*

 
dossier

Archief

Amsterdam Chronicle vindt Nederland fascistisch

RUUD VAN HAASTRECHT − 07/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Zeven jaar na hun komst naar Nederland zijn Grace en Michael Hogan een illusie armer. Na de 'genocide' die hun geboorteland in de Golfoorlog had aangericht, besloten ze de Verenigde Staten de rug toe te keren. Op een radiozender in New York werd Nederland het meest democratische, socialistische en tolerante land van Europa genoemd. De Hogans aarzelden geen moment meer en pakten hun koffers.

“We hebben de propaganda van de Nederlandse regering geloofd”, schudt Michael Hogan zijn hoofd. Want, zoals dat gaat met mensen die van hun geloof vallen: de slinger is intussen de andere kant uitgezwaaid.

“Wij kwamen voor de kwaliteit van leven”, knikt Grace Hogan. “We dachten dat we die hier zouden vinden.” Maar: “We zijn geschokt. We gingen hier naartoe omdat we ziek en moe waren van de dingen die we in Amerika zagen. Maar nu zien we dit soort dingen hier ook. Het socialisme hier is niet waarvoor het ooit is begonnen. Er is geen sociaal vangnet meer. Er zijn veel rijken en je ziet hongerige mensen op straat. Nederland heeft het grootste percentage drop outs van alle Europese landen: 47 procent maakt de middelbare school niet af. En de multiculturele samenleving is fake. We hebben zes jaar in de Bijlmer gewoond, maar ook daar probeert iedereen Nederlandser dan Nederlands te zijn.” In het laatste nummer van hun Amsterdam Chronicle noemt ze Nederland zelfs 'een fascistisch land'.

Nou, nou...

“Zeshonderdvijftig coffeeshops in het politiedistrict Amsterdam-Amstelland worden bespioneerd”, dreunt ze op. “De coffeeshops worden gesnoeid op racistische gronden; alleen de Marokkaanse moeten weg. De politie zegt zonder blikken of blozen dat bepaalde rassen geneigd zijn tot criminaliteit en daarom in de gaten gehouden moeten worden. Met artikel 140 van het wetboek van strafrecht wordt iedere burger monddood gemaakt. Het linkse hart van Nederland is vermoord door Bolkestein-alikes. Mijn man zegt vaak dat wij hier twintig jaar te laat zijn aangekomen. Iedereen hier is gefrustreerd. Zelfs de Socialistische Partij zegt dat buitenlanders de schuld zijn van de armoede. En Fritz (Bolkestein, red.) zegt hetzelfde als Goebbels en Josef Stalin.”

Ze zitten aan een houten tafel in een trendy café in de Spuistraat. Hoewel Grace intussen de vier en Michael zelfs de vijf kruisjes is gepasseerd, maken ze een jeugdige indruk. Michael windt zich op als een angry young man, Grace is een verbeterde uitgave van Yoko Ono. Gek zijn ze allerminst. Allebei hebben ze back home een universitaire opleiding voltooid. Twintig, dertig jaar geleden zouden ze hier met hun Amerikaanse politieke correctheid een willig oor hebben gevonden. Maar het Nederland van Joop den Uyl bestaat niet meer. En zo strijdt het stel nu tegen Big Brother, zoals Don Quichotte ooit tegen de windmolens.

Wow!

Aangezien geen enkel Nederlands medium meldt wat zij om zich heen zien, doet het echtpaar het zelf maar. Grace: “Om het vacuüm te vullen”. Haar man, bewonderend: “Wow! Wat een antwoord! I like it!”.

Met een charmante onregelmatigheid dwarrelt sinds een jaar of anderhalf de zwartwit-gestencilde Amsterdam Chronicle op de redactiebureaus van de media neer. 'Een reisgids', noemen ze hun blad. “Reizigers hebben een antenne voor wat er aan de hand is. Ze zijn niet bang om de totempalen en taboes omver te halen, regeringspropaganda te ontmaskeren. Nederlanders zijn met handen en voeten aan dit land gebonden. Alleen die geweldige bisschop van Breda - what's his name, juist: Muskens - ziet wat er aan de hand is. We schrijven wel eens een aanmoedigingsbrief.”

Anarchistische scene

Dat tot nu toe behalve een handjevol mensen uit de anarchistische scene niemand aanslaat op het underground-tijdschrift verbaast ze niks. “Nederlanders kunnen niet tegen kritiek, tegen een andere mening”, vindt Michael Hogan. “We kunnen ook geen verkooppunten vinden voor ons blad. Zelfs de anarchistische boekhandel Fort van Sjakkoo wilde het niet verkopen. Waarom? Je ne sais pas. Misschien is het te ruig, het oogt niet mooi, het heeft een negatieve boodschap, het is niet upbeat.”

De lezers zijn evenmin verlegen om een blad waarin hun land de oren gewassen krijgt door een stelletje buitenlanders. Michael Hogan verkocht met pijn en moeite tweehonderd exemplaren van het laatste nummer. Een ware roepende in de woestijn. Maar hoe groot hun idealisme ook is, het aardse slijk dwingt de Hogans tot bezinning. Michael weet niet of hij nog genoeg geld heeft voor een volgend nummer, waarin een pleidooi komt voor een vrij drugsbeleid.

Op hun jaarlijkse vakantie naar de Verenigde Staten gaan de Hogans binnenkort op universiteiten fundraisen. Of daar wel animo is om geld te steken in een Engelstalige kroniek over het Poldermodel? Grace: “Er is een grote interesse in het Nederlandse drugsbeleid. En we willen Amerikanen alarmeren, dat ondanks de Tweede Wereldoorlog het fascisme gewonnen heeft in Europa.”

Haar man: “Ik moet vaak denken aan James Baldwin, de zwarte Amerikaanse schrijver die ook Amerika verliet. Die schreef dat hij na tien jaar in Frankrijk Amerika beter had leren kennen. Dat geldt ook voor ons. Wij hebben hier zeven jaar moeten leven om tot de conclusie te komen dat Amerika de hoop is van de Verlichting.”

mailIcon print |