In aflevering twee van 'Haagse Klasse' zien we Marijke. Die zit op een rustig plekje in de school in haar eentje wat schoolwerk te doen. Voor de school begon zagen we haar 's morgens vroeg al thuis: hoe ze ontbeet met haar moeder en broertjes terwijl de tv The Bold And The Beautiful toonde. Daarna poetste ze haar tanden in de gootsteen. Daar moest ze wel eerst even de vuile vaat uit halen.
- Waarom zit je hier?, vraagt de stem van de onzichtbare interviewster nu.
- Omdat ik in de klas niet kan werken. Ze lopen m'n moeder uit te schelden, zegt Marijke.
- Waarvoor?
- Dat me moeder een trut is.
- Hoezo, kennen ze d'r dan?
- Nee.
- Waarom zeggen ze dat dan? En altijd over je moeder, of ook over jou?
- Ook welles over m'n familie, maar ik reageer er gewoon niet op.
- Wat zeggen ze dan?
- Je familie is aso en je woont in een varkenshol. Ik zeg, heb je je eigen zeker nooit gezien.
- Word je vaak gepest?
- Ik word meer gepest dan met rust gelaten.
Even later komen we weer bij Marijke thuis. Daar is nu behalve moeder ook bezoek aanwezig. Een nogal gemelijk kijkende mevrouw die misschien wel een tante is, en een oudere meneer. Marijke ziet hem al zitten wanneer ze nog buiten is. “Opa!” roept ze blij.
Moeder stuift op van de bank wanneer een klein Marokkaans jongetje voorbij haar huis gelopen komt. Ze opent het raam naar de straat en roept een onverstaanbare zin waarin we alleen het woord kankerpoten herkennen. Moeder heeft zo te zien geen tanden in haar mond.
“Die Surinamers, daar heb je geen last van. Wel die Marokkanen”, zegt moeder.
Opa zegt sussend dat je ze niet over een kam moet scheren. Hij toont trouwens ook een scherp oog voor Marijkes positie binnen het gezin. Ze heeft drie broertjes: Patrick, Robbie en Marco. Een vader krijgen we niet te zien. Marijke is de jongste. “Marijke krijgt”, zegt opa tegen de interviewster, “eigenlijk te vaak de schuld van d'r moeder.”
Marijkes juf legt moeder uit dat Marijke met lezen de laatste tijd van niveau 7 naar 8 naar 9 is gegaan. Dat is het hoogste niveau. En rekenen, daar is Marijke ook heel goed in. Ze vindt veel dingen leuk, ze heeft voor veel dingen belangstelling. Maar, zegt de juf met enige klem tegen moeder, we moeten haar wel veel aandacht blijven geven. Dat heeft ze hard nodig. “Ze wil veel aandacht voor d'r eigen leven, maar dat gaat niet altijd”, zegt Marijkes moeder terug.
In een gesprekje met de interviewster hebben we al geleerd dat moeder er niet zo van houdt, 'hoge verwachtingen' van haar kinderen te hebben, “want als het niet lukt dan ben je maar teleurgesteld. Kijk, als ze nou gaat zitten klieren, dan zeg ik er wel wat van.”
Met andere woorden: thuis krijgt Marijke alleen van haar opa nog weleens iets aardigs, aanmoedigends, positiefs te horen. Maar niet van haar moeder.
Opa blijft optimist. “Ze is een van de beste van de kleinkinderen. Ze moet thuis een beetje geholpen worden. Maar, ze is zo gis dat ze het zelf doet. Ze redt het wel.”
De juf is niet zo optimistisch: “Leuke verhalen heeft Marijke niet te vertellen. Ze zoekt daarom meer aandacht in het negatieve.” Even later vergelijkt ze zichzelf met Marijke. “Als ik uit dit gezin zou komen, zou ik niet zijn gekomen waar ik nu ben. Zou je zo iemand maar mee kunnen nemen.”
Een televisieprogramma over onderwijs dat je zozeer het gevoel bezorgt dat het 'ergens over gaat', dat het geen romantisch geretoucheerde versie van de werkelijkheid toont en evenmin hersenloze reality tv is, dat komt maar zelden voor. De wrange, gecompliceerde werkelijkheid spat er in Haagse Klasse van af.
De belangrijkste oorzaak voor die hoge kwaliteit van de documentaire is, dat de makers geen haast hebben gehad. Daardoor zijn ze ook niet alleen op school geweest om daar (het ene onderwijscliché) Hard Werkende Leerkrachten en (het andere onderwijscliché) Lastige Jonge Mensen te filmen.
Ze zijn - voor 1,9 miljoen gulden, waarvan het ministerie van OCW er 330.000 betaalde - twee jaar aan het filmen geweest. En vooral ook zijn ze met de kinderen mee naar huis gegaan om de situatie daar te filmen. Dat bezoek maakt reuze begrijpelijk waarom de kinderen zijn zoals ze zijn. De kinderen in Haagse Klasse komen bijna stuk voor stuk uit een milieu dat als een loden bal aan hen vastgeklonken zit: er lijkt geen ontsnappen aan.
Marijke heeft een moeder die niet al te welwillend, zelfs argwanend staat tegenover de slimheid van haar dochter, tegenover 'leren' en 'vooruitkomen'.
En zo is er bij vrijwel alle kinderen thuis wel iets. Rubigard, een zwakbegaafde Antilliaanse klasgenoot van Marijke die maar weinig kan onthouden, heeft een moeder die problemen verwacht met haar baan als hij naar het speciaal onderwijs zou gaan - waar de Prinses Ireneschool op aandringt, want Rubigard is al eens blijven zitten. Maar als hij naar het speciaal onderwijs moet, dan moet hij gehaald en gebracht, en dat kost haar tijd die ze niet kan missen, redeneert Rubigards moeder. En minder werken gaat ook niet, want dan komt er te weinig geld binnen. “O, dus 't gaat om het probleem van mama!”, zegt schooldirecteur Dick Vreugdenhil tegen moeder.
En zo heeft de kleuter Djafino, met wie we in de eerste aflevering kennismaken, een moeder die lijkt te denken dat 'goed voor je kind zorgen' vooral neerkomt op 'veel duur speelgoed kopen'. Op zijn vierde verjaardag krijgt hij een broek van een prijzig jeansmerk en een elektrische speelgoedgitaar op batterijen, waarop je geen noot zelf zou kunnen spelen, maar die alleen ingeblikte muziek laat horen. Djafino's vorming tot consument begint dus al vroeg.
De zogenaamde 'onderwijsproblemen' van de kinderen zijn eigenlijk de sociale problemen van hun ouders, is de centrale boodschap van Haagse Klasse. De leerkrachten zijn bepaald niet alleen doende de kinderen iets bij te brengen. Hun verborgen tweede baan bestaat eruit, de ouders van die kinderen vriendelijk op hun kop te geven.
“Op school leren ze meer dan thuis. Dan zitten ze maar voor de tv. Eigenlijk vind ik het wel goed als ze zo lang mogelijk op school, of op de opvang zijn”, zegt een Engelstalige zwarte moeder, die haar eigen beperkingen blijkbaar inziet.
Directeur Vreugdenhil is inwendig nog een beetje een romanticus, en is dat met haar oneens. Want enerzijds zie je hem in iedere aflevering dingen doen die een schooldirecteur in een romantisch vroeger, toen een school nog alleen maar een lesinstituut was, niet hoefde te doen. Aan illegaal in Nederland verblijvende ouders vraagt hij geroutineerd 'Hebben jullie al een dokter?', en als die er niet is weet hij er wel een. Met Rubigards moeder ontwart hij haar werk-belangen en Rubigards school-belangen.
Maar vraag je het Vreugdenhil rechtstreeks, dan vertoont zijn antwoord heimwee naar die 'ouderwetse' opvatting van wat een school is: een lesinstituut, basta. Verontwaardigd zegt hij ergens in de documentaire: “Straks zijn scholen nog open van half acht 's morgens tot bedtijd en eten de kinderen ook op school! Als dát onze toekomst is, ben ik weg!”
Maar dat is wel de toekomst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.