Technische studenten helpen bij het opzetten van industriële bedrijven. Daar draait het om bij het Eindhovense Fabrikantenprogramma.
Het Fabrikantenprogramma wil - geselecteerde - ambitieuze jongeren helpen binnen twee jaar een eigen industriële onderneming te starten. De deelnemers - het zijn er inmiddels twintig - worden begeleid door medewerkers van de faculteit techniek van de Hogeschool Eindhoven en door ondernemers, financiers en accountants uit de praktijk, zoals Philips, de Rabobank en Deloitte & Touche. Zij geven cursussen, trainingen en praktische ondersteuning.
Van Kaam meldde zich aan omdat hij na zijn studie commerciële werktuigbouwkunde - die hij over anderhalf jaar afsluit - geen tijd wil verliezen. “Ik heb sinds februari een eigen bedrijfje in advisering bij kwaliteits-certificering. Gewoon, om te leren hoe je zoiets opzet. Het loopt overigens storm. Ik hoop het bedrijf over anderhalf jaar te kunnen verkopen en zo wat startkapitaal te vergaren voor mijn eigenlijke plan.” En dat is het op poten zetten van industriële productiebedrijven. “Als het ene bedrijf staat, verkoop ik het en begin ik aan het andere. Niet alleen in Nederland, ook in Azë.”
Normaal moet een beginnend ondernemer vijf jaar uittrekken om met vallen en opstaan de kneepjes van het vak te leren, zegt de industrieel in spe. “Die tijd kan ik door mee te doen aan dit programma aanzienlijk bekorten.”
Het idee achter het Fabrikantenprogramma is afkomstig van Geert Mantingh, hoofd van de studierichting Bedrijfskader van de Hogeschool Eindhoven. In de regio Eindhoven - volgens Mantingh 'maak'-regio nummer 1 in Nederland - bedraagt het aandeel van de industrie in de totale werkgelegenheid 26,6 procent. Landelijk ligt dat aandeel op 17,8 procent. Op dit moment richt slechts 10 tot 20 procent van de startende ondernemingen zich op de productie of andere industriële activiteiten. “Dat vonden we te weinig.”
De kanttekening van sceptische ondernemers dat het de nieuwkomers op deze manier wel erg melkwarm wordt gemaakt, wijst Mantingh van de hand. “ Het verhaal dat zij in een gespreid bedje komen, is echt onzin. Wij staan ze bij, maar zij blijven de ondernemer, zij lopen het risico.”
Van risico's zijn de nieuwelingen zich zeer bewust. Terwijl het stichtingsbestuur van het Fabrikantenprogramma gisteren jubelend een samenwerkingsovereenkomst met de Philips-afdeling new business & special projects ondertekende, hebben de deelnemers van het project onderling al afgesproken dat zij bij Philips wel over hun ideeen, maar niet over hun producten gaan praten. “Het risico dat zo'n groot bedrijf met jouw plan aan de haal gaat, is te groot”, meent Walter Arkesteijn (24).
David Penrose, hoofd van de Philips-afdeling, wuift die angst weg. “Wij krijgen jaarlijks meer dan vijfhonderd ideeën toegestuurd. Maar wij kunnen niet alles doen. Een briljant idee voor een machine in de akkerbouw, wat moeten wij daarmee? Door samen te werken met het Fabrikantenprogramma hopen wij jonge ondernemers te helpen met de ideeën die bij ons op de plank liggen. Philips kan dan een aandeel nemen in zo'n nieuw bedrijf. Zo snijdt het mes aan twee kanten.”
Ook de Rabobank ziet voordelen. “Een plan op papier ziet er altijd fantastisch uit. Nu leren we de vent en de tent kennen, voor we er geld in steken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.