OVERVEEN - Bloemendaal, dat klinkt lieflijk. En het klinkt duur. Mooie bosdreven, villa's met oprijlanen en de zee binnen fietsafstand. Niets aan de hand, zou je denken.
Als je op de verkiezingsborden afgaat, is het allemaal reuze rustig. Een paar plakkaten voor de gemeenteraadsverkiezingen laten een zee van ruimte op het gemeentelijk neutraalgrijze bord. Toch kunnen in de vierkante, witte villa die als een burcht op een heuveltje heerst over de vijf dorpen van deze gemeente de emoties oplopen.
“Alstublieft, verlos ons van dit dreigende spook”, roept een keurige heer met wit overhemd onder een zwart pak door een kamer die in het gemeentehuis bekend staat als de Grote Commissiekamer. Deze avond is de commissie van verkeer aan de beurt. Die commissie zit aan een grote tafel. Langs de wand staan stoelen die tezamen de 'publieke tribune' heten. Vanaf die tribune klinkt de noodkreet tegen het spook. “We willen er graag voor betalen”, probeert de tribune de raadsleden te vermurwen.
Dat hoor je niet vaak in gemeentehuizen: insprekende burgers die graag willen betalen. Maar Bloemendaal is de rijkste gemeente van het land. Gemiddeld zit daar, in de smalle strook tussen Haarlem en de duinen, 46 procent meer koopkracht dan in de rest van Nederland, heeft het Centraal bureau voor de statistiek becijferd. En het publiek van de commissie voor verkeer komt weer uit een rijk stukje van de rijke gemeente: Aerdenhout.
De buurt bij het Goudsbloemplein ziet met angst en beven het moment tegemoet dat ze in de buurgemeente Heemstede geld gaan vragen voor parkeren bij het station. Dat kan alleen maar betekenen dat de stationsgangers hun auto bij het Goudsbloemplein gaan parkeren en er geen plek overblijft voor de Aerdenhouters. Dus moet Aerdenhout ook maar betaald parkeren gaan invoeren. “Alstublieft!”, roepen ze nog eens in de commissiekamers.
De PvdA-wethouder kan nog niet beloven dat hij het Aerdenhoutse parkeergeld wil hebben. “Eerst wil ik tellingen zien”, zegt hij. Want hij is er nog niet van overtuigd dat de Heemsteedse parkeerders zullen uitwijken naar gratis plaatsen. “Wij doen mee”, zegt de mevrouw die namens de VVD in de raadscommissie zit. “Waarmee?” “Nou, gewoon, we doen mee als het college van burgemeester en wethouders met iets komt.”
Dat is dus auto's tellen.
De wethouder laat veel auto's tellen dezer dagen. Hij heeft zelfs een ingenieursbureau ingehuurd om uit te vinden waar al die auto's rijden die de Bloemendaalse dorpen tegenwoordig zo druk maken. Maar alleen de auto's die van noord naar zuid rijden. Want al het verkeer dat de gemeente van oost naar west doorkruist op weg naar Zandvoort, daar kun je toch niets aan doen.
“Dat is een heel taai probleem”, zegt de wethouder. “Want je kunt niet zeggen: je mag nooit meer met de auto naar het strand.” Toch zit de wethouder niet helemaal bij de pakken neer. Hij denkt aan de aanleg van een behoorlijke fietsparkeerplaats bij het Bloemendaalse deel van het strand.
“Nu ligt daar zo'n enorme berg ijzer. Je kunt je fiets er nauwelijks in herkennen.”
Maar het verkeer van noord naar zuid en vice versa is ook niet mis. Er moet een verkeerscirculatieplan komen met een knelpuntenanalyse en dan zou de gemeente maatregelen kunnen nemen. Maar de raadsleden van de commissie klinkt dat allemaal reuze traag in de oren. Ze wachten al zo lang. Bloemendaal is ook wat ongelukken betreft boven het landelijk gemiddelde uitgekomen. De lommerrijke lanen zijn niet berekend op zoveel verkeer met zoveel haast. De herfstbladeren zijn al gerangschikt bij het chemisch vervuild afval.
Vooral de commissieleden van het CDA en Progressief Bloemendaal vinden het allemaal veel te lang duren met zo'n verkeersplan en analyse. “We moeten nu al iets doen”, vinden ze. Maar wat?
De suggesties vliegen over tafel. Rotondes, verkeersdrempels, bloembakken. “Maar waar moet je die neerzetten als je nog niet weet waar de knelpunten zitten?”, werpt de wethouder tegen. “Dat weten we wel. Iedereen weet toch waar het druk is en waar de auto's veel te hard rijden?” “We kunnen ook van die nieuwe, plastic verkeersdrempels nemen. Die kun je verplaatsen”, suggereert de CDA'er. “Vrachtwagens rijden die dingen binnen een paar weken aan flarden”, weet de wethouder. Dus eerst tellen, dan analyseren en maatregelen bedenken, dan inspraak, misschien zelfs een klankbordgroep . . .
“We zijn de bevolking heel wat verschuldigd op verkeersgebied”, probeert de CDA'er de wethouder nog één keer op te jutten. Het sluipverkeer dat opstoppingen elders ontvlucht via Bloemendaal wordt immers steeds ergerlijker en gevaarlijk.
Maar het ingenieursbureau dat zo nijver aan het tellen is geweest, heeft ook een ontnuchterende ontdekking gedaan. Het is beslist niet alleen het sluip- en strandverkeer dat de gemeente belaagt. De Bloemendalers zelf hebben 35 procent meer eigen auto's voor de deur staan dan overige Nederlanders. Ook wat dat betreft zit de gemeente ver boven het gemiddelde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.