*

 
dossier

Archief

Antwerpen eert Paul van Ostaijen

Door: redactie − 31/01/96, 00:00

Van onze correspondent ANTWERPEN - Antwerpen maakt zich op voor een grootse herdenking van Paul van Ostaijen, de dichter die honderd jaar geleden in de Scheldestad werd geboren.

De eerste tram met dichtregels van Van Ostaijen ('Singers naaimasjien is de beste') rijdt al door de stad, maar het herdenkingsjaar begint officieel pas op 22 februari, precies een eeuw na 's mans geboorte. Op die dag zal een standbeeld van de dichter worden onthuld. Twee dagen later vinden op tal van plaatsen in de stad manifestaties plaats: in de hal van het Centraal Station zingen koren teksten van Van Ostaijen die speciaal voor die gelegenheid op muziek zijn gezet; elders in de stad worden op druk bezochte plekken gedichten voorgelezen; voor jongeren wordt een 'Nacht van Paul van Ostaijen' met veel muziek georganiseerd.

Volgens Eric Antonis, schepen (wethouder) van kunstzaken, is het de bedoeling een groot publiek in contact te brengen met het werk van Van Ostaijen. “We gaan met hem de straat op, we beperken ons niet tot mensen die toch al actief met literatuur bezig zijn,” zei hij gisteren bij de presentatie van het herdenkingsprogramma. Antonis, in 1993 de man achter 'Antwerpen, culturele hoofdstad van Europa', gebruikt dezelfde trefwoorden als destijds om de manifestaties te omschrijven: prikkelend, bruisend, actueel. “Kunstenaars van nu verwerken gedichten en grotesken van Van Ostaijen tot hedendaagse installaties, muziek- en theaterstukken.” Het gaat Antonis erom een zo compleet mogelijk beeld te geven van een “eigenzinnig en vooruitstrevend kunstenaar”, die bovenal een “tijdloos dichter” was.

Paul van Ostaijen debuteerde, amper twintig jaar oud, in 1916 met 'Music-Hall'. Het werk wordt nu alom gezien als het begin van de moderne Vlaamse poëzie. Zijn bekendste bundel, 'Bezette stad', schreef hij niet in Antwerpen, maar in Berlijn, waarheen hij gevlucht was uit angst voor celstraf in eigen land. Van Ostaijen, in Antwerpen een eenvoudige klerk op het stadhuis, lag steevast overhoop met de autoriteiten. Hij moest niets hebben van hun kleinburgerlijkheid. Niettemin keerde hij in 1921 terug naar Antwerpen, waar hem amnestie werd verleend. Echte waardering kreeg Van Ostaijen pas na zijn dood op 32-jarige leeftijd.

Het Archief en Museum voor het Vlaamse cultuurleven stelt tal van documenten van en over Van Ostaijen ten toon. Pronkstuk is het originele handschrift van 'Feesten van angst en pijn', een dichtbundel die postuum verscheen. Ook worden handschriften getoond van beroemde verzen als het genoemde 'Huldegedicht aan Singer' en 'Marc groet 's morgens de dingen' ('Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem / dag stoel naast de tafel . . .').

In het herdenkingsjaar zal ook een aantal nieuwe boeken over Van Ostaijen verschijnen. Het eerste, 'De genesis van Bezette stad', werd dezer dagen al gepubliceerd. Het boek, van de hand van kunsthistorica José Boyens, is gebaseerd op de briefwisseling tussen Van Ostaijen en beeldend kunstenaar Oscar Jespers. Het standaardwerk 'Paul van Ostaijen. Een documentatie' van Gerrit Borgers wordt herdrukt. De jaarlijkse Vlaamse boekenbeurs, in december, zal speciale aandacht schenken aan 'Paul van Ostaijen en zijn tijdgenoten'. Uitgevers hopen vurig dat Van Ostaijen het mis had toen hij zei: “Belangstelling voor boeken of schone kunsten hebben de mensen in mijn vaderland helemaal niet. Ze lezen geen boeken, maar zij lezen des te aandachtiger de kritiek in de dagbladen.”

mailIcon print |