Het is een uitstekend vlinderjaar. Dat zal niemand verbazen die weet dat vlinders gedijen bij warm en droog weer met weinig wind en veel bloeiende planten. Daar heeft het deze zomer niet aan ontbroken.
Het meest viel de uitbarsting van dagpauwogen op. Daarover kreeg ik een brief van L. Vlijm uit Blokzijl. Aan de Meerweg in Muggenbeet, midden in het gebied van de Overijsselse Wieden, telde hij op 22 augustus op bloeiend koninginnekruid 193 kleine vossen, 3 atalanta's en maar 2 dagpauwogen. Een week eerder zag hij meer dan honderd dagpauwogen en nog geen tien kleine vossen, maar twee atalanta's en een distelvlinder. Hem verbaasde met name de snelle verdwijning van de pauwogen en idem opkomst van de kleine vossen.
Inderdaad illustreren deze waarnemingen de kortstondigheid van het dagvlinderbestaan. Althans in de zomermaanden. De in de herfst uit de pop kruipende dagpauwogen en kleine vossen overwinteren en leven als vlinder dus wel zeven maanden, zij het dat hun leven het grootste deel van die tijd op een zacht pitje staat.
Omdat ze als vlinder overwinteren, verschijnen ze al vroeg in de lente. Na de paring en het afzetten van de eitjes sterven ze. In zomers zoals deze komen van deze soorten wel drie generaties ter wereld. Onder invloed van de warmte ontwikkelen de rupsen zich in enkele weken. Na de verpopping verschijnen ze al na een paar dagen als vlinder. Op 1 september - twee weken na het massale optreden van de dagpauwogen - vond ik in het Amsterdamse Bos tientallen bijna volgroeide rupsen.
Pauwoogrupsen zijn gemakkelijk te herkennen: bedekt met vertakte stekels zoals ook de rupsen van andere vosachtigen, maar roetzwart met talrijke witte stipjes.
Ze zaten op uitgebloeide en tot een meter hoog doorgeschoten brandnetels met schraal blad, die in een bosrand groeiden. Op diezelfde netels had ik op 5 augustus een rups gevonden, die ik nooit eerder had gezien. Hij was ook zwart, maar met donker oranje lengtestrepen en een grote witte rugvlek op zijn achterste helft. Hij had net zulke doorns als de pauwoogrupsen, maar die op de voorhelft waren donker oranje, die op de achterste helft wit. Zo'n typerend uiterlijk maakt het terugvinden in de boeken gemakkelijk. 'Thieme's rupsengids' bracht binnen een paar minuten de oplossing: de gehakkelde aurelia was voor het eerst sinds zeker dertig jaar weer verschenen in het Amsterdamse Bos. Drie weken later kwam ik de vlinder tegen op koninginnekruid op een heel andere plek in het Bos, aan het Nieuwe Meer.
Ik kende de gehakkelde aurelia uit Overijssel en Zuid- Limburg. In het oosten en het zuiden van ons land komt hij veel voor, in het noorden en het westen is hij tegenwoordig zeldzaam. Het is een van de dagvlindersoorten die in ons land sterk achteruit zijn gegaan.
Op het eerste gezicht doet de gehakkelde aurelia denken aan zijn naaste verwant, de kleine vos. Dezelfde vosrode kleur domineert de bovenkant van de vleugels, die verder zwartbruin gevlekt zijn. Gele en blauwe vlekjes, die de kleine vos daarenboven heeft, ontbreken bij de gehakkelde aurelia. Dat gehakkelde is trouwens het beste kenmerk, want de vleugelranden zijn zo grillig getand dat de vlinder lijkt op een door insekten aangevreten blad. Dat is nog sprekender als de vlinder zijn vleugels dichtklapt. Dan ziet de donker- en lichtbruin getekende onderkant er uit als een dor blad, met als enig bijzonder teken een op zijn kant liggende witte C. De Britten zien er een komma in en spreken van 'comma butterfly'.
De gehakkelde aurelia heeft een bijzondere jaarcyclus. Uit de eitjes van de overwinterde vlinders ontwikkelen zich twee verschillende vormen. De rupsen van de typische vorm ontwikkelen zich traag en de vlinders verschijnen in augustus om weer te gaan overwinteren. De rupsen van de andere vorm ontwikkelen zich in enkele weken: zij worden al in mei en juni vlinders met minder uitgesproken vleugelhakkels en ook een iets dichtere donkere tekening op de vleugelbovenzijde. Uit hun eitjes komen vlinders voort met de typische vorm van de gehakkelde aurelia, die tegelijk vliegt met de 'trage vorm' en daar niet van te onderscheiden is. Een manier van risicospreiding, waardoor de soort zich snel kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Zo'n omstandigheid kan deze warme zomer geweest zijn.
Andere soorten die in Zuid-Europa thuishoren, kwamen naar het noorden. Dat gebeurt elk jaar met de atalanta's, die dit jaar al op 6 mei verschenen, een maand later gevolgd door de Noordafrikaanse distelvlinders. Overal in ons land werden de bonte distelvlinders gesignaleerd, op koninginnekruid, buddleja's, distels (natuurlijk) en verschillende gele composieten.
De koninginnepage is ook zo'n soort, die niet echt tot onze vlinderfauna behoort, maar die nog aanmerkelijk zeldzamer is dan de distelvlinder. In de meeste jaren en soms vele jaren achtereen ontbreekt de soort totaal in ons land. Ik berichtte twee weken geleden al over waargenomen koninginnepages in deze warme zomer: Kreileroord, Stompetoren, Zuid-Scharwoude en Julianadorp (Laurens van der Vaart) en Amsterdam (Josie Dubbeldam). Wie heeft ze ook gezien, elders in Nederland? vroeg ik toen. In de kleine tuin van de familie Schaap in Maartensdijk verscheen op 31 juli een koninginnepage op de bloeiende vlinderstruik. Heel vroeg was het exemplaar op pinkstermaandag 5 juni, dat verscheen in de tuin van mevrouw M. H. Dimmendaal-ten Kate in het Twentse Vriezenveen, want de soort verschijnt in ons land meestal in de echte zomermaanden.
Op 8 augustus zag de heer J. L. Duijzer in Tholen een koninginnepage op de buddleja van zijn buurman. Hij meldt dat hij deze soort de laatste veertig jaar niet had waargenomen.
Ook de nachtvlinders gaat het goed. Mevrouw M. M. van Buuren- van den Berg uit Maasdijk stuurde een foto van een geelharige rups, die zij vond in de tuin van de vakantiebungalow in het Overijsselse Nieuw-Heeten. “Aanvankelijk dacht ik dat het een stukje speelgoed betrof dat kinderen aan een nylondraadje kunnen voortbewegen, maar... het bewoog op eigen kracht. Hij is ongeveer 6 cm lang en de haren zijn vanaf het lijfje zeker een centimeter lang.”
Er bestaat in ons land maar één rups die er zo uitziet, de rups van het bonte schaapje. De vlinder is een asgrijs nachtuiltje met een tekening van donkerbruine kriebellijntjes, dat van half mei tot in augustus vliegt. De rupsen leven in de nazomer op loofbomen, op esdoorns, platanen en vooral op paardekastanjes, waar ze bij flinke wind nogal eens uit waaien. Dan vind je de rupsen op het plaveisel onder de bomen.
NATUUR DEZE WEEK
De tapuit is een broedvogel van de heide en de duinen, waar hij nestelt in verlaten konijneholen. Tijdens de trek vertoont hij zich ook in de polder en in andere terreinen, waar hij in de broedtijd nooit te zien is. In de vlucht zijn tapuiten direct te herkennen aan de witte staart met omgekeerde zwarte T-figuur. ù Boomvalken trekken in deze maand naar Afrika, waar ze de winter doorbrengen. Met hun vliegvlugge jongen jagen ze nu op de grote libellen boven de plassen en heidevelden. ù
Libellen en waterjuffers verblijven kort na het uitkomen vaak ver van het water, aan bosranden, op de heide en zelfs in stadstuinen. Ze jagen eerst op vliegende insekten om geslachtsrijp te worden. Daarna trekken ze weer naar het water om te paren en eieren te leggen. Heel algemeen zijn nu de tamelijk grote, slanke, metaalgroene pantserjuffers.
Echt groot zijn de blauwe en groene glazenmakers, die als snelle dubbeldekkers vanaf een vaste landingsplaats voorbijvliegende insekten overvallen. ù Nog steeds komen veel insekten af op brandende lampen en verlichte ramen. Deze week zag ik in huis de citroengele hagedoornvlinder, de donkerbruin met witte gerande spanner, gamma-uilen, een kleine beervlinder met mooi rode achtervleugels, piramidevlinders en huismoeders.
Veel gamma-uilen vliegen, tegelijk met de op honingbijen lijkende zweefvliegen die daarom blinde bijen worden genoemd, op afrikaantjes. ù Er zijn nu veel soorten gallen op zomereiken te vinden, niet alleen op de bladeren, maar ook op takken en zelfs op eikels. Die op eikels zitten, zijn glimmend groen en heel knobbelig. Ze worden knoppergallen genoemd.
De hazelaar laat al meer dan een maand zijn noten vallen. Die waren nog groen en onrijp. Nu komen de eerste bruine rijpe noten naar beneden. Eekhoorns en bosmuizen verzamelen ze als wintervoorraad. ù Dank zij het vochtiger weer zijn al veel paddestoelen te zien. Heel algemeen op rottende stobben zijn zwerminktzwammetje, helmzwammetje en gewone zwavelkop.
EN VERDER
Publieksactiviteiten van het IVN: vandaag anderhalf uur herfstverschijnselen en paddestoelen bekijken op De Prattenburg bij Veenendaal, om 10 uur van de parkeerplaats naast de administratie van het landgoed; wandeling in Park Bisdom van Vliet, om 11.30 uur Provincialeweg, Haastrecht; wandeling op het Eiland van Brienenoord, om 14 uur van Carpetland, Stadionweg hoek Hoendiep (RET-bussen 72 en 75); kolkenwandeling langs kasteel Keppel, om 14 uur van De Gouden Leeuw, Rijksstraatweg, Laag Keppel (buslijn 29); morgen excursie naar IVN-natuurprojecten met picknick, om 10 uur van Hofke van Marijke in Deurne; fietstocht door de uit 14 kernen bestaande Limburgse gemeente Selfkant, vertrek tussen 13 en 14 uur van de Markt in Sittard; speciale aandacht voor dierenleven in de vennen van Vlasroot en omgeving Veldhoven en Vessem, om 14 uur van ingang Vlasroot aan de Volmolenweg; wandeling in de Vennebulten, om 14 uur van de kruising Romienendiek en Vossenbult op de grens van de gemeenten Aalten en Wisch; dinsdag wandeling in het bosgebied van Olterterp, om 19 uur van parkeerplaats Het Witte Huis.
De Stichting Kunst & Cultuur Overijssel organiseert met Museumboerderij Brinkcate en het IVN Delden een cursus van vier dagen over leven met de Overijsselse natuur in de seizoenen. De cursus gaat met name over de betekenis en opbouw van natuurfeesten als expressie van de band tussen natuur en mens in Overijssel. Aan de hand van verhalen, legenden, volksgebruiken, filmfragmenten, poëzie en historische gegevens wordt een beeld geschetst hoe in de loop der tijden een seizoen in Overijssel werd beleefd.
De cursus wordt gegeven in de museumboerderij Ambt Delden van 10 tot 16 uur op de zaterdagen 14 oktober 1995, 13 januari 1996, 13 april 1996 en 22 juni 1996. Kosten totaal - 160,- inclusief lunch, koffie en thee. Info en opgave bij de Stichting Kunst & Cultuur Overijssel, Jacob Catsstraat 25, 8023 AE Zwolle, tel. 038- 537527.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.