*

 
dossier

Archief

Seizoensarbeiders op de piste/MOORDENDE CONCURRENTIE TUSSEN SKISCHOLEN IN OOSTENRIJK

BARBARA BERGER − 08/02/97, 00:00

Bijna alle skiliften in Sankt Michael im Lungau, een klein ski- en wandeloord niet ver van Salzburg, stoppen al vroeg, rond een uur of vier. Dat moet, want tegen vijven moeten alle liftbediendes, skileraren en pistendiensten thuis zijn. Om in de stal hun dieren te verzorgen, of hun vrouw te helpen bij de opvang van de binnendruppelende pensiongasten. Daarna moet er nog een acquisitierondje worden gelopen door de hotels, want de concurrentie tussen de skischolen is moordend. Het stereotype van de lollig levende skileraar, die na de flirt van de winter de zomer doorbrengt met hier en daar wat tennislessen, gaat voor niemand in Sankt Michael op.

Rudolf (Rudi) Mandl (49) werkt al twintig jaar in de winter als skileraar in Sankt Michael. Hij is boer op een klein gemengd bedrijf, met acht koeien, jongvee, wat aardappelen, een stuk bosgrond met hout èn enkele gastenkamers die door zijn vrouw worden gerund. Hij is geboren in Sankt Michael, en nog nooit ver weg geweest. Mandl kent iedereen in het dal, en de onderlinge verhoudingen zijn er niet beter op geworden sinds zes jaar geleden de wet op de monopolies werd afgeschaft en iedereen zomaar een skischool mag beginnen. Nu zijn er al drie in het dal, en dat is veel te veel net als de vele restaurants en hotels in het plaatsje.

Half januari is Sankt Michael uitgestorven. Perfecte omstandigheden voor het volgen van een skicursus, want je betaalt het groepstarief en staat de hele week met z'n tweëen bij Rudi in de klas. In de kinderklassen zijn er drie leerlingen in plaats van de gebruikelijke twaalf. “Pas vanaf zes cursisten per groep heb je het salaris van de skileraar eruit”, vertelt Mandl. Toch moeten de cursussen doorgaan, want de skischolen moeten vanwege de zware concurrentie altijd àlle niveaus kunnen bieden. Mandl werkt al twintig jaar bij 'Otto's Skischule' en eigenaar Otto - ja, hij bestaat echt - voelt zich door de hete adem van de nieuwkomers in de rug gedwongen in zijn brochures 'succes-garantie' te bieden. Otto werkt graag met de boeren uit de buurt, omdat hij daar tenminste elk jaar weer op kan rekenen. Zijn vrouwelijke leraren (die automatisch de kindergroepen krijgen omdat ze volgens Otto beter weten wat ze aanmoeten met kindertranen en de plotselinge behoefte tot plassen) werken in de zomer meestal op kantoor of in de hotels.

De boeren gaan dan na het stalwerk 's avonds nog even langs de hotels voor een praatje met nieuw gearriveerde toeristen waarin ze terloops hun skischool aanprijzen. Mandl houdt van praatjes, en besteedt ook elke week weer opnieuw veel aandacht aan de sociale processen in zijn groep (de eerste dag al moet er even tijdens de skiles - erna heeft hij immers geen tijd - worden gestopt voor een Glühwein), maar het acquisitiewerk vindt hij vreselijk. Hij doet het puur voor zijn brood. Hij weet dat de skischooleigenaren maar net hun hoofd boven water kunnen houden. Overigens net als vele hotelbezitters, vooral die met vier sterren. De enige echt rijke in het dorp is de bezitter van de skiliften. Hij heeft 'toevallig' wel een monopolie in het dal, want vanwege de natuurbeschermers mogen er geen liften worden bijgebouwd. De prijzen zijn dan ook onbeschaamd hoog en staan in geen verhouding tot de zeer redelijke prijzen voor skicursus, eten of hotel.

Mandl kan van zijn salaris als skileraar in de winter net rondkomen, en is dan ook meteen goed verzekerd, maar hij houdt nooit over als reserve voor de zomer. Ander betalend werk dan op de pistes is er niet in de winter voor de 150 boeren uit de buurt. Behalve de horeca heeft Sankt Michael alleen een handvol winkeltjes, twee kleine bouwbedrijven, een zaagfabriek en een fabriek voor lijkkisten.

Ondanks hun relatief kleine aantal onder de bevolking is de plaatselijke politiek in handen van deze middenstanders. Alle inwoners van Sankt Michael die ook maar iets met de horeca te maken hebben, houden zich, ondanks hun grote belangen, verre van het politieke machtsspel. Mandl: “Ze zijn bang dat zij - als ze kleur bekennen - hun lokale klanten en Stammtischbesucher verliezen.”

mailIcon print |