MADRID - Voor de poorten van de hel is het goed toeven voor Ajax. Na de ultieme ontsnappingen tegen Panathinaikos en Grasshoppers werd ook tegen Atletico Madrid het dreigende gevaar van uitschakeling op een bewonderenswaardige manier afgewend. Na de 1-1 in Amsterdam was de na verlenging bevochten 3-2 overwinning in Madrid voldoende voor een plaats in de halve finales van de Champions League, waarin Juventus op 9 en 23 april de tegenstander is.
Morgen wordt in het Olympisch museum in Lausanne via het lot bepaald of Ajax in de derde halve eindstrijd op rij eerst thuis of uit speelt. De wijze waarop Ajax in het zinderende Estadio Vicente Calderon het hoofd boven water hield, dwong zoveel respect af, dat het de Amsterdammers niet veel zal uitmaken of de eerste confrontatie tegen Juventus in Turijn plaats vindt of in de Arena. In uitwedstrijden blijkt Ajax ver boven zich uit te kunnen stijgen. De laatste keer dat de ploeg van Louis van Gaal op vreemde bodem verloor, dateert van 16 maart '94, tegen Parma.
Voor de winst op Atletico Madrid moesten de Ajacieden een ware krachttoer uithalen. In de spannende en van Madrileense zijde veel te harde wedstrijd, stond Ajax voor het grootste deel onder druk en was het een fikse meevaller dat de stand na negentig minuten op 1-1 stond. Het was Dani, die met een fantastisch afstandschot zijn ploeg over het dode punt hielp. De Portugees ontving de bal na een steekpass van een andere invaller, Wooter, en bedacht zich geen moment. Zijn schot met links krulde over de handen van doelman Molina en via de lat sloeg de bal tussen de doelpalen.
Met die rake trap beweest Dani welke mogelijkheden hij heeft. In de thuiswedstrijd tegen Glasgow Rangers maakte hij al twee doelpunten, en tot grote verbazing van iedereen, nam Van Gaal hem aanvankelijk niet op in de selectie voor de return in Schotland. De 2-1 voorsprong door de treffer van Dani (in de reguliere speeltijd scoorden Kiko en Ronald de Boer) werkte echter niet als een bevrijding. Atletico moest weliswaar twee doelpunten maken, maar Pantic bracht vanaf elf meter (hands van Veldman) de spanning terug. Uiteindelijk was het Babangida die er voor zorgde dat Van Gaal in zijn laatste seizoen bij Ajax niet in een vroegtijdig stadium met lege handen kwam te staan.
In acht voorgaande Champions League-wedstrijden wist Ajax al binnen het kwartier de score te openen. In vier gevallen was Litmanen verantwoordelijk voor die vliegende start. Tegen Atletico Madrid had de Fin na vijf minuten de openingstreffer op de schoen. Hij werd door Overmars vrij voor keeper Molina gezet, maar Litmanen passeerde de Spaanse sluitpost niet. Het bleef niet bij die mogelijkheid, want ook Ronald de Boer kwam in de beginfase in kansrijke positie voor Molina. De stand-in van Kluivert in de spits zag zijn schot tweemaal gekeerd door de doelman.
Terwijl Ajax het doel van Atletico zocht, hadden de Madrilenen vanaf het begin vooral oog voor de benen van hun tegenstanders. Aguilera kreeg al snel geel na een overtreding op Overmars, een kaart die later ook zijn ploeggenoten Santi, Esnaider en Simeone kregen. Na bijna een half uur bevestigde Simeone zijn kwalijke reputatie. De Argentijn, die vorig seizoen negentien gele kaarten kreeg, ging vol door op de enkel van Blind. De aanvoerder was ondanks zijn liesblessure toch in de basis begonnen, maar de aanslag van Simeone (niet bestraft door de warrige scheidsrechter Muhmenthaler) betekende het einde voor Blind. Na de rust werd hij vervangen door Veldman.
Door die wissel verhuisde Frank de Boer naar het centrum van de verdediging en ging Veldman met Melchiot in de mandekking spelen tegen Esnaider en Kiko. De van een schorsing teruggekeerde Kiko had na een half uur Atletico Madrid aan de leiding gebracht. De Spaanse international stond als een vogel zo vrij om de trekbal van Aguilera in de linkerhoek te plaatsen. De hele Ajax-defensie, inclusief Van der Sar, zag er bij die goal niet goed uit. Ajax kwam even onder zware druk te staan. 50 000 Toeschouwers en elf spelers van Atletico claimden op slag van rust ten onrechte een strafschop nadat Geli zich over de schoen van Van der Sar liet vallen. De doelman lag nog op de grond toen de bal bij Caminero kwam. Hij had de hoek voor het uitkiezen, maar schoot tegen het hoofd van Melchiot.
Wat in de eerste helft misging, lukte na de rust wel. Na vier minuten vond Litmanen het hoofd van Ronald de Boer, die vallend en via de graaiende handen van Molina de bal over de doellijn kopte: 1-1. Het was het eerste doelpunt van De Boer in de Champions League sinds 6 december 1995, toen hij scoorde tegen Ferencvaros. Niet veel later kreeg de beste voetballer van Nederland geel van Muhmenthaler na aanmerkingen op de leiding. In tegenstelling tot de arbiter vond De Boer het wel een penalty toen Babangida in de mangel werd genomen door Santi en Caminero. Een kwartier voor tijd kwam de bal wel op de stip, maar wel op die van Ajax. Eerst wuifde Muhmenthaler een valpartij van Esnaider over het been van Musampa nog weg, maar toen Veldman Kiko haakte, kon de scheidsrechter niets anders dan een strafschop geven.
Esnaider meldde zich voor de trap van elf meter. De spits zocht de linkerhoek, maar zag tot zijn verbijstering dat ook Van der Sar op die hoek had gegokt. Esnaider koelde zijn woede op de hielen van Witschge en mocht van veel geluk spreken dat Muhmenthaler die smerige actie geen rode kaart waard vond. Ondanks de domper van de gemiste strafschop bleef Atletico Madrid de aanval zoeken. Ajax moest terug en de wedstrijd kreeg hetzelfde beeld als het duel in Zürich tegen Grasshoppers, toen de Amsterdammers met de rug tegen de muur werden gezet. Met Dani voor Litmanen en Wooter voor Musampa haalde Ajax niet zonder geluk de verlenging, waarin Dani en Babangida voor de beslissing zorgden, hoewel het door de benutte strafschop van Pantic nog een kwartier lang ongemeen spannend werd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.