*

 
dossier

Archief

Sorgdrager houdt euthanasiebeleid in vicieuze cirkel gevangen

MOHAMED RABBAE − 25/01/97, 00:00

De auteur is Tweede-Kamerlid voor GroenLinks.

Treffende constatering in het onlangs verschenen onderzoek van de Nederlandse vereniging voor vrijwillige euthanasie, uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut, is de discommunicatie tussen de arts en de patiënt. Bij de overhandiging van een euthanasieverklaring aan de arts leidt de patiënt uit de reactie van de arts af dat deze instemt met het verzoek om euthanasie op een later tijdstip. De patiënt gaat naar huis met de geruststelling dat alles is geregeld. Maar als het zover is, blijkt dat de arts niet bereid is om het verzoek van de patiënt in te willigen. Dat deze situatie dramatische gevolgen heeft voor de patiënt behoeft geen betoog. De patiënt zit helemaal klem wanneer blijkt dat in zijn/haar regio geen arts bereid is om het verzoek over te nemen.

Om dit soort problemen te voorkomen is naar mijn opvatting een schriftelijke verklaring van de arts zeer op zijn plaats. Daarin kan de arts als reactie op de euthanasieverklaring van de patiënt grosso modo twee alternatieve posities innemen. Hij kan melden dat hij het verzoek (alleen) onder die en die omstandigheden zal inwilligen. Hij kan ook de patiënt laten weten dat hij - om welke reden dan ook - tegen euthanasie is en dus het verzoek niet accepteert. In het laatste geval kan de patiënt tijdig uitkijken naar een andere arts. Deze verklaring van de kant van de arts heeft het voordeel dat laatstgenoemde expliciet en serieus ingaat op het verzoek van de patiënt en schept daarmee duidelijkheid in de relatie arts-patiënt.

Ik kan me echter voorstellen dat artsen huiverig zullen zijn om een dergelijke verklaring af te geven uit vrees voor een verdere juridisering van het euthanasievraagstuk. Hoewel het allerminst de bedoeling van de patiënt is om met zijn/haar euthanasieverklaring een strafbaar feit uit te lokken, is het begrijpelijk dat de arts - in de huidige wettelijke context - in zijn eigen verklaring het begin ziet van een strafrechtelijk traject.

Ja tenzij

Het is daarom van cruciaal belang om euthanasie te decriminaliseren. Euthanasie is thans strafbaar tenzij de arts voldoet aan een aantal (zorgvuldigheids)eisen. Zolang dit zwaard van Damocles boven het hoofd van de arts hangt, zullen wij de noodzakelijke openheid over de euthanasie-praktijk nooit volledig krijgen. Hoewel het evaluatierapport van de heren Van der Maas en Van der Wal spreekt van een belangrijke stijging van het aantal meldingen door artsen wordt in ongeveer 60 procent van de euthanasiegevallen geen melding gemaakt. De maatschappelijke controle op de zorgkwaliteit voor patiënten is hierdoor onmogelijk.

Willen wij duidelijkheid in deze situatie tot stand brengen, dan zullen wij moeten overgaan naar een omkering van de bewijslast; van een 'nee, mits' naar een 'ja, tenzij'-bepaling: euthanasie is niet strafbaar tenzij blijkt uit de melding dat de arts zich niet heeft gehouden aan de gestelde (zorgvuldigheids)eisen. Dit brengt het strafrecht op afstand, decriminaliseert de arts en komt uiteindelijk de patiënt ten goede.

Decriminaliseren van euthanasie zal echter zijn pendant vinden in een zwaardere begeleiding van de arts op twee niveaus. Ten eerste op het niveau van de lijkschouwer. Deze zal in de regel onafhankelijk en geen collega dienen te zijn van de arts. Verder zal de lijkschouwer beter geëquipeerd moeten zijn (kennis van de wetgeving, instructies ter zake van de verslaglegging). Ten tweede krijgen regionale teams waarin medici, juristen en ethici zitting hebben, de taak om de arts te begeleiden gedurende het euthanasie-proces. De arts is en blijft uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor zijn beslissing. De uiteindelijke toetsing van de melding geschiedt door een vijftal commissies verspreid over het land.

Dit is ook de gedachte die voortvloeit uit het rapport over de meldingsprocedure. Het openbaar ministerie kan pas in beeld komen indien de toetsingscommissie melding maakt van onzorgvuldig handelen van de zijde van de arts.

Het kabinet heeft inmiddels het voorstel voor de toetsingscommissies overgenomen als schakel tussen de arts en het openbaar ministerie. Maar euthanasie blijft vooralsnog strafbaar volgens minister Sorgdrager. Alleen als de artsen massaal zouden melden, kan euthanasie volgens haar uit het Wetboek van strafrecht weggehaald worden.

Dit zullen de artsen mijns inziens pas gaan doen wanneer het strafrechterlijke zwaard van Damocles niet meer automatisch boven hun hoofd hangt. Minister Sorgdrager sluit hiermee het euthanasiebeleid in een vicieuze cirkel op; dat is te betreuren.

mailIcon print |