*

 
dossier

Archief

Engels landschaspsbos aan de binnenduinrand

HENK VAN HALM − 09/11/96, 00:00

Het stormt, maar in het bos heb je daar weinig hinder van. De wind jaagt wolken dor blad door de rechte lanen. Die graslanen herinneren aan de drie vroegere landgoederen, die op elkaar aansloten en ook nu nog als Leyduin, Vinkenduin en Oud Woestduin een geheel vormen. Ze liggen tussen de weg van Aerdenhout naar Vogelenzang en de spoorlijn tussen Heemstede en Bennebroek.

Het is een druk wandelgebied. Als je iets gewaar wilt worden van de rijkdom aan paddestoelen van de binnenduinbossen, zul je er bij voorkeur niet direct na het weekend moeten gaan kijken.

Alleen om paddestoelen is het ons niet te doen, al zijn die nu de meest spectaculaire verschijningen, omdat de bosplanten bijna allemaal zijn afgestorven. Een enkele felrode bes tussen het elliptische blad van lelietjes-van-dalen trekt de aandacht en in de berm van een laan staat nog een dagkoekoeksbloem met dieproze bloemen. Op andere plekken bloeit met oudroze geraniumbloemen het robertskruid, dat in lente en zomer zo gewiekst zijn fijn verdeelde blad weet te schuiven op de plekken, waar de zon de bosbodem bereikt.

VLEERMUIZENKELDER Stormvlagen zoeven door de kalende kruinen van de beuken. Tussen de gladde stammen is de bodem onbegroeid. Er staan alleen brandnetels, zevenblad en hondsdraf en een wijde heksenkring van grote trechterzwammen op een heuvel met een kelderdeur erin. Een ijskelder of een ooftkelder, dat kun je aan de buitenkant niet zien. In een ijskelder werden blokken ijs, in de winter uit de landgoedvijvers gehakt, bewaard om in de zomer dranken en etenswaren te koelen. Een nauwe opening boven in de deur zorgt ervoor dat vleermuizen vrije toegang tot de kelder hebben. Volgens Jos Kluiters, in de 'Natuurgids Het Noordhollands Landschap', overwinteren er grootoorvleermuizen en soms ook de zeldzame franjestaart. In de oude bomen moeten kraamkamers zijn van de watervleermuis en de gewone dwergvleermuis, wat je je best kunt voorstellen als je ziet hoeveel beuken in een slechte conditie verkeren en gaten en scheuren vertonen.

Een paar grove dennen dicht bij de kelder kreunen naargeestig bij elke windstoot. Er zijn niet veel naaldbomen op Leyduin, Vinkenduin en Oud Woestduin. Het bos bestaat voornamelijk uit beuken, zomereiken, wat iepen en esdoorns. De landgoederen werden rond 1600 aangelegd op een strandwal, een overblijfsel van de Hollandse oerkust. De bodem is nog behoorlijk heuvelachtig door grotendeels weggesleten oude duinen. De overgang tussen de strandwal en de weilanden, die overbleven van de vroegere verveende strandvlakte aan de oostkant, is nogal steil en bedraagt zo'n twaalf meter.

Aangelegd als buitenplaatsen in de stijl van de Hollandse renaissance hebben de landgoederen sinds de zeventiende eeuw enorme veranderingen ondergaan. De formele tuinen verdwenen en in het begin van de vorige eeuw werden de bossen aangelegd in de Engelse landschapsstijl, met kronkelpaden tussen de rechte lanen en doorkijkjes over speelweiden, watertjes en veeweiden. Grote delen zijn als hakhout in gebruik geweest. Dat is nu eikenstrubbenbos, waar meerstammige eiken uitgroeiden uit de niet meer afgezette stobben. Er werd een belvédère gebouwd en op Oud Woestduin was een paardenrenbaan. Vinkenduin dankt zijn naam aan een vinkenbaan, waar in de trektijd kleine zangvogels werden gevangen.

HERSTELPLAN Er wordt niet veel gedaan aan de landgoederen, die eigendom zijn van de Provincie Noord-Holland en worden beheerd door het Provinciale Waterleidingbedrijf en de Stichting Het Noordhollands Landschap. Er is een herstelplan, gelukkig niet met de bedoeling de buitenplaatsen te reconstrueren. Aan de bijbehorende huizen is in de loop van de eeuwen zoveel verspijkerd dat reconstructie in een bepaalde stijl te kostbaar zou zijn. De Provincie wil 'de nog zichtbare overblijfselen uit het verleden als basis laten dienen voor een nieuwe, sterke structuur, waarbinnen de verschillende elementen een samenhangend geheel gaan vormen'. Gedeelten van het vroegere lanenstelsel zullen in de oude luister worden hersteld. De argeloze wandelaar vraagt zich wel af of de armetierige boompjes, die nu langs de lanen zijn aangeplant en veelvuldig de vraatsporen van reeën tonen, deel uitmaken van het herstelplan. Een van de belangrijkste elementen van Leyduin is de beek in het noordelijke deel, de Rel van Leyduin, die hier van oudsher stroomt. In de achttiende eeuw is in die beek een cascade aangelegd, een trapsgewijs verlopende reeks watervalletjes. Honderd jaar geleden nog liep uit de duinen het drinkwater voor Amsterdam door deze beek. Van de duinen en de strandwal stroomt schoon kwelwater naar de lagere graslanden aan de oostzijde, waar men soortenrijke hooilandvegetaties wil ontwikkelen. Geruststellend is de belofte dat het beheer zich richt op de vorming van natuurlijk bos, wat je nu al kunt merken aan de half vergane, bemoste en met elfenbankjes begroeide stammen, die overal kriskras in het bos liggen.

BIJZONDERE BOMEN Bij de landhuizen resteren van de tuinen nog bijzondere oude bomen. Bij het Huis Leyduin staan een minstens tien meter hoge tulpenboom en een oude scheefgezakte vleugelnoot, die zich met afleggers zijdelings heeft vermeerderd. Er staan twee eeuwen oude beuken, waarvan de dikke onderste takken zo diep zijn doorgebogen dat ze op de grond steunen. Er groeien rode russula's onder en in de grasberm van een laan vinden we een gave reuzenzwam met tientallen hoeden uit een steel, die woekert op de wortels van een beuk. Bloederig rood is het restant van een biefstukzwam op de voet van een eik, recht afgesneden door een consument.

Adelaarsvarens bepalen de sfeer op Vinkenduin en Oud Woestduin. Hun uitbundige groei geeft aan dat van de oorspronkelijke kalkrijkdom van het duinzand door uitspoeling niets meer over is. Bundels honingzwammen groeien op de voet van levende bomen en op gevallen stammen en struinend door de brandnetels ontdekken we grijze nevelzwammen, oranjebruine trechterzwammen, zwartgroene melkzwammen en paarse schijnridders. Ze zijn er wel, de paddestoelen, maar je moet ernaar zoeken. Net als naar de vogels: in de storm is soms even de roep te horen van een grote bonte specht, het krijsen van een gaai, het fluiten van boomklevers. We moeten eens terugkomen in het voorjaar...

Natuur deze week

Veel planten openen nu hun laatste bloemen. Melganzevoet, gewone en brosse melkdistel, havikskruiden, kruldistel, raket en peen sterven af, als ze zijn uitgebloeid en vrucht hebben gezet. Akkerklokje, akkerdistel, akkermelkdistel, dag- en avondkoekoeksbloem, moederkruid, witte dovenetel en witte en rode klaver blijven in zachte winters na de bloei gewoon groen, maar groeien niet verder. In strenge winters verdorren de planten bovengronds, maar vormen in het volgende jaar spruiten op de in de grond overwinterende wortels. Herfstleeuwetand, kleine leeuwetand, stalkaars en slangenkruid overwinteren na de laatste bloei met rozetten dicht op de grond, die in het volgende jaar weer uitgroeien. - De stelen van sommige afgevallen populierenbladeren zijn verdikt en spiraalvormig gedraaid. De spiraal blijkt een langwerpige holte te omsluiten, die vol grijze bladluizen zit. Het is een misvorming, die door de bladluizen is veroorzaakt. In die gal goed tegen hun vijanden beschermd zogen de luizen van het populierensap. Eigenlijk hebben de meeste luizen de gal al verlaten, als het blad valt. Ze hebben vleugels en paren met elkaar. Alleen de vrouwtjes overwinteren en zorgen volgend jaar voor jonge luizen, die nieuwe gallen maken. - De nesten van de limonadewespen zijn uitgestorven. De vruchtbare vrouwtjes, die we koninginnen noemen, zijn uitgezwermd en hebben ieder voor zich een veilige overwinteringsplek gevonden in een schuur, stal, hooiberg of holle boom en niet zelden in huis, waar ze zich verbergen in een donker hoekje of op een zolder. De laatste ontheemde werksters bezoeken op zonnige dagen de klimop, die juist in de laatste maanden van het jaar bloeit. Op de groenige bloemen, waarin de nectar zo voor het oplikken ligt, zijn tegelijk veel honingbijen, keizersvliegen, blauwe bromvliegen en blinde bijen bezig. - De teervleugelige groene gaasvliegen overwinteren ook graag in huis. Ze zijn nu 's avonds vaak te zien op verlichte ramen. - Veel roodborsten uit noordelijker en oostelijker streken doen op de trek ons land aan. Ze strijken in de vroege morgenuren in tuinen, parken en plantsoenen neer, waar ze hun aanwezigheid kenbaar maken met nerveus tikkeren en druk zingen. - De eenden zijn in bruiloftskleed. Er vinden al paringen plaats, maar menens is het nog niet. Wat zou een eend in deze tijd moeten met een nest met eieren?

mailIcon print |