De journalisten Feike Salverda en Peter R. de Vries zijn deze week door de rechtbank in Amsterdam vrijgesproken. Ze hadden in hun respectieve tv-programma's diskettes laten zien die eerder uit het huis van officier van justitie Valente en het Paleis van Justitie ontvreemd waren. Toch was dat geen heling, vond de rechtbank. Want bij heling gaat het voor de wet om 'een goed' en informatie is geen 'goed', zoals een fiets of een autoradio. Ook de uitzending van een afgeluisterd geprek tussen twee politiebeambten kon door de beugel. De privacy van de betrokkenen achtte de rechtbank niet zodanig geschonden om ervoor aan het recht van vrije meningsuiting te tornen.
Daarmee gaan de journalisten vrijuit. Zonder dat dat overigens betekent, dat gestolen informatie nu voortaan altijd gebruikt mag worden. Het hangt er maar vanaf in welke kontekst dat gebeurt en welke belangen er op het spel staan. Waarbij er behalve een juridische, ook nog een ethische afweging is. Een journalist is er immers met de overweging 'juridisch kunnen ze me niets maken' niet vanaf. Mensen kunnen door de pers ernstig beschadigd worden, terwijl het juridisch allemaal prima in orde is.
Over de ethische aspecten van wederrechtelijk verkregen informatie heeft de Raad voor de Journalistiek begin december een uitpraak gedaan, waarin de Raad dezelfde lijnen trok, die nu de Amsterdamse rechters, maar dan juridisch verwoord, ook getrokken hebben. Ook de Raad koos voor een belangenafweging. Waarbij de belangen van het individu in het recht juridisch, en in de ethiek volgens overwegingen van goed en kwaad geformuleerd dienen te worden.
Vooral die laatste, ethische, afweging is steeds moeilijk. Wanneer is het ethisch gerechtvaardigd iemand door publicatie kwaad te berokkenen? Het is een vraag om van geval tot geval te beantwoorden. Waarbij, zoals iedere beroepsgroep, die dit soort waarde-afwegingen moet maken, ook de journalist een verantwoordingsplicht heeft, wanneer daarom gevraagd wordt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.