Van onze onderwijsredactie AMSTERDAM - Leerlingen van groep acht zingen buitengewoon beroerd. Ze zijn amper in staat een lied dat ze lang geleden hebben geleerd, fatsoenlijk te reproduceren. Ook een net ingestudeerd nummer komt zeer slecht uit de verf.
Het onderzoek naar het niveau van het muziekonderwijs aan het eind van de basisschool, een onderdeel van het periodieke peiling PPON, geeft geen vrolijk beeld. Twee derde van de gemiddeld vijftig minuten muziekles per week gaat op aan zingen, maar 87 procent van de kinderen scoort op dat onderdeel beslist onvoldoende.
Het herkennen en benoemen van instrumenten gaat de leerlingen evenmin goed af. Vragen bij het luisteren naar muziek, zoals over toonhoogte, klankkleur en toonsterkte, vinden ze ook heel erg ingewikkeld. De leerlingen weten wel genoeg over verschillende muziekstijlen en over muziek uit andere landen en culturen. Maar het rapport stelt vast, dat die elementen op school nauwelijks aan de orde komen; dat leren de kinderen dus buiten school.
Er bestaan grote verschillen tussen verschillende groepen leerlingen. De 38 procent die op de muziekschool of bij een privé-leraar een instrument leert bespelen, doet het bij het schoolse muziekonderwijs beter dan diegenen die die lessen niet hebben. Op een kwart van de scholen geeft niet de groepsleerkracht maar een vakdocent muziekles. De kinderen die les hebben van zo'n vakdocent halen een hoger niveau. Meisjes vinden muziek leuker dan jongens, en hun scores zijn op een aantal onderdelen hoger. Uit de examens in het voortgezet onderwijs blijkt echter dat meisjes lager scoren dan jongens.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.