*

 
dossier

Archief

Filippijnse marxist zweert oude idealen niet te verkwanselen

WILS REBERGEN − 03/04/98, 00:00

UTRECHT - Presidentskandidaat Jose de Venecia maakt zich op om eind deze maand, vlak voor de verkiezingen, de eer binnen te halen voor een eerste akkoord met de Filippijnse communisten. De oogappel van de zittende president Fidel Ramos ziet een definitieve vredesregeling in het verschiet. Maar de in Nederland verblijvende communistenleider Jose Maria Sison blijft gereserveerd.

Volgens kranten op de Filippijnen moet de terugkeer van Sison eind deze maand zoiets worden als het bezoek van de paus aan Manila in 1995. De oprichter van de Filippijnse communistische partij (CPP) zou in een pausmobiel-achtig voertuig door de straten rijden van de hoofdstad, samen met presidentskandidaat Jose de Venecia. Gesuggereerd is zelfs hem te vragen bij aankomst de grond te kussen. En dat alles dan om De Venecia's imago als vredestichter zo groot mogelijk op te blazen voor de 34 miljoen Filippijnse kiezers.

'Joma' Sison probeert koel te blijven onder de verwachtingen. In zijn kantoor in Utrecht wijst hij erop dat De Venecia al in '93 naar Nederland vloog om zich met het vredesproces te bemoeien, en zijn belangstelling dus niet van de ene op de andere dag is ontstaan. Maar de CPP-voorman is net zo goed bereid met De Venecia's rivaal, Joseph Estrada, te onderhandelen, mocht die op 11 mei als winnaar uit de bus komen bij de presidentsverkiezingen.

De man van Ramos, de zittende president wees De Venecia aan als de beste om hem op te volgen, heeft echter alles in zich om het vredesproces met de communisten tot een goed einde te brengen. Hij was een studiegenoot van Luis Jalandoni, de belangrijkste onderhandelaar van de communisten, die inmiddels vanuit Utrecht is teruggekeerd naar de Filippijnen om de komst van Sison voor te bereiden. En De Venecia komt uit dezelfde streek als Sison, Noord-Luzon. Dat is belangrijk in de Filippijnen, waar veel langs etnische en regionale lijnen werkt.

De opmerking van De Venecia dat hij “een van de belangrijkste moderne Filippijnse denkers is”, raakt Sison duidelijk. “Dat wekt sympathie bij mensen in onze streek”, zegt de communistenleider zacht, terwijl hij naar het langsrazende verkeer op de Amsterdamse Straatweg kijkt. De verbittering dat Nederland hem nooit de erkenning heeft gegeven die hij verdient - door een verblijfsvergunning te weigeren - kan hij niet verbergen.

Sison was in 1969 niet alleen grondlegger van de CPP, maar ook de drijvende kracht achter het 'nieuwe volksleger', de NPA. In gevechten met de regering zijn naar schatting veertigduizend doden gevallen. Van het guerrillaleger is volgens de Filippijnse autoriteiten niet veel meer over. De CPP-leider spreekt echter van een verandering van tactiek: “Soldaten zijn ingezet om de massa te scholen.”

Joma Sison (59) weigert zichzelf te zien als een oude man met door de tijd achterhaalde idealen, die slechts naar huis wil terugkeren. “Dat de neo-liberale globalisering, het wereldwijde vrijemarkt-denken, ook niet alles is, dat is vorig jaar juli toch wel bewezen met de crisis in Azië.”

Hij geeft onomwonden toe dat de economische tegenslag voor de Filippijnen niet slecht uitkomt in de onderhandelingen met de regering. “Dat maakt de vertegenwoordigers van Manila veel minder arrogant.” Al sinds 1992 spreken communisten en autoriteiten met elkaar in Nederland, nadat president Ramos het verbod ophief op de CPP en het daaraan gelieerde Nationaal Democratische Front (NDF). Maar pas halverwege vorige maand werd een eerste akkoord bereikt, over het respecteren van mensenrechten.

Volgens Sison moet er nog heel wat gebeuren voor er een definitieve vredesregeling ligt. Zo willen de communisten eerst praten over sociaal-economische hervormingen. De Filippijnen hebben onder Ramos de afgelopen jaren een stormachtige economische groei doorgemaakt, maar de armen hebben niet geprofiteerd van de toenemende welvaart. Daar is iedereen het over eens.

Dan dient er een politieke overgangsregeling te komen, waarin de communisten worden betrokken bij het landsbestuur. De CPP denkt aan een nationale raad als in Zuid-Afrika, na de afschaffing van de apartheid. En vervolgens is er een mogelijkheid voor het definitief staken van de vijandelijkheden.

Dat laatste had president Ramos al veel eerder willen bereiken. Hij hoopte een akkoord met de communisten te sluiten voor zijn aftreden, zoals hij heeft gedaan met de grootste moslimverzetsgroep op het zuidelijke eiland Mindanao, de MNLF.

Sison veracht de handelwijze van de MNLF-leiders: “Ze hebben hun idealen verkwanseld.” Dat is de taaie marxist niet van plan. Hij zal met de kameraden in de Filippijnen overleggen, en dan stap voor stap onderhandelen. Maar De Venecia zal proberen hem te verleiden sneller te gaan.

De presidentskandidaat heeft al voorgesteld het eenzijdige staakt-het-vuren te verlengen, dat Ramos deze week heeft afgekondigd om rustige verkiezingen te garanderen. Die wapenstilstand loopt tot 30 juni, de dag waarop Ramos aftreedt. De Venecia wil de wapens nog minstens een maand langer in de kast laten, zodat de nieuwe president - hij - de ruimte heeft tot overeenstemming te komen met de communisten.

mailIcon print |