*

 
dossier

Archief

KENNETH KAUNDA

ESTHER BOOTSMA − 07/02/98, 00:00

Okee, hij liet een golfbaan achter zijn presidentswoning aanleggen om een balletje te kunnen slaan met diplomaten. Maar Kenneth Kaunda was 27 jaar lang een van de weinige staatshoofden in Afrika die zichzelf niet schaamteloos verrijkte. Hij bezit nu een bescheiden optrekje in Zambia's hoofdstad Lusaka, waarin hij sinds begin dit jaar zit te staren naar een Chinese reuzenpanda in de hoek en foto's van hem met grootheden als Ronald Reagan aan de muur. Zijn huis is gebarricadeerd met prikkeldraad, en honderd agenten houden buiten de wacht.

De 73-jarige Zambiase ex-president, 'vader des vaderlands' en ooit lieveling van het Westen, werd op eerste kerstdag gearresteerd en in een cel vol luizen gegooid. Onder druk van buitenaf zette president Frederick Chiluba de celstraf snel om in huisarrest, maar een eind aan de impasse is niet in zicht. De noodtoestand blijft van kracht, en donoren hebben de hulpkraan dichtgedraaid zolang er geen oplossing komt.

De reden voor Kaunda's huisarrest is een quasi-komische couppoging in oktober, van een stel dronken officieren onder leiding van een zekere kapitein Solo. De regering beweert dat Kaunda erachter zat, maar heeft nog geen formele aanklacht ingediend. Op zijn beurt beschuldigt Kaunda Chiluba ervan de actie in scène te hebben gezet om politieke tegenstanders te kunnen oppakken.

Het is tekenend voor de belabberde situatie in Zambia, dat het volk nu wordt gestraft voor een persoonlijk duel tussen president en oud-president. Tachtig procent van de Zambianen is straatarm, ondervoeding en kindersterfte zijn wijd verbreid. De ommezwaai naar de markteconomie heeft weinig opgeleverd en het bewind van Chiluba, die in 1991 de verkiezingen van Kaunda won, is afgegleden naar een dictatoriaal regime.

Hoe anders stond Zambia er niet voor in de jaren zeventig. De held van de Afrikaanse vrijheidsstrijd, Kenneth Kaunda, was de eerste president na het vertrek van de Britten in 1964. KK, zoals hij wordt genoemd, was een emotionele, openhartige man en één van de meest toegankelijke van het continent. Wie hem ontmoette mocht hem meteen, met zijn lachende ogen en innemende persoonlijkheid. Hij hield lange conversaties met buitenlandse journalisten, die hij trakteerde op anekdotes en Bijbelcitaten. Hij rookt niet, drinkt niet en eet geen rood vlees. Beroemd is zijn eeuwige witte zakdoek in de hand, waarmee Kaunda tijdens zijn speeches regelmatig wat tranen wist.

Als zoon van een predikant geldt KK als devoot christen, die naar eigen zeggen zijn inspiratie als leider haalde uit zijn 'liefde voor de hele mensheid'. Hij groeide op in een missiehuis in toenmalig Noord-Rhodesië en bekostigde zijn schoolgeld door borden te wassen voor de blanke missionaris. Hij werd leraar en raakte gauw betrokken bij de vrijheidsstrijd. Tweemaal gooiden de Britten hem in de cel, maar de overgang naar onafhankelijkheid verliep zonder veel bloedvergieten en Kaunda erfde een van de rijkere landen in Afrika.

Zijn land was geboren “met een koperen lepel in de mond” zei Kaunda altijd. Door de hoge koperprijs ging het Zambia voor de wind, en kende het land een economische groei van 13 procent. De socialist Kaunda gaf het kopergeld echter net zo snel uit als het binnenkwam. Hij bouwde scholen, ziekenhuizen en wegen en subsidieerde gezondheidszorg, hoger onderwijs en voedselprijzen.

Verwijzend naar een van zijn zes boeken, 'Filosofie van het humanisme', investeerde Kaunda in de mensen. Maar de landbouw werd verwaarloosd en Zambia werd het meest verstedelijkte land van Afrika. Kaunda moest op grote schaal voedsel importeren en toen de koperprijzen in de jaren 70 instortten, begon hij overal geld te lenen. Mede door zijn rol als leider van de frontlijnstaten tegen het apartheidsbewind in Zuid-Afrika, was Kaunda geliefd in het Westen en kreeg Zambia lang de meeste hulp per inwoner van de wereld.

Toch stortte het land eind jaren tachtig volledig in. Dat bij voedselrellen een menigte zijn landrover in brand stak, raakte Kaunda diep. Zijn imago was naar de maan, en over zijn familie deden beschamende verhalen de ronde. Zijn prijzenswaardige bekentenis in 1987 dat een van zijn zes kinderen aan aids was overleden, werd nu tegen hem gebruikt.

Met de tegenstand groeide Kaunda's paranoia. Als een waar Afrikaans staatshoofd wisselde hij om de haverklap van ministers en legerofficieren. Tegenstanders verdwenen in het gevang of vluchtten naar het buitenland. In 1991 moest hij verkiezingen toestaan en de winst voor vakbondsleider Chiluba was voor hem een schok. Hij had immers Zambia gemaakt, hij wás Zambia. Of zoals zijn aanhang altijd zei: “God is in de hemel en Kaunda is op aarde.”

Maar KK legde zich manhaftig neer bij zijn verlies en trok zich terug uit de politiek. Tot hij in 1995 door zijn Unip-partij werd overgehaald om de leiding weer op zich te nemen. Daarmee begon het persoonlijk duel tussen hem en president Chiluba. Die veranderde meteen de grondwet zodat Kaunda, als zoon van niet-Zambianen, niet mocht meedoen aan de verkiezingen in 1996. Een domme zet, want Chiluba verspeelde ermee de gunst van het Westen en Kaunda zou vermoedelijk toch niet hebben gewonnen. Maar het verbod op zijn kandidatuur maakte hem tot een soort held.

Op een Unip-bijeenkomst in augustus vorig jaar werd Kaunda's voorhoofd door een kogel geschampt, wat hij direct een moordaanslag noemde. In de maanden na de couppoging maakte KK, op toernee in het buitenland, Chiluba's regering telkens uit voor 'leugenaars en dieven', waarmee hij de politie voldoende uitdaagde om hem op de dag van zijn terugkeer te arresteren.

Hoe nu verder in Zambia? Misschien moet Kaunda zelf ophouden met schelden en het voorbeeld van de wijze, oude staatsman geven. Dan zou Chiluba op zijn beurt de oppositie meer speelruimte moeten geven, zodat KK waardig met pensioen kan gaan. Want hoeveel fouten Kaunda ook heeft gemaakt, hij is een ikoon, die moeilijk nog langer behandeld kan worden als vijand van de staat.

mailIcon print |