MELBOURNE (ANP) - Een Boris Becker is Dennis van Scheppingen niet. Zal hij ook nooit worden, maar waar titelverdediger Becker op zijn elfde Australian Open niet in slaagde, deed Van Scheppingen op zijn eerste wel.
In tegenstelling tot de ervaren Duitser bereikte hij op Flinders Park in Melbourne de tweede ronde op het eerste Grand Slam-toernooi van het jaar door een solide zege op Byron Black uit Zimbabwe, 7-6, 7-6, 6-4. Titelverdediger Becker bezweek op het centre court onder de brandende zon en verloor in een zinderende vijfsetter van de Spanjaard Carlos Moya: 7-5, 6-7, 6-3, 1-6, 4-6.
Met Van Scheppingen drong ook Brenda Schultz door tot de tweede ronde. De als tiende geplaatste Heemsteedse liep in de tweede set tegen de Zuid-Koreaanse Park een rugblessure op, sloeg in de derde set op 0-2 uit frustratie haar racket met drie ferme klappen kapot en ramde daarna de kleine Park, 101 van de wereld, meedogenloos van het trage rebound ace (6-2, 2-6, 6-2). Op 1-1 in de tweede set kreeg Schultz echter de schrik van haar tennisleven. “Ik verstapte me en er schoot een enorme pijnscheut in mijn rug”, vertelde ze. “Ik kon niets meer.” Na behandeling door fysiotherapeute Kathy Martin stond ze een half uur stijf van de pijn, angst en stress.
Haar echtgenoot Sean McCarthy en coach Paul Dogger drongen er regelmatig op aan het duel te staken. Een handjevol ontstekingsremmers en een korset hielpen Schultz de tegenslag mentaal te overwinnen. Na het incident met het racket stroomde de adrenaline rijkelijk door haar lichaam. “Ik moest mijn agressie kwijt”, zei ze, “vroeger sloeg ik mezelf, maar dat mag niet meer van Sean.”
Voor Miriam Oremans was de Australian Open 1997, dat op de eerste dag het recordaantal van 24 348 toeschouwwers trok, binnen het uur voorbij. Ze stond tegen Conchita Martinez, de Spaanse nummer vijf van de wereld en als derde geplaatst, 55 minuten in het zonlicht op showcourt 2. In die periode sprokkelde ze twee games bijeen, één op eigen service en één op die van Martinez: 6-0 en 6-2. Voor die inspanning ontving ze 12 300 gulden bruto.
Snelkookpan
Becker kreeg iets meer, 13 500 gulden, maar verloor als winnaar in 1996 een karrenvracht aan ATP-punten. De 29-jarige Duitser liep in de snelkookpan van Flinders Park nog net geen zonnesteek op. “Mijn hersenen voelden aan als roerei”, verklaarde hij na zijn verrassende nederlaag. “De huid onder mijn voeten liet los, mijn benen stonden in brand en mijn nek was paars.” Een excuus voor het verlies was het niet, hij wilde er slechts de condities mee aangeven waaronder hij en Moya elkaar 3,5 uur lang bevochten. In de schaduw stond de thermometer op 37,2 graden, in de zon in de kuip liep de temperatuur op tot boven de 50 graden.
Becker verloor omdat hij in de vierde set zijn concentratie wat liet varen. “Ik dacht aan het einde van de derde set dat Moya kapot zat”, keek hij terug. “Hij zag er verschrikkelijk uit.” “Ik was ook moe”, erkende de tweedejaars prof Moya, “maar Boris nog meer. Dat was het verschil.” Becker kwam met een andere verklaring. “Ik speelde niet mijn beste tennis.” Dat verloor hij in drie weken vakantie. De Duitser dook na de Grand Slam Cup in München met zijn gezin onder in Miami. Hij ging op zoek naar een huis en trainde licht. Te licht. Tot de vierde set had Becker het duel onder controle. Hij speelde weliswaar niet het fenomenale tennis dat hij tijdens de Masters in Hannover uit zijn racket toverde, maar was voldoende op dreef om Moya over de baan te jagen. In de vierde set draaide de wedstrijd. “Moya speelde slim”, gaf Becker toe. “Hij sloeg halfhoge ballen vanaf de baseline waarmee ik weinig kon uitrichten. Hij liet mij de fouten maken. Ik maakte er legio. Meer dan tijdens de hele Masters.” Hij sloeg er 87 tegen Moya 51.
Van Scheppingen verlengde wel zijn verblijf in Melbourne. Op overtuigende wijze zelfs. Op de eerste Grand Slam uit zijn loopbaan bleef de 21-jarige speler uit Wilnis broodnuchter. Hij weerstond de druk van het toernooi en de returns van Black, van wie hij vorig jaar in Peking een pak rammel kreeg. Met zijn riskante spel kreeg Van Scheppingen in de eerste en tweede set handenvol breekpunten tegen, maar ook dat verontrustte de pupil van Dick Suyk en Hugo Ekker niet. Hij veegde ze weg en sloeg in de tiebreaks toe, 7-5 en 7-3.
Genadeklappen
Het waren de genadeklappen voor Black, 57ste van de wereld, die in de derde set de vroege achterstand nooit meer compenseerde. “Ik speelde goed”, vond Van Scheppingen die zijn tweede wedstrijd op Australische bodem speelde. De eerste, vorige week in de kwalificaties van Sydney, verloor hij van de Zuid-Afrikaan Stafford. “Dit is een perfecte start, een droomdebuut”, gaf hij koel toe. “Ik wil dit jaar naar de tophonderd”, omschreef hij zijn doel. Daar is hij nog acht punten vanaf en bij een zege op de Israeliër Ran in de tweede ronde moet hij zijn grenzen verleggen.
Becker en Van Scheppingen, ze hebben iets met elkaar. Van Scheppingen was 16 toen hij als winnaar van het jeugdtoernooi de zieke Becker in de finale van Antwerpen verving. Dat was een grote gebeurtenis in zijn tennisleven. Maar de winst op Black sloeg hij hoger aan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.