*

 
dossier

Archief

IDENTITEIT

EDWIN KREULEN − 29/01/97, 00:00

Kleine scholen worden in Nederland een zeldzaamheid. Meestal zijn kleine christelijke scholen de dupe van de almaar aanzwellende fusiegolven waarin de identiteit van een school niet voorop staat. In Limburg is de situtatie juist omgekeerd. De laatste vier openbare scholen voor voortgezet onderwijs staan op het punt hun openbare karakter prijs te geven.

De Stedelijke scholengemeenschap aan de Eenhoornsingel in Maastricht ziet er van buiten uit als een doorsnee school. Opgewonden pubers cirkelen in de pauze rond het gebouw van de school voor Havo en VWO, die ook nog een Montessori-stroom bezit. Maar voor het overwegend katholieke Limburg, met 'bisschoppelijke' scholengemeenschappen en scholen die luisteren naar namen als 'college Sancta Maria' of 'scholengemeenschap Collegium Marianum', is de school tamelijk uniek want hij is openbaar van karakter.

Kleine scholen in het voortgezet onderwijs krijgen moeite met het vasthouden van de eigen identiteit. Want er moet samengewerkt worden met andere scholen. Als een school geen gelijkgestemde scholen in de buurt heeft, wordt het lastig. Want de wet verbiedt nog steeds het samengaan van bijzondere en openbare scholen.

In veel delen van Nederland is dit een groot probleem voor bijvoorbeeld katholieke scholen. In Limburg is het juist andersom: daar dreigt in september de laatste openbare school voor voortgezet onderwijs de pijp aan Maarten te geven.

Scholen moeten van de politiek sterker op eigen benen staan. Dat betekent niet alleen zelfstandigheid, maar ook eigen risico dragen. Als een school meer zieke leerkrachten heeft dan het gemiddelde, moet hij daar zelf voor opdraaien. Een kleine school kan dat niet.

De Stedelijke scholengemeenschap in Maastricht is met zeshonderd leerlingen een kleine school. Net als de drie andere overgebleven openbare scholengemeenschappen in Limburg zal de school in de provinciehoofdstad de openbare identiteit moeten verruilen voor de 'algemeen bijzondere', als hij door gedwongen samenwerking onder een katholiek bestuur komt te vallen.

“Ik lig er niet van wakker”, zegt rector Van der Geest. “Het is een non-probleem. We veranderen alleen officieel van richting omdat we niet alleen kunnen blijven. We kunnen wel heel principieel blijven zeggen dat we zelfstandig willen blijven, maar dan lopen we het risico dat we over een aantal jaar helemaal niet meer bestaan. Een kleine school kan de sterke risico's niet zelf dragen. Wij ontvangen nu bijvoorbeeld geld voor anderhalve zieke gemiddeld. Je hebt al snel een langdurige zieke: iemand als de opgebrande oudere leraar. Als je daar een paar gebroken benen bij krijgt, kost je dat een ton per jaar. Die hebben we niet.”

“Als je zegt dat het openbaar voortgezet onderwijs in Limburg verdwijnt, redeneer je wel heel formeel. Ouders die hun kinderen op een openbare school willen, kunnen nog steeds bij ons terecht. Deze school blijft in de praktijk net zo openbaar als-ie altijd al geweest is. Wij laten, anders dan de katholieke scholen, iedere leerling toe. Dat betekent dat er ieder jaar wel een paar zijn waarvan ik weet dat de buurman ze zou weigeren. En we hechten nog sterker dan de katholieke buren aan actieve inspraak van ouders.”

De openbare school in Maastricht zal zich aansluiten bij de Stichting voortgezet onderwijs Limburg en wordt daarmee algemeen bijzonder. Een algemeen bijzondere school mag van de wet wel onder de vlag van deze stichting komen, een openbare niet. De stichting heeft een katholieke grondslag en de overgrote meerderheid van de aangesloten scholen is rooms-katholiek. Van der Geest is niet bevreesd voor 'roomse dominantie' van zijn school.

“Een groot schoolbestuur werkt meer als een holdingbestuur. Dat heeft niet de ambitie bij iedere school inhoudelijk de zaken te regelen. De mogelijkheden voor leraren en ouders om onze identiteit vorm te geven, neemt alleen maar toe.”

“We proberen wel onder een nieuw schoolbestuur extra garanties in te bouwen voor onze openbare identiteit. Je kunt denken aan een speciale zetel voor ons in het bestuur. Maar het verschil met de katholieke scholen is niet zo groot meer. De scherpe kantjes zijn er vanaf. Dit is echt het einde van de verzuiling.”

Een groot schoolbestuur kan de touwtjes ook wel eens te hard gaan aantrekken, vreest Van der Geest. “Ik hoop dat zo'n bestuur financieel niet te streng zal zijn voor iedereen. Je moet toch een pluriform aanbod van scholen houden, met richtingen als het gymnasium en een Montessoristroom. We vrezen soms ook wel eens dat we onder een groot bestuur de bureaucratie van het ministerie inruilen voor een andere bureaucratie, die nog iets minder te controleren is. Maar dat heeft met identiteit weinig te maken.”

Rector Van der Geest is niet de enige die grotendeels onberoerd blijft door het einde van de zelfstandige openbare scholengemeenschappen in Limburg. “Een paar jaar geleden werd hier een openbare school gesticht. Daarover werden toen heftige discussies gevoerd. Déze kwestie daarentegen, die al een tijdje sluimert, heeft tot nog geen enkel protest van ouders of andere betrokkenen geleid,” zegt de Limburgse onderwijsgedeputeerde Tindemans.

%%De Maastrichtse school is een van de vier laatste scholen voor voortgezet onderwijs in Limburg die de openbare status verlaat. Openbaar voortgezet beroepsonderwijs heeft Limburg niet. De openbare school in Venlo heeft van gemeente en provincie al toestemming om algemeen bijzonder te worden en ook de gemeenteraden in Heerlen en Roermond overwegen serieus deze stap. Staatssecretaris Netelenbos van onderwijs moet dit goedkeuren, op voordracht van de provincie.

“Het zou wel heel vreemd zijn als we die scholen geen toestemming gaven algemeen bijzonder te worden, als we het in Venlo ook al hebben gedaan”, zegt gedeputeerde Tindemans. Een woordvoerder van Netelenbos houdt nog in het midden of de scholen toestemming krijgen. “De provincie moet adviseren. Het hangt ook af van de wensen van ouders in de betrokken gemeenten.”

Voor gemeenten en provincie is het verdwijnen van het openbaar onderwijs een heikel punt. De grondwet verplicht hen erop toe te zien dat er openbaar onderwijs gegeven wordt. “Strikt formeel zitten we inderdaad fout”, zegt Tindemans. “Maar we moeten wel, anders lopen we het risico dat de scholen failliet gaan en dan is het openbaar onderwijs helemaal verdwenen.”

Tindemans heeft zijn hoop gevestigd op een wetsvoorstel dat Netelenbos binnenkort in de Tweede Kamer verdedigt. Hierin wil ze de 'samenwerkingsschool' mogelijk maken, waarin openbaar en bijzonder onderwijs wél samengevoegd kunnen worden. De Kamer is kritisch over deze stap. Tindemans: “Ons probleem is al opgelost als het parlement een lichtere vorm van de samenwerkingsschool mogelijk maakt, namelijk de variant waarin scholen niet samengaan maar alleen onder eenzelfde bestuur komen, met behoud van eigen identiteit. Dat moet toch goed mogelijk zijn.”

Staatssecretaris Netelenbos schreef de Tweede Kamer onlangs dat het wetsvoorstel voor deze mogelijkheid wordt aangepast.

Voorzitter Hoekstra van de Vereniging voor openbaar onderwijs maakt zich wel zorgen om het verdwijnen van de openbare middelbare scholen in Limburg. “Openbaar onderwijs betekent het garanderen van een bepaalde voorziening door de overheid. Dat is een wettelijke taak en ik vind het onbegrijpelijk dat Limburg daarvan af ziet. Het argument dat de huidige scholen te klein zijn is een drogreden. Waarom gaan de vier openbare scholen niet onderling samenwerken? Je kunt daarvoor sinds kort een vereniging oprichten. Ik vind dat de staatssecretaris de huidige plannen niet moet goedkeuren.”

De betrokken openbare scholen zien geen heil in onderlinge samenwerking. Dat levert allerlei praktische problemen op, onder meer omdat ze te ver van elkaar af zouden zitten.

Ook de Tweede Kamer is bezorgd over het verdwijnen van het openbaar onderwijs. Ironisch, vindt gedeputeerde Tindemans. “Het is juist de Tweede Kamer die het wetsvoorstel van de samenwerkingsschool tegenhoudt. Terwijl dat een goede oplossing voor dit probleem zou zijn.”

Tweede Kamerlid Cornielje (VVD), een van de critici van het wetsvoorstel, bestrijdt dit. “De samenwerkingsschool is een goed idee, maar het huidige voorstel staat volgens de Onderwijsraad op gespannen voet met de grondwet. Netelenbos moet daarop nog reageren. Die hele discussie staat los van de Limburgse kwestie.”

“We moeten die zaak niet gebruiken als een breekijzer voor het wetsvoorstel. Limburg is verplicht om te zorgen voor openbaar onderwijs.”

Helemaal uniek voor Limburg is het verdwijnen van het openbaar onderwijs niet. Ook op twee plaatsen in Noord-Holland, Den Helder en de regio Beverwijk-Castricum, gaan de laatste openbare scholen mogelijk samen met besturen van andersgestemde collega's.

mailIcon print |