*

 
dossier

Archief

Hoogteverschillen, en natte laagtes met beekjes en rellen

HANS SCHMIT − 02/02/96, 00:00

WASSENAAR - De bulldozers staan er werkeloos bij: de aanhoudende vorst maakt verder graafwerk in de Klip, aan de rand van duingebied Meijendel, voor onbepaalde tijd onmogelijk.

Maar in de weken voorafgaand aan de kou hebben de graafmachines de nieuwe contouren van natuurontwikkelingsproject de Klip reeds in grote lijnen zichtbaar kunnen maken: een glooiend reliëf, met hoogteverschillen van hooguit enkele meters, aflopend naar de Wassenaarse villawijk Rijksdorp. De natte laagtes met stilstaand water zijn bevroren, evenals het kwelwater dat zich in de vorm van kronkelende beekjes en rellen een weg landinwaarts zoekt.

Hoe sterk de kwel is, blijkt uit het feit dat onder het ijs het water snel wegstroomt. Op sommige plaatsen heeft de vorst geen greep kunnen krijgen op het water dat met een temperatuur van een graad of zeven uit de grond omhoogkomt. En op enkele andere plaatsen heeft de kwel zelfs het ijs omhooggedrukt.

Tot aan het begin van deze eeuw zag de Klip er net zo uit als het achterliggende, tot dertig meter hoge duingebied. Door grootschalige zandafgravingen, tot op het grondwater, resteerde uiteindelijk niet meer dan een vlak en vochtig zandgebied van vijftien hectare. De afgegraven gronden werden doorsneden met rechte sloten en in pacht uitgegeven voor de teelt van bloembollen.

Deze teelt gaat gepaard met een fors gebruik van bestrijdingsmiddelen en in de jaren zeventig, vertelt Theo Bakker, hoofd van de afdeling natuur- en landschapsbeheer van Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH), werden deze middelen en de afbraakprodukten daarvan teruggevonden in de waterwinputten aan de rand van de Klip. Bakker: “Gevaar voor de gezondheid was er niet, want in dit deel van het waterwingebied wordt slechts een klein percentage van het drinkwater gewonnen. Door het te mengen met water uit andere putten worden de concentraties verontreinigingen zo verdund dat ze niet meer in het drinkwater zijn terug te vinden. Hetgeen niet wegneemt dat de situatie ongewenst was en de bollenteelt bij de waterwinning diende te verdwijnen.”

In 1990 kreeg DZH het gebied in bezit en door de pacht niet meer te verlengen, verdween in 1994 de laatste bollenteler uit de Klip. Theo Bakker: “Je kunt het gebied volledig aan de natuur overlaten, dan groeit het wel weer dicht, maar je kunt ook proberen meer variatie te laten ontstaan. Als inspiratiebron diende de binnenduinrand. Tot ver in de vorige eeuw was dat het algemene landschapstype tussen de hoge duinen en het achterliggende vlakke poldergebied.”

“Dit overgangsgebied kenmerkt zich door geringe hoogteverschillen van enkele meters, natte laagtes en stromend water in de vorm van beekjes en rellen. In onze streken, met een laag achterland, stroomden die rellen landinwaarts. Slechts sporadisch liepen die rellen naar het strand, zoals de Breesaap, die stroomde op de plek waar nu de Hoogovens staan. In een land als Frankrijk, met een hoog achterland, stroomt het meeste kwelwater richting zee.”

“Een bekende duinrel is de - grotendeels aan het zicht onttrokken - Haagse Beek die in de Hofvijver bij het Binnenhof uitmondt. Omdat het water in de duinrand van goede kwaliteit is, vestigden zich daar vroeger ook bierbrouwerijen. De Brouwerskolk in Haarlem herinnert daar nog aan. Door onttrekking van water, ontginning (vaak voor de bollenteelt) en bebouwing verdwenen de afgelopen eeuw de meeste binnenduinranden. Er zijn er nu nog enkele, zoals op Schouwen, bij Egmond en op de Waddeneilanden.”

Na de opstelling van een landschapsplan is eind vorig jaar een begin gemaakt met de werkzaamheden. Een deel van de grond (zo'n 25 000 kubieke meter) wordt afgevoerd. De bestemming is Diergaarde Blijdorp in Rotterdam, waar het wordt gebruikt voor de inrichting van een nieuw deel van de tuin. Wanneer de vorst uit de grond is, vindt op de Klip nog een wat meer fijnschalige afwerking plaats - daarna is het afwachten wat zich op het kale zand zal ontwikkelen.

Het vroegere gebruik van het gebied, de bloembollenteelt en het daarbij behorende gebruik van bestrijdingsmiddelen, vormt geen belemmering voor die ontwikkeling. Theo Bakker: “In de bouwvoor zijn weinig bestrijdingsmiddelen of afbraakprodukten teruggevonden. De bovenste dertig centimeter van de grond is redelijk schoon. De verontreinigingen zitten vooral in het grondwater, tot een diepte van tientallen meters. Je kunt de geschiedenis van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het grondwater terugzien: in het diepe grondwater vind je de oudere middelen, in het hogere grondwater de meer moderne middelen en hun afbraakprodukten.”

De vraag hoe de Klip er over vijf of tien jaar zal uitzien, kan slechts in grote lijnen worden beantwoord. Bakker: “Je kunt verwachten dat het overgangsgebied van duin naar achterland, dank zij de vele gradiënten, rijk aan soorten zal zijn. Het schone water biedt vele insekten leefruimte. Ook kikkers en padden, duinhagedis en salamander kunnen zich hier vestigen. Bij de vegetatie kun je denken aan duinstruweel en planten als harlekijnorchis, brede en slanke duingentiaan en parnassia, bij vogels aan geelgors, veldleeuwerik, graspieper en paapje.”

Qua omvang biedt de Klip slechts een kleine compensatie voor wat de afgelopen eeuw aan binnenduinrand verloren is gegaan. Toch is de Stichting Duinbehoud bijzonder ingenomen met de ontwikkelingen. Marc Jansen van Duinbehoud: “Al twintig jaar pleiten wij voor het herstel van de randen van het duingebied. Het bijzondere van dit geval is dat niet de overheid, zoals gebruikelijk bij natuurontwikkelingsprojecten het initiatief neemt, maar dat een drinkwaterbedrijf de uitdaging oppikt. De Klip mag klein zijn, maar waar zie je langs de kust nog het water uit de grond wellen? We hopen op een vervolg in het iets noordelijker gelegen Lentevreugd, waar plannen bestaan om minstens zestig hectare bollengebied weer aan de duinen toe te voegen.”

mailIcon print |