De psychologiestudentes Oglaya Woerdings en Joceline van der Linden slagen er maar niet in 20 doodgewone, niet-criminele rijksgenoten voor hun afstudeeronderzoek te vinden.
De beide dames (uit Suriname en Aruba afkomstig) merkten tijdens hun studie in Leiden hoe in de literatuur de Antilliaanse en Arubaanse jeugd in Nederland steevast in een negatief licht wordt geplaatst. Dat wilden zij nader onderzoeken. Al gauw bleek dat Antilliaanse en Arubaanse jongeren weliswaar niet crimineler zijn, maar wel zwaardere vergrijpen plegen dan andere jonge delinquenten. Een mooi uitgangspunt voor verdere studie.
Oglaya: “Via interviews met 12- tot 16-jarigen wilden we erachter komen of er verschillen zijn tussen Antilliaanse en Arubaanse kinderen die zich wel en niet met criminele activiteiten bezighouden. In persoonlijkheid bijvoorbeeld, in vrijetijdsbesteding, vriendenkring, school en huiselijke achtergrond. Wij hielden er rekening mee dat het moeilijk zou zijn om delinquente Antillianen of Arubanen te vinden, maar dat bleek vrij gemakkelijk. Het probleem zit in de 'gewone', niet-criminele Antillianen en Arubanen. Er wonen zo'n 13 000 Antilliaanse en Arubaanse jongeren van 10 tot 19 in Nederland, maar wij kunnen ze niet vinden.”
Ze probeerden het via scholen, maar die hadden geen zin om mee te werken, omdat ze al worden doodgegooid met onderzoekjes onder de allochtone jeugd. Van de Antilliaans/Arubaanse stichtingen kreeg het tweetal ook al weinig respons. In uiterste wanhoop plaatsten de studentes een oproep in Noticiero Aruba (nieuwsblad van het Arubahuis in Den Haag). Tot hun verbazing reageerde er niemand. “En zonder controlegroep kunnen we niet verder”, vertelt een teleurgestelde Oglaya. “We moeten helemaal opnieuw beginnen.” Dat wordt een race tegen de tijd, want Ritzen is onverbiddelijk: in september is de studietijd van de beide studentes om.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.