Neus is een van de duizenden studenten die zich op latere leeftijd bij een universiteit hebben aangemeld. Jarenlang bekleedde hij allerlei adviesfuncties bij het Nederlands cluster van institituten voor de Volkshuisvesting (NCIV), de toenmalige katholieke koepel van woningbouwverenigingen, waar hij op het laatst de assistent van directeur F. Andriessen was. Neus had dan wel economie gestudeerd, maar zag dat destijds meer 'als papiertje om verder te komen'. Uiteindelijk heeft hij zich nadrukkelijk op de dienstverlening gestort.
Jaar op jaar zat hij voor zijn werk in de auto, maar nooit alleen. Altijd had hij een cassette in de gleuf van zijn recorder, met daarop buitenlandse conversatie en taaloefeningen. Neus hoorde dan een dame Spaanse zinnen formuleren, die hij tijdens de rit herhaalde. Zo sprak hij Portugees op de Afsluitdijk, Grieks bij knooppunt Oudenrijn en Russisch bij Hazeldonk. Zijn kinderen hebben het nu nog over hun vader die zelfs op de zondagse autoritjes het niet kon laten Chinees te spreken.
De aandacht voor de taal - maar dat is voor Neus eigenlijk de te enge definitie van zijn belangstelling voor cultuur - was altijd latent aanwezig, maar werd definitief geactiveerd toen Neus' dochter een Teleac-cursus Spaans begon. Haar vader van vijftig kwam bij haar op de bank zitten, en na een paar lessen hield zij het voor gezien, en ging vader verder.
“Het viel me op hoe makkelijk ik zo'n vreemde taal oppikte, en wat voor een wereld dan voor je opengaat. Na een paar maanden kun je de Spaanse kranten lezen, na een jaar kun je op vakantie met de Spanjaarden spreken, na anderhalf jaar krijg je toegang tot hun literatuur, en die van geheel Latijns Amerika. De taal is voor mij de sleutel tot die onbekende culturen gebleken. En vakanties werden daardoor opeens culturele reizen, ontdekkingstochten.”
Na Spaans is Neus Italiaans gaan doen, en maakte uiteindelijk zoals hij het zelf uitdrukt 'een rondje Middellandse Zee'. Langs Portugal, Griekenland (“De jus van een reis is met een Griek op een bankje te zitten.”), en Turkije is hij met een uitstapje naar de Russische en Chinese taal nu uiteindelijk in het Arabische taalgebied terecht gekomen. Nooit heeft hij overwogen verder te gaan in een taal. “Ze hebben me hier in de buurt wel eens gevraagd of ik niet met een conversatie-clubje wilde meedoen. Maar nee, ik kan me natuurlijk verder op één taal richten, maar dat gaat zo langzaam. Terwijl de kennismaking met nog zoveel culturen wacht.”
Toen de Vut naderde, besloot Neus zijn studie te verbreden en te verdiepen en Culturele Studies te gaan volgen aan de Open Universiteit. “Ik voelde op een gegeven moment zelfs de drang om met werken te stoppen om met de studie te kunnen beginnen. Aanvankelijk zocht ik een inleiding kunstgeschiedenis, maar dat aanbod van de Open Universiteit was zo aanlokkelijk, dat ik alle specialisaties binnen Culturele Studies heb genomen. Zo heb ik me de afgelopen jaren verdiept in culturele en politieke geschiedenis, beeldende kunst en kunstgeschiedenis, filmkunde, literatuur, de Italiaanse renaissance, muziek en opera, en filosofie. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik iets moest, de universiteit heeft me uiteindelijk moeten waarschuwen dat ik mijn propedeuse al had gehaald.”
Neus is niet iemand die in de Vut angstig op zoek is gegaan naar een alternatief voor de werkweek van voorheen. Hij heeft ook moeite te omschrijven wat het doel van zijn studie is, wat hij er mee wil. “Ik heb belangstelling voor interessante feiten en verbanden, wil zicht op de werkelijkheid van nu en die van het verleden. Soms verzucht ik: hé, dat zit dus zo in elkaar. En met dat resultaat kun je weer van alles.”
Hij geeft een voorbeeld: “Ik heb me net verdiept in de prehistorische ontwikkeling van Nederland, en dan zie je hoezeer het landschap is gevormd door de cultuur, door de invloed van de mens. Met die kennis rij ik opeens totaal anders door het duingebied van Noord-Holland. Je ziet als het ware de geschiedenis terug in het landschap. Hetzelfde gebeurt bij bezoeken aan het buitenland, op de lange wandelingen door de oude binnensteden. De cultuur, de architectuur, het zegt mee veel meer.”
Zijn belangstelling voor kunst is in een paar jaar tijd geëvolueerd. “Ik was altijd gek op musea, maar ik bleef eigenlijk noodgedwongen binnen de traditionele kaders. Het is voor een relatieve leek erg moeilijk daar buiten te treden. Maar mijn houding is drastisch veranderd. Opeens ontdekte ik dat de 18de eeuw ook de moeite waard is, en de eerste helft van de 19de! Ik heb ook de moderne kunst ontdekt, ga naar het Stedelijk in Amsterdam, de Dokumenta in Kassel, en ik word geïntrigeerd door werken waar ik vroeger langs liep. In feite heb ik met mijn studie een schatkamer ontdekt.”
Neus geniet van studie op latere leeftijd, en denkt zonder weemoed terug aan het zwoegen in zijn eerste studie economie. “Ik zie mezelf nog wel eens zitten, in de collegebank, werkend van tentamen naar tentamen, en maar schrijven. Discussie was niet mogelijk: het was verboden een hoogleraar tegen te spreken en vragen stellen was een teken van domheid. De stof was misrabel saai, en slecht toegespitst.” En de student economie had eigenlijk veel liever geschiedenis willen studeren, maar daarmee kon hij destijds alleen docent worden, en voor de klas staan wilde Neus per se niet.
Met zijn tweede studie gaat Neus heel anders om, efficiënter vooral. Hij is zijn wilde haren kwijt en hoeft zich niet op het verenigingsleven te storten. Met zijn werkervaring leest hij snel en kan hij gemakkelijk kennis tot zich nemen. “Ik leg met mijn ervaring ook snel verbanden, en soms is dat vervelend. Ik neem vaak een voorsprong op de voorgeschotelde stof, wat de rest van de aangeboden teksten saai maakt. Mij hoef je niets meer te vertellen over volkshuisvesting na de tweede wereldoorlog, maar dan moet ik nog tien hoofdstukken.” Toch heeft dat vergaarde inzicht vaker voordelen, het is Neus tevoren al duidelijk waarom bepaalde elementen worden aangedragen, omdat hij het grotere verband al aan de horizon ziet gloren.
Studenten van de Open Universiteit studeren thuis. Soms is dat volgens Neus wel een eenzame aangelegenheid, maar een individuele leerroute op eigen houtje en eigen tempo doorlopen is wel zeer economisch, heeft hij bemerkt. “Tijdens mijn studie heb ik grote twijfels gekregen bij de overdracht van kennis aan de Nederlandse universiteiten. Wat kun je op colleges bezuinigen! Waarom moeten studenten met zijn honderden dure colleges volgen, als ze de stof ook thuis in een boek kunnen lezen?”
Neus begint binnenkort - thuis - aan zijn scriptie, waarschijnlijk over de invloed van de Moorse cultuur op de Romaanse architectuur in Spanje en Portugal. Het onderwerp heeft hij zelf ontdekt op een van zijn wandelingen door Spanje, hij zal het ook zelf uitwerken en publiceren. Op de ontdekkingsreis door de wetenschap heeft Neus helemaal niemand nodig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.