AMSTERDAM - Normaal bleef ir. Joop Manusama altijd tot het eind van een vergadering. Maar de laatste tijd viel het op dat hij haastig was. Zo ook de donderdag voor kerst, toen hij een bijeenkomst van enkele Zuidmolukse prominenten voortijdig verliet. Hij wilde die avond op z'n computer nog even aan z'n memoires schrijven.
“Hij moet het voorvoeld hebben dat z'n einde naderde, dat kan haast niet anders”, zegt de Amsterdamse advocaat John Wattilete, lid van de RMS-regering in ballingschap. “De laatste maanden zei hij vaak: 'm'n memoires moeten af'. Hij was bezig met een strijd tegen de tijd.”
Manusama heeft het bijna gered. Hij was al aan het slothoofdstuk van z'n boek toe, dat vooral handelt over de periode dat hij zelf op de Molukken woonde, van 1947 tot 1952. Wattilete: “Die periode is leidraad voor z'n hele verdere leven geweest. Het was voor hem een gewaarwording, toen hij in 1947 de eerste stap op de Molukken zette. Dat was opvallend voor iemand die er niet was geboren en die zo westers was opgegroeid. Nog steeds was hij sterk begaan met de tijd, dat er werd gevochten op de Molukken.”
Woensdag na kerst kreeg Manusama in zijn flat in Capelle aan den IJssel een hersenbloeding. Twee dagen later stierf hij in het Rotterdamse Havenziekenhuis. Wattilete heeft hem daar nog bezocht, maar Manusama kwam niet meer bij kennis.
In de Pauluskerk in Capelle was gisteravond een herdenkingsdienst. Vandaag is de uitvaart, die door zo'n drieduizend Molukkers zal worden bijgewoond. 's Ochtends is er een kerkdienst, 's middags wordt Manusama in Den Haag gecremeerd. Dat gebeurt op zijn uitdrukkelijk verzoek. De Molukse traditie is dat overledenen worden begraven. Maar Manusama wilde dat zijn as naar de Molukken zou worden overgebracht, “als het moment daar is”, zoals Wattilete het ideaal van een vrije republiek omschrijft.
De verdienste van Manusama is volgens de in Nederland geboren Wattilete geweest, dat hij het volk geleid heeft “op een zodanige wijze dat het geloof in de zaak is gebleven”. En hij wist het grootste deel van zijn volk bijeen te houden, en dat is geen geringe prestatie, gezien de vele ruzies en afscheidingen die de Molukse gemeenschap in politiek opzicht heeft gekend.
Als er weer eens een conflict of splitsing was, en de RMS-regering daarover zenuwachtig raakte, bleef Manusama de rust zelve. Hij belegde dan in zijn huis een vergadering, serveerde een kopje cappuccino, riep zijn kabinetsleden op dat rustig op te drinken en hield hen indringend voor, dat ze zich niet door de waan van de dag mochten laten leiden. Het ging om het grote doel.
Een standvastig man, aldus Wattilete die Manusama goed gekend heeft. Iemand die zich niet gauw van z'n stuk liet brengen.
- Vervolg op pagina 3.
'Mensen die geweld gebruikten, wáren Manusama's jongens niet' VERVOLG VAN PAGINA 1
Of, zegt John Wattilete, negatiever gezegd, was Manusama iemand in wiens opvattingen weinig rek zat. Maar toch ook een leider die wel degelijk open stond voor andere ideeen. Een man die gezag uitstraalde, ook nadat hij bijna drie jaar geleden aftrad als president.
Tegelijk een innemende persoonlijkheid. Humoristisch. Wattilete: “Hij mocht je graag even de laatste mop vertellen.” Manusama was een gezelligheidsdier die bezoek zeer op prijs stelde, en een borrel op z'n tijd wist te waarderen. Een echte gastheer, die in z'n keuken gerechten voor zijn gasten bereidde.
Z'n humor is de verklaring voor z'n pretoogjes. Z'n treurige blik kreeg volgens Wattilete gestalte in de jaren zeventig, de jaren van de treinkapingen en gijzelingen. “Hij heeft het toen niet gemakkelijk gehad, hij heeft veel geleden.”
Manusama zei over de kapers: 'Dat zijn onze jongens niet'. De opmerking gaf veel commotie in Molukse kring. Ter verdediging is vaak aangevoerd, dat de president niet meer bedoelde dan te zeggen dat de kapers uit een andere politieke hoek kwamen. Maar volgens Wattilete ging de opmerking verder. “In zijn waarden en normen paste geweld tegen onschuldige burgers niet. Hij kon zich niet voorstellen dat Molukkers zoiets deden. Ik denk dat hij echt meende wat hij zei. Mensen die geweld gebruikten, wáren z'n jongens niet.”
Manusama kreeg te maken met een opstand in eigen kring. Er werden diverse pogingen ondernomen om hem tot aftreden te dwingen. Maar de krachten waren niet sterk genoeg. Bij de eerste generatie, de Molukkers die hier begin jaren vijftig 'tijdelijk' kwamen, was hij bijna heilig. En die deelde toen nog de lakens uit.
Manusama heeft er steeds op gewezen, dat de acties uit de jaren zeventig de Molukse gemeenschap niets hebben opgeleverd. Wattilete: “Daar heeft hij gelijk in gehad. Toen dat besef doordrong, werd zijn gezag weer versterkt.”
Zonder omwegen heeft Manusama erkend, dat hij zelf ook niets bereikt heeft. Het ideaal van een vrije republiek is gedurende de periode dat hij president was, van 1966 tot 1993, geen millimeter dichterbij gekomen. Hij was daar eerlijk in, zegt Wattilete. Anders dan sommige concurrerende politieke leiders, die de onafhankelijkheid binnen vijf jaar beloofden, zei Manusama dat het een zaak van lange adem zou worden. En al jaren geleden realiseerde hij zich, dat hij het zelf nooit zou meemaken.
Manusama heeft in de ogen van Wattilete ook een paar fouten gemaakt. Hij heeft te weinig oog gehad voor de strijd op de Molukken. De tweede en derde generatie Molukkers, waartoe de Amsterdamse advocaat behoort, willen juist dáár de nadruk op leggen. “Wij worden niet onderdrukt, maar de mensen op de Molukken”, aldus Wattilete. “Onze generatie zegt: je moet een doel dichterbij nemen. Je moet praktisch denken. Hoe kun je je ideaal realiseren? Kijk naar de Palestijnen. Die krijgen zelfbestuur, een etappe op het traject dat uiteindelijk naar autonomie leidt. Nee, zolang Suharto aan de macht is, krijgen de Molukken geen zelfbestuur, dat besef ik ook.”
De tweede fout die Manusama gemaakt heeft, is volgens de jongere Molukkers dat hij, zeker in de beginperiode van z'n presidentschap, te sterk gehamerd heeft op de tijdelijkheid van het verblijf in Nederland. Begrijpelijk, want de eerste generatie kwam begin jaren vijftig met het gevoel, dat het maar even zou zijn. Maar mensen van die generatie hebben de indruk gewekt, dat Molukkers in Nederland niet gelukkig zijn. “En dat is een volstrekt verkeerd beeld”, zegt Wattilete.
In zijn ogen is het overlijden van Manusama het afscheid van de eerste generatie Molukkers. “Er zal geen breuk met het verleden komen. Hij was natuurlijk al drie jaar geleden afgetreden. Maar z'n dood vormt wel een soort ijkpunt. We zullen ons gaan realiseren wat hij betekend heeft, en ons afvragen hoe we onze idealen vorm moeten geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.