Midden op het dijkje tussen twee meertjes staat een zware witte stier. Traag draait hij zijn kop naar ons toe. Hij doet geen stap opzij als wij willen passeren. Hij is heer en meester van het terrein, wij zijn de gasten.
Een eindje verderop is zijn kudde van drie koeien en een kalf. Twee liggen rustig te herkauwen, de moeder staat onverstoorbaar haar jong te zogen. Net als de stier trekken de koeien zich niets van ons aan. Ze zijn nauwelijks nieuwsgierig en toch zien ze hier weinig mensen, want aan de Laarder Wasmeren komt geen publiek. Op een enkele excursie na dan.
De charolaisrunderen zijn de terreinbeheerders, net als op de Bussumer-, de Wester- en de Zuiderheide. Ze grazen er alleen een veel langere tijd. Het resultaat is een natuurlijk ogend bos met hoge beuken, eiken en schietwilgen, met dode stammen en wild struikgewas van vlier en meidoorn, afgewisseld door voormalige vloeivelden, bedekt met een laag mostapijt. Daartussen liggen de meertjes.
Jaap Vlaanderen, voorlichter van het Goois Natuurreservaat, is onze gids. “We weten niet waar de naam wasmeer vandaan komt. Wellicht van het wassen van de schapen voor het scheren, maar misschien ook vanwege de wisselende waterstand, waarbij het meer ineens vol water kon lopen.”
De Laarder Wasmeren zijn vele jaren misbruikt als afvalwaterlozing door verscheidene industrieën in de buurt, waardoor de waterbodem sterk verontreinigd is. “Om meer water kwijt te kunnen raken zijn de ondoorlatende ijzeroerlagen in het verleden lek gestoten, waardoor de verontreiniging nu zijgt naar het grondwater, dat een paar kilometer verder als drinkwater wordt gewonnen. De bodem moet gesaneerd worden en men vraagt zich nu af of het gebied daarna droog moet blijven of weer onder water moet worden gezet.”
Op het oog zien de meertjes er uit, alsof er niets aan de hand is. Het water dat er nu in wordt geloosd, wordt van tevoren gezuiverd. De verontreiniging zit niet zozeer in het water als in de bodem onder water. Allicht ook in de modder, die niet ver van de oever boven water komt. Vier watersnippen vliegen in zigzaggende vlucht op van die modderplek, waar ze naar wormen en slakken zochten.
Door hakerig braamstruweel en langs geknakte vlieren komen we bij een lange houtril. Een wal van opgestapeld en dooreengevlochten dood hout, door vrijwilligers aangelegd als schuilplaats voor kleine zoogdieren en vogels. Een vogelwaarnemer komt ons tegemoet. Hij zat in de vogelkijkhut op de meeroever aan het einde van de houtril. “Ik wist dat jullie eraan kwamen, want jullie joegen een roerdomp het rietbosje daar in. Die is nu niet meer te zien. Er zaten nonnetjes en een grote zaagbek, maar die zijn nu weg. Toen de snippen voorbij kwamen, wist ik dat jullie heel dichtbij waren.”
Via spleten in de wand biedt de hut uitzicht over de plas. In een boom aan de overkant zit een aalscholver. We hadden hem al zien overvliegen. Er zwemt een fuut, de van voren witte hals stijf rechtop. Meerkoeten zijn bezig bij de oever. Een troepje graast op de wal. Andere koeten dobberen op het water en duiken af en toe met een grappig sprongetje onder. Ze komen boven met stukjes waterplant.
Spechten
Terug in het bos volgen we een kronkelend zandpad. Uit de verte dringt het luide 'piek-piek-piek-piek. . .' van grote bonte spechten tot ons door. Hun aanwezigheid was ons al opgevallen door grote holten in dode berken, die nog rechtop staan of scheefgezakt tegen nog levende bomen hangen. Dichtbij zoekt een mezentroepje in het struikgewas naar overwinterende insekten en spinnen. Er is een enkele matkop bij, met opvallende zwarte pet en witte wangen, maar veel minder kleurig dan de kool- en pimpelmezen, die met een paar goudhaantjes de troep vormen.
Een zacht krekelachtig geluid klinkt van vlakbij: 'kruuk kruuk kruuk kruuk'. We kijken elkaar aan: krekels in de winter? Net boven de bomen passeert in wilde vlucht een zwarte specht. Zijn vliegbeeld is onmiskenbaar: kop, hals en spitse staart ver uitgestrekt, de vleugeltoppen gevingerd als bij een kraai. Tegelijk horen we de krekelroep, even later gevolgd door een roofvogelachtig 'klieu'. Dat geluid maakt de zwarte specht als hij is neergestreken.
Vroeger zag je zwarte spechten voornamelijk in het oosten en op de Veluwe. Tegenwoordig komen ze steeds meer voor in het westen. Ze broeden nu ook in de hele duinstreek. Het tegenwoordige natuurbeheer, dat veel dood hout in het bos laat, is erg gunstig voor spechten.
Een rij afgetakelde vlieren resteert van een vroegere houtwal. Dikke takken missen deels hun zachte gegroefde schors, waardoor ze er uitzien als staketsels van gebleekte doodsbeenderen. De groen bealgde stammen zitten vol judasoren, zachtvlezige bruine trilzwammen die bedrieglijk echt op oren lijken, zo dun dat het winterlicht er doorheen speelt.
Varkenspootje, lichtgrijs rendiermos en schimmelgroen bekerkorstmos spikkelen het sappig groene bladmossentapijt. We komen langs een plek waar deze zomer, met gaas tegen vraat beschermd, de laatste klokjesgentianen van de Laarder Wasmeren bloeiden.
Zonnedauw
Klokjesgentianen groeien 's zomers volop bij het Hilversumse Wasmeer. Dat grenst aan een natte vlakte van pijpestrootjesbulten. Jaap Vlaanderen: “Hier staat ook zonnedauw. En er leven heel veel levendbarende hagedissen. Ja, hier vind je ook nog ringslangen.”
Het Hilversumse Wasmeer ligt een stukje zuidelijker dan de Laarder Wasmeren, in het Smithuyserbos aan de A27. Het is een schoon ven, met lisdodden en riet langs de oevers. In het stille donkere water spiegelen zich berken als in een Scandinavisch meer. Het verkeerslawaai van de A27 verstoort de illusie.
Donkergroene pitrus staat in het ondiepe oeverwater. De breinaaldachtige bladeren zijn recht afgebeten, alsof ze zijn afgesneden. Dat is het werk van runderen, want ook hier vindt begrazing plaats. De Schotse langhoornrunderen zijn eigendom van het Goois Natuurreservaat en niet, zoals de charolais, van een boer die ze in het natuurgebied heeft laten inscharen. Hun bruine harige lijven zien we al van ver tussen de bomen in het blonde pijpestrootjesveld. Maar als we daar zijn aangekomen, zijn ze in geen velden of wegen te bekennen. Pas halverwege onze wandeling vinden we ze terug in een open bos, vier koeien en een stier met geweldige, wijd uitstaande horens. Ze vluchten voor ons weg - ongekend voor zulke runderen, die we van elders kennen als superslome beesten. Plotseling zijn ze verdwenen, haast zonder geluid opgelost in het bos. Hoe we ook kijken, we kunnen ze niet meer ontdekken.
NATUUR DEZE WEEK
De elzen die nu bloeien, zijn geen wilde bomen, maar gekweekt. Alnus incana cv. 'Barbata' is al aan het uitbloeien, Alnus x spaetii staat nu in volle bloei. Ze worden vaak als straatboom aangeplant. - Bij zacht en zonnig weer kibbelen de huismussen. - Spreeuwen en koolmezen behoren tot de vogels, die onder alle weersomstandigheden uitbundig zingen. Spreeuwenpaartjes hebben al belangstelling voor geschikte broedgelegenheden, zoals nestkasten, de ruimte onder kapotte dakpannen en oude spechtegaten. - Tegen de avond kan men snel een koolmees in een nestkast zien verdwijnen. Dat is dan een mannetje, dat de nacht in het kastje doorbrengt. Hij staat zijn plaats pas aan het vrouwtje af in de broedtijd. - Troepjes staartmezen trekken door stadsplantsoenen, parken en tuinen op zoek naar overwinterende insekten. Meestal volgen ze een vaste route. - Allerlei kleine dieren zijn op zachte winterdagen nog actief. Onder stenen en stukken hout vind je kleine beige naaktslakken, die slaslakjes genoemd worden, omdat ze 's zomers nogal eens in slakroppen worden aangetroffen. - Sneeuwklokjes bloeien in verscheidene tuinen al volop. In onze tuin komen net de grijsgroene bladpunten boven de grond. - Er bloeien al veel gewone hazelaars in bosranden, parken en plantsoenen. Let op de vrouwelijke bloemen: ze zien er uit als een dikke groene knop met een karmijnrood spinnetje op de top. Dat spinnetje is de stamper, die de door de wind aangedragen stuifmeelkorrels moet opvangen. - De Gelderse rozen hebben nog bessen, een beetje doorschijnend en zo rood als glaskralen. Er zijn nauwelijks vogels die ze lusten. Alleen de pestvogels, die een enkele keer in ons land de winter komen doorbrengen, hebben er een voorliefde voor. - Prachtig smaragdgroen zijn hele vlakten in de duinen, waar de duinsterretjes groeien. Deze mosjes zijn op zonnige winterdagen op hun mooist. - Voer de vogels niet als het niet nodig is. Zo lang het niet vriest, sneeuwt of ijzelt, zoeken ze met gemak hun kostje bij elkaar.
EN VERDER
Natuurwandelingen voor het publiek van het IVN: morgen wandeling op het landgoed De Utrecht, om 9 uur van het Dorpsplein te Lage Mierde; wandeling van het IVN Deurne, om 13.30 uur van het Hofke van Marijke; ca. twee uur durende wandeling door het Baarnse Bos, om 14 uur van restaurant 'De Generaal' aan de overweg bij NS-station Baarn; winterwandeling over de Lochemseberg, om 14 uur van parkeerplaats Bon Aparte, hoek Barchemseweg en Dollehoedsdijk; wandeling in de bossen van Oisterwijk, om 14 uur van het bezoekerscentrum aan de Van Tienhovenlaan; kijken naar knoppen met het IVN Eerbeek in Het Leusveld, om 14 uur van de ingang aan de Rhienderensestraat. - Volgende week zaterdag kan men helpen bij het knotten van bomen bij Amersfoort. Vertrokken wordt om 8.30 uur op de fiets van de koe van kinderboerderij De Vosheuvel. - Toen 65 miljoen jaar geleden de dinosauriërs uitstierven, kwam de tijd van de zoogdieren. Holeberen, drietenige paarden, sabeltandkatten, reuzenvarkens en onze verre voorouders leefden in een wereld die razendsnel veranderde. Bossen maakten plaats voor grasvlakten en er ontstonden kilometers hoge bergen en immense ijskappen. In de nieuwe permanente tentoonstelling 'Opkomst der zoogdieren' in het Biochron van het Noorder Dierenpark in Emmen wordt een beeld gegeven van deze lang vervlogen tijd. Vooral de fossiele skeletten en natuurgetrouwe reconstructies zijn indrukwekkend. - De zadenlijst van de KNNV Vereniging voor veldbiologie is uit. Zaad van 185 soorten wilde planten is te bestellen voor een tot twee gulden per pakje. Er zijn vijf zaadmengsels te koop voor onder andere de vlinder- en de vogeltuin, die ¿ 3,50 per zakje kosten. Een speciaal mengsel bestaat uit hommelplanten en kost maar twee gulden. Met het mengsel van ruim 35 soorten kun je een bonte berm zaaien voor maar ¿ 6,50 per zakje. De lijst is verkrijgbaar voor ¿ 2,50 op giro 3692553 van De Hoornbloem te Zwaag, met vermelding 'Zadenlijst 1995'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.