De politiek en trouwens ook Paul Cliteur (zie zijn column van gisteren) kunnen dik tevreden zijn. Dankzij Steenhuis' onderschatting van de complicaties van zijn bijbaan en de onhandige poging van Docters van Leeuwen hem tegen een in woede ontstoken minister te beschermen, is het primaat van de politiek in ere hersteld. Het Openbaar Ministerie (OM) is zijn plaats gewezen en het zal zich voortaan hebben te schikken naar de minister die de baas is. Leve de democratie.
Hoewel, het valt nog te bezien of de democratie daar veel wijzer van is geworden. Want hoewel het velen genoegen zal hebben gedaan hoe twee procureurs-generaal, twee aanmatigende baasjes ook, terug in het hok werden gecommandeerd, het zou wel eens zo kunnen zijn dat de burger straks van de regen in de drup blijkt te zijn gekomen.
Wat heet trouwens een drup. Een half jaar geleden signaleerde de Leidse hoogleraar politieke theorieën en rechtsfilosofie Herman van Gunsteren in het blad Justitiële Verkenningen, een ontwikkeling bij justitie die hij kernachtig samenvatte onder de kop Verlicht despotisme en hofhoudingsgedrag. De kern van zijn betoog: Ook justitie moet tegenwoordig aan het managementsdenken geloven. Daar is op zichzelf niets tegen, ware het niet dat het bestuur zich teven gecommitteerd blijkt te hebben aan het in het bedrijfsleven inmiddels verouderde model van: 'uiteindelijk is er één de baas'.
En sinds vorige week weten wie dit is: de minister van justitie. Dit model nu is volgens Van Gunsteren gevaarlijk: “ Het is één-baasdenken dat uitnodigt tot dictatuur en tirannie. Het bestuur wil de door ieder gewenste duidelijkheid brengen waar stroperigheid en chaos heerst - goed. Maar het doet dit door zeggenschap te leggen bij bepaalde personen die dan de baas over anderen zijn. Dit één-baasdenken ondergraaft zowel de rechtsstaat met zijn checks en balances, alsook de hiërarchie waarin alles en iedereen zijn plaats heeft, met bijbehorende bevoegdheden.
“Is de minister van justitie dan een dictator?”, vraagt Van Gunsteren zich geschrokken af. Ja, concludeert hij, de minister heeft zich in haar relatie tot het OM vergaande bevoegdheden toegeëigend en hoewel zij beloofd heeft daar spaarzaam gebruik van te maken, is dat nauwelijks een geruststelling. Immers, er is geen dictator die bij de introductie van bevoegdheden niet hetzelfde zegt, aldus de hoogleraar. De enige check is dat zij conflicten over aanwijzingen dient voor te leggen aan het parlement.
Vraag is vervolgens of de Kamer voldoende garantie biedt. De geschiedenis van de afgelopen dagen heeft in ieder geval geleerd dat zij al gauw geneigd is partij te trekken vóór de minister en tegen het OM. Je kunt volhouden dat het OM het er ook naar gemaakt heeft. Het opereerde zeker niet handig. Maar anderzijds, het is wel kras om een PG al te veroordelen nog voor er onderzoek heeft plaatsgevonden en de resultaten van dat onderzoek vervolgens te willen presenteren voor het OM er kennis van had kunnen nemen.
Hoe dan ook had Van Gunsteren een half jaar geleden weinig vertrouwen in de check van het parlement: “Het Haagse baas-management-denken leidt tot een stijl van optreden en een sfeer die in een democratie niet passend zijn. Het noodt tot verlicht despotisme en tot hofhoudingsgedrag”.
Zeg dat wel: de hele Tweede Kamer ging prompt in de houding staan toen de minister (wat dienaar betekent) uitriep: “Ik ben de baas”. Want onder een paars kabinet gaat het coalitiebelang te allen tijde boven de zuiverheid van de politiek. Een minzaam excuus.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.