NAGANO - De leden van het Internationaal Olympisch Comité worden niet moe om hun nieuwe collega prins Willem Alexander uitbundig lof toe te zwaaien. Zijn kennis van en betrokkenheid met de sport worden in hoge mate geprezen.
Voorzitter Samaranch vertelde Anton Geesink, een ander Nederlands IOC-lid, dat “jullie een hele enthousiaste prins hebben”. Daarmee refereerde de markies vooral aan de hossende Alex, in zijn reactie op de gouden medailles in Atlanta. Hij is, kortom, een aanwinst van formaat.
Veel interessanter dan dit plichtmatig schilderen van verheven karaktertrekken is de rol die Willem Alexander (30) op dit internationale gremium kan spelen. En vooral, wat zijn beperkingen zijn. Bij monde van Nick Kouwenhoven geeft de RVD toe dat zijn diplomatieke omgeving zich in een geheel nieuwe materie moet verdiepen. “Zeker is wel dat de ministeriële verantwoordelijkheid voor zijn uitspraken en daden ten volle blijft gehandhaafd.”
Omdat Willem Alexander in het openbaar nauwelijks à titre personel kan spreken, behoort hij met nóg een aantal lieden van koninklijken bloede tot de sectie 'decorum' van het hoogste sportorgaan ter wereld. Wat oneerbiedig gezegd: hij is een 'Frau Antje' die de BV Nederland een grotere plaats op de wereldkaart geeft. Dat is dan het gezicht naar buitenuit. Het IOC zal graag met hem koketteren. De heer Samaranch voelt zich buitengewoon prettig in koninklijk gezelschap.
Gelukkig voor de prins zijn er voor hem zinvollere taken te verrichten. Achter de schermen zal hij ongetwijfeld bouwstenen aandragen voor een moderne sportinfrastructuur. Als actief beschermheer van NOC-NSF (hij woont regelmatig vergaderingen bij) en trouwe bezoeker van tal van sportevenementen beschikt hij over een behoorlijke dossierkennis. Wanneer het IOC geconfronteerd wordt met heikele zaken - wat kan variëren van boycots en dopingschandalen tot het Franco-verleden van zijn voorzitter - zal hij ongetwijfeld uit de wind worden gehouden. Het is aannemelijk dat Willem Alexander zich vooral zal laten gelden in de humanitaire taken die het IOC zichzelf heeft toegedicht; als een van de vredesstichters en -bevorderaars in de wereld. “De prins zal niet in conflicterende situaties verzeild raken”, verwacht Anton Geesink. “Hij hoeft niet altijd aanwezig te zijn.”
- Vervolg op pagina 13
'Samaranch heeft goede balans gevonden' Vervolg van pagina 1
Het IOC kent anonieme werkers en boegbeelden, doeners die in veel werkcommissies zitting hebben en zij die zich voorbeeldig van een meer representatieve functie kwijten. “Het comité bestaat uit een aantal geledingen van de maatschappij”, zegt Hein Verbruggen, die als voorzitter van de internationale wielrenunie UCI een kwaliteitszetel in het IOC bezet. “Er zit een zeer groot aantal oud-atleten, juristen en marketingmensen in. Tot die laatste groep mag ik mij zelf een beetje rekenen. Je hebt daarnaast ook mensen nodig die op allerlei andere terreinen hun invloed aan kunnen wenden en daarvoor door hun positie ook bij uitstek geschikt zijn. Voorts wil het IOC politiek meetellen in de wereld. Daarom zitten er ook oud-ministers en ambassadeurs in. Al met al heeft Samaranch een slimme, goede balans gevonden.”
Vredesstichter was Willem Alexander overigens al voor hij 'gekozen' werd. Zowel Verbruggen als Geesink vindt dat de concurrentiestrijd tussen zes kandidaten Nederland naar buitenuit geen goed heeft gedaan. Verbruggen: “Ik was er niet zo gelukkig mee. In het IOC werkt het niet zo. We hebben op een Nederlandse manier geprobeerd een IOC-lid erbij te krijgen. Dat ging met te veel inspraak gepaard.” Geesink: “Als één van de zes anderen was gekozen, was er geen rust in de tent gekomen. Die zes vinden zichzelf zo goed dat ze altijd met een scheef oog naar de uitverkorene zouden hebben gekeken.”
De oud-olympisch kampioen is vanzelfsprekend zeer content met de benoeming van de prins van Oranje, al was het alleen maar uit leedvermaak om NOC-voorman Wouter Huibregtsen. Sommige kringen dichten Geesink zoveel invloed toe binnen het IOC dat hij Samaranch ertoe zou hebben overgehaald een vertegenwoordiger van het koningshuis als nummer één op de voordracht te zetten. Geesink ontkent dat ten stelligste. “Tijdens de Winterspelen van Lillehammer, in 1994, heb ik de prins voorgesteld aan de president. Ik heb nooit van mijn leven over de kandidatuur van de kroonprins gerept. Wel heb ik vaak met de president over de mens Willem Alexander gesproken. Op het moment dat hij het beschermheerschap van het NOC overnam van zijn grootvader, heb ik dat natuurlijk uitgebreid aan de president bericht. Aan de andere kant is het nooit uit mijn gedachten geweest dat Nederland zo snel mogelijk een tweede IOC-lid moest hebben. Dat stond al in het eerste beleidsplan dat ik sinds mijn aantreden in 1987 heb geschreven.”
Het is de tweede achtereenvolgende keer dat de voorzitter van het NOC gepasseerd is voor de functie van IOC-lid. Na het overlijden van Cees Kerdel in 1986 schoof het nationale olympische comité toenmalig preses Henk Vonhoff als diens opvolger naar voren. Samaranch toverde tot verbijstering van dat gezelschap Anton Geesink uit de hoge hoed. Die schok is men eerst in Den Haag en later op Papendal niet meer te boven gekomen. Geesink: “Ik heb alles alleen moeten doen. Ik ben er trots op Nederlander te zijn, maar vraag me niet waarom.”
Een andere verslagene, Erica Terpstra, kraaide van plezier: “Het eerste goud is binnen.” Wanneer Ritsma, Romme of De Jong zondag op de 5000 meter de 'tweede' gouden medaille verovert, wordt de prins juichend op het ijs verwacht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.