De PvdA heeft op haar tweedaagse verkiezingscongres in Amsterdam onderstreept dat zij uit is op bestendiging van haar recent veroverde middenpositie in de Nederlandse politiek. Het congres ademde een en al redelijkheid en gematigdheid. Radicale uitspraken bleven achterwege.
Het besluit om eventueel de fiscale aftrek van de hypotheekrente te beperken, leek op deze regel een uitzondering. Maar er bleek weinig overtuiging achter schuil te gaan. Het applaus dat lijstaanvoerder Kok kreeg, toen hij duidelijk maakte zich van de uitspraak niks aan te trekken, bevestigde de indruk van een bedrijfsongelukje.
De vernieuwde PvdA hoedt zich ervoor de brede bevolkingsgroep met een middeninkomen af te schrikken. Dat is in zoverre begrijpelijk dat de partij in deze groep haar electorale basis moet vestigen om het politieke initiatief te behouden. Maar zij moet er wel voor waken het contact te verliezen met de mensen en groepen die sociaal achterblijven.
Kok heeft gelijk met zijn kritiek op degenen die signaleren dat Nederland wel sterker, maar niet socialer is geworden. Maar hij kan er niet omheen dat bij de economische voorspoed een schriller licht valt op de positie van de achterblijvers. Zijn kabinet trad aan met de opdracht een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Dat gevaar is nog niet bezworen.
Vanuit dat gegeven valt het toe te juichen dat de PvdA inzet op continuering van de regeermacht. Er is behoefte aan een grote, moderne partij die zich tot doel stelt de boel bij elkaar te houden.
Niet zo vanzelfsprekend is dat Kok nu al een voorkeur uit voor doorregeren met de VVD. Al was het maar dat deze keuze de neiging binnen de PvdA zal vergroten zich voor de sociale kritiek af te sluiten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.