*

 
dossier

Archief

Twee Nederlandse filmvlinders zorgen nog niet meteen voor een 'Dutch Renaissance'

MARK DUURSMA − 07/02/98, 00:00

ROTTERDAM - Zeer waarschijnlijk wordt de film 'Gadjo dilo' van Tony Gatlif vanavond uitgeroepen tot publieksfavoriet van het Filmfestival Rotterdam. Gatlif, van origine een Algerijnse zigeuner, maakte al eerder sterke films over de internationale zigeunercultuur en volgt in zijn laatste film een jonge Parijzenaar die doordringt tot een Roemeense zigeunergemeenschap. Vierhonderd bezoekers van de tot nog toe enige voorstelling van 'Gadjo dilo' waardeerden de film met een gemiddelde score van 4.64 op een schaal van vijf. Daarmee staat hij al sinds dinsdag op een onaantastbare eerste plaats.

De publieksenquête is een ambivalent fenomeen. Opmerkelijk is dat belangrijke films die vorig jaar her en der in de prijzen zijn gevallen en door de filmpers zeer worden gewaardeerd, bijzonder slecht scoren bij het Rotterdamse publiek. Zo staan 'Hana-bi', 'La vie de Jésus', 'Funny games' 'The river' laag tot zeer laag op de lijst.

Juist films die niet bepaald representatief zijn voor het festivalaanbod, gingen er in voorgaande jaren met de publieksprijs vandoor: 'Once were warriors', 'Shine'. Citroën, sponsor van de publieksprijs, heeft er dan ook goed aan gedaan om de prijs niet langer aan de regisseur te geven, maar aan het publiek. Met het optreden van de Britse multimedia-sensatie Photek op het slotfeest vanavond bedankt Citroën het publiek voor de deelname aan de enquête.

Op de tweede plaats, na 'Gadjo dilo', stond vrijdag de Bosnische film 'Perfect circle' van Ademir Kenovic, een film die maar niet wordt uitgebracht in Nederland vanwege gesteggel tussen producent en distributeur. Dergelijke problemen waren symptomatisch voor deze festivaleditie: bij de Route 2000-films werd een producentenruzie maar net voorkomen, een Italiaanse film kwam tegen de zin van de producent toch nog naar Rotterdam, 'Keep cool' van Zhang Yimou wist het festival om onduidelijke redenen niet te bereiken.

Het meest pregnante conflict tussen producent en regisseur doet zich voor in het geval van 'Frost' van Fred Kelemen, een drieënhalf uur durende 'zwerftocht door een mentaal en fysiek Duits landschap' die pas gisteravond in première ging. De opmerking in de catalogus dat Kelemen de hier vertoonde versie beschouwt als definitief, in tegenstelling tot een eerder vertoonde versie in Berlijn, werd gisteren gevolgd door een persbericht waarin regisseur, festival en financier ZDF de producent verwijten dat hij vertoning van de juiste 'Frost' onmogelijk maakt. Enerzijds zijn ze verheugd met de wereldpremière, anderzijds betreuren ze de film niet te kunnen vertonen 'in the proper way'. Dat ruikt naar flinke Scheisse. Toch wilden de drie jury's hun oordeel graag opschorten tot na 'Frost', want Kelemen toonde zich vier jaar geleden met zijn loodzware eindexamenfilm 'Verhüngnis' als iemand om in de gaten te houden.

Of 'Frost' nu nog, zoals dat was gepland, zal worden uitgebracht als Tiger Release, het samenwerkingsverband tussen festival en de distributietak van het Nederlands Filmmuseum, is onzeker. Geselecteerd voor deze serie is wel 'Who the hell is Juliette?', de vitale, onbestemde en uiteindelijk onbevredigende debuutfilm van Mexicaan Carlos Marcovich. Het niveau van de kandidaten voor de drie vanavond uit te reiken Tiger Awards was hoger dan vorig jaar. Mijn favoriete trio bestaat uit 'First love, last rites' uit Amerika, 'Motel Cactus' uit Zuid-Korea en 'Die Siebtelbauern' uit Oostenrijk. Met eventuele prijzen voor 'Marie Baie des Anges' uit Frankrijk, 'Giro di lune tra terre e mare' uit Italië of 'Dance of the wind' uit India is het internationale prestige van Rotterdam weinig gediend, want deze films waren een half jaar geleden alledrie te zien in Venetië.

Veelbesproken tijdens de 27ste editie van het Filmfestival Rotterdam was de vermeende 'Dutch Renaissance'- een onzinnige term. Natuurlijk is het prachtig dat er hier negen nieuwe Nederlandse films waren te zien, en dat twee films van Nederlandse regisseurs de competitie van het Filmfestival Berlijn hebben gehaald. Kwantiteit is echter nog geen kwaliteit en bovendien: die films moeten niet alleen gemaakt, maar ook bekeken worden. De nietszeggende pretentie van Miriam Kruishoops 'Vive elle' en de goedbedoelde naïviteit van Ben van Lieshouts 'De verstekeling' vormen in dat opzicht flinke hindernissen. Ook de documentaire 'Riviera Hotel' van Bernie IJdis kan onmogelijk geslaagd worden genoemd: de poging om de mafia-glorie van Havana op te roepen verzandt in een stuurloze collectie anekdotes over vroeger en misplaatste verwijzingen naar hedendaags Cuba. De Nederlandse film werd in Rotterdam overtuigend vertegenwoordigd door Peter Delpeuts 'Felice...Felice...', Frank Scheffers 'De weg' en 'De Poolse bruid' van Karim Traïdia. Ironisch genoeg is het juist een Algerijn, al jaren in Nederland wonend, die ons de schoonheid van het Groningse platteland laat zien. Ook voor menig buitenlandse bezoeker was het beeld van die regio een openbaring. Verontrust informeerde de recensent van het Amerikaanse vakblad Variety: “Jullie hebben hier toch niet echt van dat vreselijke behang?”

mailIcon print |