*

 
dossier

Archief

Economie Colombia wàs bestand tegen politiek

TJABEL DALING − 08/02/96, 00:00

BOGOTA - “Het gaat slecht met het land, maar goed met de economie.” Deze uitspraak is in Colombia al tientallen jaren te horen. Het geweld, de drugshandel, de oorlog tussen het leger en het linkse verzet: de Colombiaanse economie is er nauwelijks door aangetast.

Colombia is met Chili het economisch meest stabiele land in Latijns-Amerika. Nu lijkt een omslag op til. De politieke en institutionele crisis dreigt de Colombiaanse economie te verlammen. De vijftien belangrijkste ondernemers hebben het vertrouwen opgezegd in president Ernesto Samper, die ervan wordt beschuldigd besmet geld te hebben geaccepteerd van de drugsmafia. Volgens de ondernemers heeft de regering Samper geen legitimiteit meer en is zij te zwak en te ongeloofwaardig om het land te besturen.

Samper weigert echter af te treden en het is niet ondenkbaar dat Colombia een lange periode van politieke instabiliteit tegemoet gaat. Politiek instabiel is het land deze eeuw eigenlijk altijd geweest, maar de problemen zijn nu dermate groot dat Colombia onregeerbaar dreigt te worden. Tot voor kort steunde het bedrijfsleven Samper door dik en dun. Nieuwe beschuldigingen van ex-minister van defensie Fernando Botero aan het adres van de president hebben daar verandering in gebracht: 51 procent van de ondernemers heeft besloten voorlopig investeringen uit te stellen. Liefst 97,4 procent meent dat de politieke crisis negatieve gevolgen heeft voor de economie.

Nationale onderzoeksinstituten zeggen dat de politieke crisis een economische schadepost zal opleveren van zeker 500 miljoen dollar. Bij een politieke crisis zullen de negatieve gevolgen nog veel groter zijn.

Colombiaanse ondernemers wachten angstig de maand maart af. Dan maakt het Amerikaanse Congres bekend of Colombia het afgelopen jaar goed z'n best heeft gedaan in de strijd tegen de drugsmafia. Een verklaring van goed gedrag, de zogeheten certificación, betekent dat zo'n 6000 Colombiaanse produkten min of meer belastingvrij naar de VS kunnen worden geëxporteerd, een bestendiging van de huidige situatie.

“Als die verklaring er niet komt, is dat een ramp voor de economie”, zegt José Leibovich, als econoom verbonden aan de prestigieuze Universidad de los Andes in Bogotá. “De vraag naar Colombiaanse produkten zal instorten. Ondernemers betalen dan veel meer invoerrechten en buitenlandse investeringen zullen fors dalen.” Een ander gevolg van een negatieve Amerikaanse beslissing is volgens Leibovich dat ook gezaghebbende internationale instellingen als de Wereldbank en het Internationaal monetair fonds minder genegen zullen zijn Colombia nieuwe kredieten te verstrekken.

Het financiële dagblad La Republica meldde vorige week dat een 'nee' van Washington dodelijk zal zijn voor de olie-industrie. Amerikaanse investeerders zullen afhaken en de export van ruwe olie naar de VS zal enorm dalen. Andere bedrijfstakken zullen “in coma” raken. De Colombiaanse ambassadeur in Washington, Carlos Lleras de la Fuente, blijft optimistisch over de 'verklaring van goed gedrag'. Maar in het geval van een negatief besluit zal Colombia “een paria worden, zoals bijvoorbeeld Iran en Libië”.

Retoriek of niet, Samper gelooft nog steeds dat Colombia de felbegeerde certificación krijgt. In een interview met CNN verhaalde hij vorige week over de langdurige “wittebroodsweken” tussen de VS en Colombia. De betrekkingen tussen beide landen zijn de afgelopen 15 jaar uitstekend geweest, zei hij. “Helaas is onze verhouding nu genarcotiseerd. Maar ik geloof niet dat de VS hun beste bondgenoot in de strijd tegen de drugshandel willen verliezen.”

Zeker, de Amerikanen prezen Samper vorig jaar toen de Colombiaanse politie en het leger de topmannen van het beruchte Cali-kartel oppakten. Maar was de president even vergeten dat hij in de VS al anderhalf jaar onder verdenking staat? Weet de president niet dat Washington zeer verbolgen is over het feit dat de nummer drie van Cali, José Santacruz, enkele maanden geleden ongehinderd de gevangenis uit kon lopen? En heeft de president niet de vernietigende commentaren in de gezaghebbende Amerikaanse kranten gelezen? Als die het officiële beleid weerspiegelen, ziet het er niet best uit voor Colombia.

“Samper moet onmiddellijk aftreden”, meent Maria Isabel Patíno, voorziter van de vereniging van bloemenexporteurs. Colombia is de tweede exporteur van bloemen ter wereld na Nederland, dat bijna 60 procent van de markt voor zijn rekening neemt. De Colombianen volgen met 11 procent op verre afstand, maar hebben wel tachtig procent van de Amerikaanse markt in handen.

Isabel Patíno: “De politieke crisis heeft voor ons nog geen grote gevolgen gehad, maar we maken ons ernstige zorgen. Tot nu toe is de vraag nog niet verminderd en zijn er geen orders geannuleerd. Maar wat zal er na maart gebeuren?”

De ondernemer hekelt de corruptie in haar land. Ze kritiseert het verziekte politieke klimaat. “Ons land is een bananenrepubliek. Hier kan iedereen minister worden. Iedereen! Het ontbreekt ons aan vakbekwame ministers, technocraten; we zitten opgescheept met een zootje incapabele politici.”

Toch heeft Isabel Patíno er vertrouwen in dat de economie een eventuele crisis zal overleven. Andere deskundigen menen dat ook. Voor 1997 en 1998 worden al weer groeipercentages van 5 procent verwacht. De politieke crisis zal vooral negatieve gevolgen hebben voor 1996.

“De structuur van de Colombiaanse economie is goed”, zegt Leibovich. “Er is een sterke ondernemersklasse. We hebben veel natuurlijke hulpbronnen. Het economisch beleid is de afgelopen 25 jaar nooit aan sterke schommelingen onderhevig geweest. Arbeiders zijn creatief en werklustig. En Colombia heeft nooit de hyperinflatie gekend van sommige buurlanden.” De export van cocaïne en het witwassen van drugsgelden heeft ook een forse impuls aan de economie gegeven. In steden als Cali en Medellén zijn grote winkelcentra uit de grond gestampt met drugsdollars.

Leibovich: “De invloed van de drugsbaronnen op de economie is onmiskenbaar. De suggestie mag niet gewekt worden alsof de gehele economie op besmet geld drijft. Ons bruto nationaal produkt is 60 miljard dollar. De drugsmafia verdient met de export van cocaïne tussen de één en drie miljard dollar. Die cijfers spreken voor zich. Maar ik weet ook: met drie miljard dollar kun je heel veel doen.”

mailIcon print |