 000 dollar; zij adviseert en adverteert over geboortenregeling en toen AT & T haar jarenlange sponsorgelden terugtrok (onder druk van christelijk rechtse groeperingen), redde Working Assets dat wat de Amerikaanse Rutgersstichting zou kunnen zijn. Amnesty International kreeg in dat jaar 40 000 dollar, Ralph Naders Public Citizens 21 000 dollar. Maar ook ging er 31 000 dollar naar de aanplant van jong bos.

Dat geld groeit niet alleen door de 'fooi' die telefoonabonnees elke maand als extraatje bijschrijven. Working Assets stopt tien dollar in de pot voor elke nieuwe lid/abonnee. Elk telefoongesprek wordt 1 procent duurder gemaakt - om door te geven aan de 36 begunstigde instellingen. Voor elke aankoop met een credit card geeft Working Assets 5 dollarcent.

Barnes verklaart zijn gedachtengang: “Wij zenden onze telefoonabonnees elke maand een rekening. Wat zou erop tegen zijn om aanvullende informatie mee te sturen over onderwerpen waarvan we weten dat ze onze klanten na aan het hart liggen?” Dat heeft zich ontwikkeld in een interessante 'teledemocratie', zoals Barnes het noemt. “Wij laten uw stem horen”, drukt Working Assets op de envelop met de rekening. Elke maand kunnen abonnees op een Free Speech Day (meestal de eerste maandag van de maand) gratis bellen naar een politicus, een hoge ambtenaar of een directeur van een bedrijf, door Barnes en de zijnen uitgekozen. Zo'n figuur moet eens van veel mensen een hart onder de riem krijgen of veel kritiek krijgen vanwege een bepaald plan, een daad of een idee. De maandelijkse nota beschrijft wie dat is en voor welk onderwerp de hooggeplaatste verantwoordelijk is. Op een apart velletje staat het eerdere resultaat van het bellen en schrijven: “Meer dan 31 000 telefoontjes en brieven van klanten van Working Assets kwamen binnen bij het Huis van Afgevaardigden om te pleiten voor de nieuwe Boswet. En nu de Senaat nog!”

Barnes laat mensen bellen naar de staatssecretaris van defensie om te pleiten voor minder wapenexport. Hij geeft het nummer van de baas van de SEC, het controleorgaan op de effectenhandel, om te eisen dat aandeelhouders het recht houden om over het sociaal beleid van bedrijven te oordelen. Onder het kopje 'An apple a day may not be okay' volgt een oproep te bellen naar een parlementslid in Washington DC over een wet die grenzen stelt aan het bespuiten van fruit met pesticiden, omdat ze zeker voor kinderen een risico leveren op kanker.

Wie niet wil of kan bellen, kan een vakje aankruisen en dan schrijft Working Assets een brief naar deze instanties, op verzoek van de telefoonabonnee. Voor elke brief die je verzonden wilt hebben, gaat de volgende nota omhoog met drie dollar, voor twee tegelijk 4,50 dollar.

Met een bescheiden lach zegt Barnes dat gemiddeld per maand 40 000 mensen willen dat er actie wordt ondernomen: ze bellen zelf op Free Speech Day of ze vragen Working Assets een brief te schrijven. 'Triomf in Washington', zegt een folder met het jaarverslag aan de abonnee. Een wet tegen wapenhandel, een eind aan discriminatie van minderheden als ze geld willen lenen, een moratorium voor kernproeven werd bereikt mede dankzij de tienduizenden 'teledemocraten' van Working Assets.

De telefoonnota's zijn gedrukt op gerecycled papier, de inkt is gemaakt op basis van soya-olie. De boodschappen voor de klanten zijn bondig en kort geformuleerd en duidelijk vormgegeven. De keus is uitnodigend en alle items van de afgelopen maanden blijken belangrijk, maar ook fris benaderd. In een jaarverslagje staat op de omslag: “U bent onderdeel van een opmerkelijk netwerk. Dit is wat u afgelopen jaar meehielp opbouwen - gewoon door te telefoneren en met een credit card te betalen.”

Het werken via de telefoonnota en de credit card vindt Barnes een goede manier om mensen te organiseren. “De meeste organisaties zijn één issue groepen, wij proberen een heleboel verschillende issues te dekken.”

Hij heeft alweer nieuwe plannen. Hij, van huis uit journalist, trekt zich terug uit Working Assets. “Ik vond dat het tijd werd”, zegt hij. “Schrijven, dat zou ik graag weer meer doen.” Een van zijn uitdagingen voor dit jaar is een grote coalitie van de belangrijke milieuorganisaties in de Verenigde Staten. Zij sluiten zich aaneen om, allemaal op hun eigen specialisme, één industrietak door te lichten en aan te pakken: de papierindustrie.

Buiten, tussen de wolkenkrabbers van de binnenstad van San Francisco, giet het van de regen. In de hal van de etage waar Working Assets kantoor houdt, hangen banieren in de bedrijfskleuren groen-donkerpaars; 'We need to talk to you'. En: 'Working Assets seeks new friends (yours)'. Op de folders die deze maand bij de telefoonrekeningen zitten, staat het nog mooier: 'Want a better world? Now you can order it by phone.'

BURGERS LEGGEN EEN PARK AAN, DE OVERHEID KOMT LATER WEL

Seattle heeft het minste groen van alle steden in het Westen van de Verenigde Staten. Hier wordt midden in de stad dure grond omgewoeld tot een park. Een groep burgers weet groot geld bij elkaar te krijgen voor plannen èn uitvoering. De overheid volgt op afstand.

In Seattle gaan bedrijven tegen de vlakte om plaats te maken voor een combinatie van gras, bomen en duurdere bestemmingen. “Wij zijn bezig met het aantrekken van kapitaal”, zegt Gary Davies, een van de directeuren van de non-profit organisatie Seattle Commons. “We hebben ervoor gekozen, te opereren als marktpartij, op gelijke voet met projectontwikkelaars.”

Nabij de wolkenkrabbers van de binnenstad van Seattle, aan één kant begrensd door een groot meer, Lake Union, moet een groene long ontstaan. Om het park komt een wijk met de nodige verbindingen. De opbrengst van nieuwe appartementen, soms in gerenoveerde bedrijfsgebouwen, maakt de financiering rond.

Davies: “Sommige bedrijven worden uitgekocht. We proberen ook via ruil van stukken grond de eigendomsverhoudingen te herschikken. Een deel van het gebied blijft in gebruik zoals het nu is. Niet alles gaat op de schop, een aantal bedrijven gaat gewoon door. We willen een paar gebouwen met architectonische waarde opknappen en een andere functie geven. Het liefst een publieke functie, maar eventueel commercieel.”

Geld van bedrijven en van individuele burgers vormt het kapitaal van de organisatie. Computergigant Microsoft, naast Boeing één van de grote ondernemingen in deze streek, is een belangrijke sponsor. Microsofts mede-oprichter Paul Allen, die ook bezig is in Seattle een Jimi Hendrix Museum op te zetten, legde voor de plannenmakerij alleen al ruim 20 miljoen dollar op tafel in de vorm van een zachte lening. Binnen twee jaar tijd kreeg Seattle Commons daarnaast nog ruim 10 miljoen dollar bij elkaar, behalve in leningen ook in schenkingen. Toen het fabrikantenechtpaar van de Cellular One-zaktelefoons een miljoen dollar schonk, kon voor twee jaar een professionele organisatie gaan draaien, die plannen ontwerpt en top-architecten inhuurt. Met het geld wordt niet alleen een wijk ontworpen. Accountants berekenen de beste financieringsconstructies. Seattle Commons heeft al de mooiste stukken grond in het gebied aangekocht en aast op meer kavels.

Bureau en tekenkamers zijn gevestigd in een voormalig bedrijfsgebouw, vanzelfsprekend op een terrein midden in het gebied, waar zometeen eekhoorns moeten rennen. Mensen lopen in en uit. Op de loonlijst staan nu 15 medewerkers, dat waren er een jaar geleden nog meer dan 20, en het kunnen er volgend jaar evengoed 40 zijn. Grote reclameborden bij het gebouw maken de automobilisten op de drukke route erlangs attent op de plannen: hier verrijst een nieuw gebied om te verblijven, maar ook om te werken en te wonen.

Het groen van Seattle valt in het niet bij de weelde van de grote concurrent, Vancouver, twee uur rijden net aan de andere kant van de grens met Canada. De wijde omgeving van de stad is fantastisch. Seattle ligt aan grote baaien en meren. Eeuwig besneeuwde pieken met in de buurt wintersportfaciliteiten, nationale parken en uitgedoofde vulkaaneilanden vormen de horizon. Het vestigingsklimaat is gunstig. Maar in de stad zelf is vrijwel nergens een plantsoen of park te bekennen. De maatschappelijke voorhoede van deze traditioneel blue collar georiënteerde, gemeenschap riep al jaren dat het minste wat een grote stad moet bieden 'minimaal één behoorlijk park zou moeten zijn'. De ruimte in Seattle is echter beperkt, de grondprijzen zijn hoog. De overheid kon niets doen en er gebeurde niets.

Dat veranderde toen John Hinterberger, een columnist die de culinaire rubriek verzorgt in de regionale krant de Seattle Times, in het voorjaar van 1991 buiten zijn onderwerp trad. Een paar keer achter elkaar zwengelde hij in zijn rubriek de noodzaak aan van een beetje fatsoenlijk park in elke zichzelf respecterende stad. De vele reacties die volgden leidden tot het oprichten van de Seattle Commons.

Binnen twee jaar haalden particulieren de miljoenen binnen, en niet alleen van groot geld-gevers. Het draagvlak moet zo breed mogelijk zijn en daarom kan iedereen lid worden. Met een donatie, die begint met een minimumbedrag van één dollar voor 'Little Friends van de Commons', kinderen onder de twaalf jaar. Je kun gaan tot 1000 dollar of meer: dan ben je 'Super Friend'. Elk kwartaal verschijnt een Newsletter met de stand van zaken, een overzicht van de recente donaties en nieuwe namen van organisaties of personen die het initiatief steunen. Vanzelfsprekend wordt verslag gedaan van de laatste vrijwilligersactie om het gebied vast wat op te ruimen. Tonnen aan puin, afval en overwoekerde struiken zijn al weggehaald.

In tegenstelling tot Nederland, waar investeringen door de overheid meestal een grote golf aan privé-investeringen achter zich aan krijgen, stak de overheid pas geld in het gebied nadat de Commons haar dollars bij elkaar had. De Commons betaalde een Milieu Effect Rapportage van een miljoen dollar. Gevolg: een federaal budget van $ 35 miljoen is toegekend voor het schoonmaken van Lake Union, het verontreinigde meer dat de zuidelijke grens van het park gaat vormen. Met dat geld wordt ook de afvalzuivering gefinancierd.

Een ander succes is geboekt op het gebied van huisvesting. Naast geplande dure appartementen blijft een deel van de sociale huisvesting van de bestaande wijk overeind, maar dan in betere gebouwen. Er komen huizen in gerenoveerde fabrieksgebouwen. De bouw begint binnenkort: $ 7 miljoen is gegenereerd voor deze toch kleinschalige vorm van sociale woningbouw. Commons-woordvoerder Davies schat dat voor het hele plan zo'n $ 380 miljoen aan overheidsfinanciering nodig is, uitgesmeerd over meer dan tien jaar, als aanvulling op de particuliere gelden.

Het gemeentebestuur loopt achter deze ontwikkelingen aan. De burgemeester steunt het initiatief omdat het hem goed leek voor zijn herverkiezing. Nadat Commons haar plan had ingediend, zijn zes stadsplanners permanent vrijgesteld om de voorstellen te bekijken. In de loop van dit jaar moeten de gemeenteraad en de kiezers (in een referendum) het groen- en bouwplan goedkeuren. Zij moeten dan ook ja of nee zeggen tegen de hoeveelheid geld die de overheid erin steekt.

Dit is geen utopisch project. David Dowall, specialist in grondzaken als hoogleraar economie in Berkeley (Californië), kijkt nieuwsgierig naar Seattle. Hij zegt desgevraagd: “In oudere bedrijfsgebieden rondom de oude down-towns zijn vele mogelijkheden voor vernieuwing via verdichting en functiemenging. Aan de oost- en de westkust van de VS groeit de vraag naar woonwijken waar je vlakbij werkt èn vrije tijd kunt doorbrengen. Dat Seattle Commons om het park wil bouwen in on-Amerikaanse hoge dichtheden roept vaak wel vragen op. Maar wanneer je doet zoals zij, ruimte scheppen èn goede verbindingen maken, voorzie ik dat andere steden Seattle zullen volgen.”

Wat meehelpt, is dat in Seattle een planningstraditie ontbreekt. “Wanneer veel gevestigde instituties naar plannen kijken, krijgen die sterker hun kleur. Terwijl steun van de bevolking minder aandacht krijgt. Zulke organen houden te sterk rekening met de mening van de politici”, zegt Steve Clagett. Hij is de directeur van een organisatie die de stedelijke groei kritisch volgt in de staat Washington, waarvan Seattle de belangrijkste stad is. “Voorstellen staan dan soms zo ver van het publiek af dat de kiezer tegenstemt en de overheid met lege handen staat. Het is veel beter, zoals bij de Commons, dat professionele grassroots-organisaties rechtstreeks met het publiek discussiëren, marktpartijen en geld bij elkaar zoeken. Zo kweken zij het draagvlak voor een project.”

De Commons zorgen intussen voor een permanente goed-nieuws show. Elk bereikt resultaat staat breed in de media. Om het scala aan uiteenlopende belangen te bedienen, worden argumenten per doelgroep uitgesplitst. Investeerders horen dat dit gebied nog voldoende ruimte biedt in tegenstelling tot Down Town en dat je er toch dichtbij zit in een riante, groene omgeving. De bereikbaarheid is goed en er zijn nu ook plannen voor een regionale metro met een halte in het gebied. De milieu-organisaties krijgen een aantrekkelijke Eco-City aangeboden. Behalve een royaal park is er veel aandacht voor fiets- en looproutes en openbaar vervoer. Er wordt gebouwd in hoge dichtheden en de auto's staan niet op straat geparkeerd.

Bedrijven die nu nog draaien op de plaats waar een boom en een vijver zijn gedacht, worden uitgekocht. Hun tegenstribbelen is deels bedoeld om hogere verkoopprijzen te ontvangen. De lokale overheid wint op den duur ook, stelt de organisatie. Door de waardestijging van het gebied ontvangt de gemeente meer dan ze moet uitgeven. De belastingopbrengst uit dit gebied zal sterk toenemen, oplopend tot een surplus van miljoenen. “Zo ontstaat een rendabele investering voor een gemeentebestuur dat nu steeds een lege kas ziet”, aldus woordvoerder Davies.

Verschillende welzijnsorganisaties hebben zich eerst verzet tegen het initiatief. Zij voorspelden de komst van een chique buurt, waar alle lagere inkomens en daklozen uit geweerd zouden worden. Door een ontwerp te maken met een mix van duur en goedkoop wonen èn door snelle realisering van een paar sociale complexen, heeft Commons deze tegenstand geslecht, de organisaties zijn voorstanders geworden. Het publiek zal de grootste winnaar zijn, is de permanente boodschap. Davies: “De burgers krijgen een park terwijl de stad er nooit één had. Een verkeersobstakel wordt weggenomen. Royaal wonen en werken dichtbij het stadscentrum komt in een paar jaar binnen bereik voor meer mensen.”

IN NEDERLAND KAN HET NOG NIET ZOALS IN DE VS

Jaloers kijken de Amerikanen naar de Nederlandse Nationale Postcode Loterij, het idee dat ontsproot in kringen van de ontwikkelingshulporganisatie Novib. Het inzamelen van geld via een loterij en het verdelen over zes goede doelen (onder andere Natuurmonumenten, Wereld Natuur Fonds, Novib, Stichting Doen) is een gouden greep geweest.

In de Verenigde Staten zijn loterijen niet toegestaan. Maar er zijn wel veel andere wegen om zaken te doen waarmee goede doelen kunnen worden bereikt. De Amerikanen spelen openlijk met fiscale voordelen. De belastingvrijstelling op schenkingen wordt veel ruimer gebruikt en geëtaleerd dan in Nederland.

Hier bestaat de aftrekbaarheid van giften aan in Nederland gevestigde instellingen van levensbeschouwelijke aard, aan kerkelijke, liefdadige, culturele en wetenschappelijke instellingen en aan instellingen die het algemeen nut beogen. Maar zij moeten wel een drempel te boven gaan, en niet uitstijgen boven een grens. Sinds een jaar heeft Nederland ook een fiscale vrijstelling voor rendementen, voortgekomen uit 'groene' beleggingen, in bos, natuur, milieuvriendelijke energie-opwekking en in 'groene' fondsen. Er zijn veel meer mogelijkheden dan giften en lijfrenten, de twee belangrijkste belastingvoordeeltjes die Nederlandse charitatieve instellingen hun (potentiële) geldgevers voorhouden. Net als in de VS hoef je ook hier geen belasting te betalen over de rente en het inkomen dat een trust of fonds uitkeert nadat je daaraan een groot bedrag hebt geschonken. De uitkeringen worden pas belast als ze het oorspronkelijke schenkingbedrag overschrijden. Wie in de VS grond verkoopt aan een Land Trust betaalt mier vermogenswinstbelasting dan bij verkoop aan een projectontwikkelaar. In Nederland wordt een vermogenswinst bij grondverkoop door een particulier niet belast.

Aankoop van natuurgebied gebeurt in Nederland door overheid en particuliere organisaties als Natuurmonumenten. De organisaties drijven op geld van leden en donateurs, maar krijgen ook (nog) geld van de schatkist. Zij zijn ook veel kritischer in het aannemen van giften van bedrijven. De manier waarop een organisatie als de Trust for Public Land inspeelt op het fiscale systeem is niet te vergelijken met het meer bescheiden werk in Nederland. Natuurmonumenten is heel succesvol in het betrekken van het publiek bij haar werk. Maar zij

mailIcon print |