*

 
dossier

Archief

'Er gaat in de wereld niets verloren'

ANDREA BOSMAN − 31/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Eerst waren fotografe en antropologe Laura Samsom Rous en hoogleraar Kinderoncologie prof. dr. Tom Voûte van plan een mens te maken. Een lichaam zoals het in de medische wetenschap meestal wordt voorgesteld, als een verzameling losse onderdelen, maar dan kunstmatig. Voûte: “Een mens uit pinnen, haarstukjes, pacemakers, hartkleppen, kunstdarmen, kunstborsten, kunstledematen, ogen, alle onderdelen die je kunt vervangen.”

Uiteindelijk resulteerden de vele gesprekken die ze voerden in een poëtisch scheppingsverhaal van negen minuten op video, een audiovisuele installatie over de maakbaarheid van het leven, over ziekte, ouder worden en het onvermijdelijke einde, door Samsom Rous samengesteld uit opnames van eigen foto's en door Voûte aangeleverde medische instructiefilms. 'Second original' is de titel van hun project, een term uit de computerwereld die volgens het duo perfect de contradictie uitdrukt waarmee het voortschrijden van de medische wetenschap - lees: het klonen - ons confronteert. Samsom Rous: “Een orgineel is een orgineel, daar zou geen tweede van kunnen bestaan.” Voûte: “Die realiteit is akelig dichtbij gekomen. Ik ben er van overtuigd dat het feitelijk al zover is, dat er al mensen gekloond worden.”

In het Amsterdamse centrum voor wetenschap en technologie New Metropolis is 'Second orignal' vanaf morgen te zien als onderdeel van een tentoonstelling over kunst en wetenschap. Op uitnodiging van Stichting Formule2 maakten zeven duo's van kunstenaars en wetenschappers, onder wie de neuroloog prof. dr. Vermeulen en het kunstenaarsduo Stansfield & Hooykaas, de kosmoloog prof. dr. Vincent Icke en beeldend kunstenaar Alex Vermeulen, de hoogleraar moleculaire genetica prof. dr. Jos de Mol en beeldend kunstenaar Mike Tyler een werk waarin ze de grenzen tussen beide disciplines aftasten. Vandaag debatteren de koppels over de samenwerking, over het loslaten van de traditionele rolverdeling, over het belang van het experiment en de manier waarop het project het perspectief op het eigen vakgebied heeft beïnvloed.

Binnendringen

Hoe ver kun je binnendringen in een menselijk lichaam voor het zijn identiteit verliest, was een van de vragen die Samsom Rous en Voûte bezighielden. De film bewandelt in vorm en inhoud het grensvlak tussen religie en evolutie: de natuurlijke ontwikkeling van het leven wordt steeds meer beïnvloed door menselijk ingrijpen, maar daarmee is het wonder van leven en sterven nog niet verklaard. De beelden zijn - net als het overige werk van Samsom Rous - vooral suggestief, niet direct symbolisch of moralistisch. 'Second original' begint met een zich eindeloos herhalend beeld van de zee, waaronder het moment van celdeling, de oorsprong van alle leven, doorschijnt. Een vrouw in reptielenhouding kruipt uit het water, we zien een prachtig naakt vrouwenlichaam tot het geluid van de zee overgaat in het harde ritme van een beademingsapparaat. Daarbij beweegt Samsom Rous haar geënsceneerde portretten voor de camera, waardoor er een verstild soort beweging ontstaat.

Vervolgens maakt de toeschouwer een reis door het darmenstelsel, en wordt daarbij in een soort multiple choice-quiz in razend tempo om de juiste diagnose gevraagd. Samsom Rous bewerkte deze Amerikaans gesproken medische instructiefilm, verwijderde zowel het kader van het cameraatje als de omringende instructietekst, vergrootte het beeld en monteerde de commentaartekst zo compact in elkaar dat er geen pauze tussen de zinnen is overgebleven. Samsom Rous: “Door het wegvallen van instructies en kader wordt het landschappelijk, ook door de begeleidende muziek van Fauré.” Voûte: “Inderdaad, dat merk ik eigenlijk nu pas, dat het door het ontbreken van het kader een beeld wordt. En door de montage van die stem lijkt het wel alsof CNN verslag doet van een oorlog, maar dan vanuit een lichaam.”

Samsom Rous citeert in de tentoonstellingscatalogus Wilhelm Raabe: 'Er gaat in de wereld niets verloren, zelfs geen traan, zelfs geen bloeddruppel'. Ze zegt: “Eerst wilde ik liever iets met de bloedsomloop dan met de darmen, maar door de gesprekken met Tom ben ik daar anders over gaan denken.” Voûte: “Iedereen is voedsel voor de ander. Ik zou me laten begraven in een juten zak in plaats van in een kist, dan kunnen de wormen er makkelijker bij. Cremeren, dat is verspilling van energie. De parsi's in India laten zich marineren en door de gieren opeten. Of een zeemansgraf. Ik weet dat in Hamburg nog steeds een keer per maand een schip uitvaart naar open zee.”

Voûte heeft, wat hem zelf aangaat, geen gecompliceerde verhouding met de dood. Als het er op aan zou komen hoeft hij echt geen hart van een ander. Zelf is hij dagelijks bezig met het verlengen van het leven van zijn jonge patiënten, met ingrepen, met bloedtransfusies en transplantaties. Dat moet je van elkaar scheiden, zegt Voûte, bovendien is hij medicus, geen ethicus. In de film is het beeld van het onvermijdelijke einde troostrijk: we zijn weer terug bij de zee. Het menselijk leven. “Ach”, zegt Voûte. “Eigenlijk is het veel te mooi.”

mailIcon print |