Van onze sportredactie AMSTERDAM - Publiek, organisatoren en sponsors hebben hun zin gekregen. Net als vorig jaar is de mannenfinale op de US Open een Amerikaanse aangelegenheid geworden. Alleen waren het deze keer niet Sampras en Agassi, maar Sampras en Chang die tot de finale doordrongen. Sampras door van Ivanisevic te winnen (7-3 6-4 6-7 6-3). En Chang door Agassi te verslaan (6-3 6-2 6-2).
Voor Agassi was het typisch zo'n dag, waarop hij zijn dag niet had. Hij was er met zijn hoofd niet bij, stond slordig en ongeinspireerd te meppen en maakte veel onnodige fouten. Vooral met zijn forehand, normaal gesproken een van zijn meest gevreesde wapens. Maar ook zijn service stond op zo'n laag pitje, dat Chang heel wat punten aan zijn return te danken had. “Alles klikte”, glimlachte Chang, die zestien aces sloeg en zijn opslag zo varieerde dat Agassi, de beste retourneerder ter wereld, er dol van werd. “Ik kon geen druk zetten op zijn opslag”, klaagde hij. “Mijn returns zijn mijn beste slagen, maar tegen Chang waren het mijn beste afzwaaiers.” Volgens de statistieken sloeg hij er 45, tegen Chang 23.
De hele partij nam nog geen twee uur in beslag en bevestigde wat het hele jaar al zichtbaar is: Agassi is de oude niet meer. Sinds hij een jaar geleden van Sampras verloor in de eindstrijd van de US Open, is het bergafwaarts gegaan met hem. Hij glorieerde weliswaar op de Olympische Spelen, maar dat kun je nauwelijks meetellen. De echte toppers hadden niet de moeite genomen naar Atlanta af te reizen en bovendien werd Agassi in de kwartfinale gematst door een laffe scheidsrechter, die geen zin had door het chauvinistische Amerikaanse publiek gelyncht te worden.
In de andere halve eindstrijd verspeelde Sampras vier matchpunten tegen Ivanisevic, wat hem de derde set kostte. Maar in de vierde sloeg hij alsnog toe. Moest de Amerikaan na de door hem gewonnen vijfsetter tegen Corretja nog per infuus worden opgekalefaterd met twee liter glucose en zoutoplossing, een dag later was er van enige vermoeidheid niets te merken. “Ik was er al bang voor”, bromde Ivanisevic. “Tegen Corretje stond hij alleen maar over te geven, het was niet zo dat hij doodging.”
De strijd tussen Sampras en Ivanisevic werd voor een groot deel bepaald door servicegeweld. Ivanisevic sloeg 30 aces, Sampras 24. “Deze partij verdiende geen schoonheidsprijs”, erkende Sampras.
De finale belooft een spannende strijd te worden, omdat Sampras en Chang elk zo hun redenen hebben om hem winnend af te willen sluiten. Niet eens zozeer vanwege de eer of de dollars, als wel vanwege de punten die er met de titel te verdienen zijn. Beide spelers zitten elkaar namelijk vlak op de hielen. Als Sampras wint, blijft hij de nummer één van de wereld. Maar als hij verliest, neemt Chang (voor het eerst) die positie van hem over.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.