Het zwaarste gewicht dat de televisie op het punt van overredingskracht in de schaal kan werpen, komt tot uitdrukking in de uitroep van de kijker: “Ik heb het met mijn eigen ogen gezien en met mijn eigen oren gehoord.” Nadere discussie overbodig, want wie durft te twijfelen aan de eigen zintuigelijke waarneming? Dat je ook andere plaatjes had kunnen zien met een totaal andere lading, lijkt op zo'n moment irrelevant. Wat niet vertoond is, bestaat domweg niet.
Ik kan me daarom de machteloosheid wel voorstellen van Erika Hoekstra en Luuk Hajema, respectievelijk woordvoerster en persoonlijk adviseur van Hans Ouwerkerk, tot gisteren burgemeester van Groningen. In hun optiek vertoonde de tv een vals beeld van de werkelijkheid met als gevolg dat hun burgemeester 'al afgeschreven was, zonder zich te kunnen verweren'. Zo goed als trouwens Docters van Leeuwen het wel kon schudden toen hij in beeld gebracht werd als de leider van een muitersbende.
Zijn beelden echt zo doorslaggevend? Ja, dat zijn ze. Elders op deze pagina zet Otto Scholten uiteen dat ze in staat zijn een golf van emotie los te maken. Hij vindt daarom dat op tv-journalisten een zware verantwoordelijkheid rust de journalistieke standaarden hoog te houden, maar constateert dat in de praktijk de kwaliteit nogal eens het loodje moet leggen. Concurrentiedrift en sensatiezucht staan een evenwichtige presentatie van beelden vaak in de weg. Het hek is helemaal van de dam als autoriteiten dankzij de journalistieke scoringsdrift kans zien om (bijvoorbeeld via lekken) hun stempel op de uiteindelijk gepresenteerde beelden te drukken.
Het zou zeker geen kwaad kunnen wanneer journalisten wat vaker de hand in eigen boezem zouden steken. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Scholten c.s. met een dergelijk betoog de kern van de zaak missen. Waar het om gaat is dat beelden hun eigen verhaal vertellen. Je hebt een paar kernbeelden die er wezenlijk toe doen, zoals die van de brandende barricaden in de Oosterparkstraat, of die van een minister die zegt dat haar de oren van het hoofd vielen, later gevolgd door beelden van een kennelijk 'complotterend' college van p.g.'s. Zulke beelden vertellen in een paar shots het drama en in het verlengde daarvan heb je duizenden andere beelden die het verhaal verder ontvouwen, vaak gedurende een reeks van dagen. Ongetwijfeld zit er in die vervolgbeelden veel ruis. Maar dat is bijzaak.
Levend in een beeldcultuur zou je mogen verwachten dat de autoriteiten zich in hun reactie zouden richten op de onthullende en emotionele kracht van die kernbeelden. Niets is minder waar. Als het beeld gezaaid is trekken de autoriteiten zich meestal terug voor beraad, of proberen olie op de golven te gooien, om vervolgens tot hun ontreddering te ontdekken dat een lawine aan vervolgbeelden het verhaal hardnekkig gaande houdt. De schuld van de journalisten?
Zoals gezegd, op hun gedrag valt best wat aan te merken. Maar je kunt hen onmogelijk verwijten dat het een zootje is op het departement van justitie, dan wel dat de autoriteiten in Groningen hun zaakjes slecht geregeld hadden. Dankzij de beelden, hoe onvolmaakt ook, werd de vinger gelegd op de krakkemikkigheid waarmee autoriteiten zich van hun klassieke overheidstaken kwijten. Verstandige gezagsdragers nemen daarom de kern van de beelden serieus en vertellen daar in alle rust hun eigen verhaal bij. Dat kan ook, want anders dan autoriteiten denken, is de burger volwassen genoeg om te weten dat de wereld uit meer bestaat dan plaatjes alleen.
Zolang de autoriteit de burger op dit punt niet vertrouwt, blijft het tobben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.