*

 
dossier

Archief

Bijzonder Suriname-gevoel baat ministers weinig/Suriname heeft Nederland niet nodig, maar omgekeerd wel

door BART KAMPHUIS − 12/09/98, 00:00

Bart Kamphuis, correspondent van Trouw in Suriname, vestigt zich weer in Nederland. Na zes jaar correspondentschap maakt hij de balans op van de relatie tussen Nederland en zijn voormalige kolonie.

Bij het opruimen van het archief van zes jaar correspondentschap blijkt de map 'relatie SR-NL' de dikste. Wat is er veel gezegd over 'De betrekkingen'. De ministers J. van Aartsen (buitenlandse zaken) en E. Herfkens (ontwikkelingssamenwerking) zullen hun Suriname-mappen onderhand ook wel eens hebben ingekeken. Een grondige studie is minder waarschijnlijk. President J. Wijdenbosch wil weliswaar een topontmoeting met W. Kok maar heeft nog steeds het intrekken van het aanhoudingsverzoek tegen Bouterse op zijn agenda staan. Dat is voor Nederland onbespreekbaar. Daarnaast is de persoonlijke belangstelling voor het land bij Van Aartsen en Herfkens minder dan bij hun voorgangers. Zowel H. van Mierlo als J. Pronk waren intensief betrokken bij de onafhankelijkheid in 1975 en hebben, soms vanuit functie, steeds gevoelsmatig, Suriname nooit meer losgelaten.

Er wordt veel gezegd dat persoonlijke betrokkenheid van Nederlandse bewindslieden belangrijk is voor een goede verstandhouding tussen de twee landen. Want de Surinaamse politiek hangt van persoonlijke contacten aan elkaar en is ondoorzichtig, omdat ze zich voor een belangrijk deel achter de schermen afspeelt. Nederlandse ministers die niet bereid zijn ziel en zaligheid in het gekonkel te gooien, zouden al te gemakkelijk bedrogen uit kunnen komen. Pronk en Van Mierlo besteedden veel aandacht aan hun Surinaamse relaties. En ze waren bereid tot felle debatten met de Kamer, soms niet zonder politiek risico.

Toch zullen Van Aartsen en Herfkens, die met hun portefeuilles verantwoordelijk zijn voor het overgrote deel van het Nederlandse Suriname-beleid, moeten concluderen dat het bijzondere Suriname-gevoel van hun voorgangers per saldo weinig heeft opgeleverd. Wijdenbosch en zijn regering blijven zich opstellen als belangenbehartigers van staatsadviseur Bouterse en kwalificeren een strafproces tegen hem als een politieke aangelegenheid. Dit obstakel heeft Van Mierlo niet kunnen wegnemen. Sterker nog: de diplomatieke betrekkingen zijn nog nooit zo slecht geweest sinds de nasleep van de decembermoorden van 1982, met toen al Bouterse in de hoofdrol.

Ook op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking is het rendement laag. Ondanks vele miljarden steun en de grote potentie van het land is er naast de traditionele bauxietsector geen structurele productie op gang gekomen. Tenminste, in de formele sector. De zwarte en grijze circuits floreren als nooit tevoren en laten de kloof tussen arm en rijk steeds verder groeien. Het overheidsapparaat is nog even log, corrupt en overbevolkt als het altijd is geweest.

De zwanenzang van Suriname werd onlangs weer opgetekend in een rapport van de Wereldbank. Het land is reddeloos, zo wordt vastgesteld, als niet snel een groot aantal drastische veranderingen wordt doorgevoerd, op velerlei terrein. Eigenlijk zegt het rapport dat Suriname opnieuw moet worden opgebouwd, waarmee in wezen een diepe onvoldoende wordt gegeven voor de inspanningen van de oud-kolonisator om er wat van te maken.

Rest de vraag of het door Den Haag gevoerde Suriname-beleid heeft voorkomen dat het nog veel slechter zal aflopen met de ex-kolonie in haar relatie tot voormalig moederland. Wat was er gebeurd als Pronk wél had vastgehouden aan controle en begeleiding van het structureel aanpassingsprogramma voor de economie? En als Van Mierlo niét bereid was om met Wijdenbosch van gedachten te wisselen over 'Bouterse'? Hoe zou het land er dan bij liggen?

Als de Surinaamse politiek wordt afgerekend op haar vorderingen in de opbouw van het land, dan is het belangrijkste probleem van Suriname haar politiek. Jaar in jaar uit dralen bestuurders om de hete brij heen, terwijl de oppositie geen goed doordachte en reële alternatieven op tafel legt. De politieke klasse wentelt zich in de luxe van een electoraat dat nooit heeft kunnen kennismaken met een moderne democratische cultuur. Ze houdt werkelijkheden hoog die ver staan van de echte stand van zaken. Crisis? Welke crisis!? Suriname heeft Nederland niet nodig, maar omgekeerd wél!

De meeste Surinamers laten zich echter niet makkelijk voor de gek houden en hebben een zeer lage dunk van de politiek. Je kunt het berusting of apathie noemen: openlijk verzet tegen de bestaande mores komt doorgaans slechts voort uit persoonlijke ambities, niet uit ideologische of economische wanhoop.

Stilstand brengt achteruitgang met zich mee, en het verbloemen daarvan hebben opeenvolgende Surinaamse regeringen tot een ware kunst verheven. Nederland kan werkelijk iets voor Suriname betekenen als het er toe bijdraagt dat dit stramien wordt doorbroken. Dat zal niet snel gaan, want er is in de loop der tijd veel vastgeroest onder de tropische klamme deken die het hele continent bedekt. Maar daar staat tegenover dat Den Haag er weinig voor hoeft te doen. Minister Herfkens heeft de eerste stap al gezet door een duidelijk verband te willen leggen tussen financiële steun en kwaliteit van het bestuur van het ontvangende land. Dat is een even nuttig als eenvoudig begin.

Het werkelijk gescheiden bewandelen van politieke en justitiële wegen, zou een mooi vervolg zijn. Deze nieuwe koers betekent onvermijdelijk dat beide landen nog meer dan nu ruggelings samen komen te staan, maar dan wel met de billen bloot. Bouterse's credo 'handen af van Suriname' zal nog wel eens verrassende nieuwe dimensies kunnen opleveren.

mailIcon print |