Van een onzer verslaggevers NIJMEGEN - De vraag of een politie-onderzoek netjes volgens de regels is verlopen en of er genoeg voor het slachtoffer is gedaan, hoort niet thuis in de rechtszaal. Dat soort vragen kunnen beter worden afgehandeld in de voorfase van de rechtzitting bij de rechter-commissaris, vindt de Nijmeegse strafjurist Y. Buruma
Buruma, die lid was van de staf van de parlementaire enquêtecommissie naar de opsporingsmethoden, hield gisteren zijn inaugurele rede tot hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Katholieke Unversiteit Nijmegen. “De aandacht van de strafrechter ter terechtzitting moet uitgaan naar de verdachte en het feit waarvoor deze terechtstaat”, zei hij.
Het stoort Buruma dat in menige strafzaak het accent zwaar komt te liggen op de manier waarop de politie het onderzoek heeft gedaan. “Zodra opsporingsmethoden ter discussie worden gesteld, lijkt het wel haast of de politie terecht staat in plaats van de dader.”
Daarom pleit hij voor een zwaardere rol van de onderzoekrechter, de rechter-commissaris. Ook de commissie-Van Traa hield in het eindrapport een soortgelijke pleidooi. Voordeel is dat de zittingsrechter zich niet meer hoeft bezig te houden met de opsporingsmethoden. Buruma: “Bovendien worden dan ook opsporingsmethoden getoetst die nu niet op de zitting aan de orde komen.”
Buruma plaatst kanttekeningen bij het verschijnsel dat de hulpverlening aan het slachtoffer de afgelopen jaren steeds meer wordt gezien als een van de nuttige bijkomstigheden van de strafrechtspleging. Lange tijd lag het accent op het streven naar resocialisatie (het bieden van toekomstperspectieven) van de verdachte.
Buruma vindt dat de aandacht voor slachtoffer en onderzoeksmethoden van de politie, op zichzelf beschouwd begrijpelijk is, maar tegelijk 'het zicht ontneemt op het eigene van het strafrecht'. “Dat eigene is dat iemand opzettelijk leed wordt toegevoegd, omdat hij iets verkeerds deed.Om die leedtoevoeging rechtvaardig te laten geschieden moet de rechter doorgaans ongelijksoortige overwegingen tegen elkaar afwegen.”
Buruma stelt vast dat zodra een slachtoffer zich in een strafproces als benadeelde partij meldt, 'dit een schaduw werpt over de dader'. “Aandacht voor het slachtoffer maakt degene die het leed veroorzaakte te gemakkelijk tot een monster. Dat komt de afgewogenheid van het oordeel over de verdachte, niet ten goede.” De zorg voor het slachtoffer kan volgens Buruma beter buiten het strafrecht worden gehouden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.