*

 
dossier

Archief

De scheiding

KEES BROERE − 09/01/96, 00:00

Het is allemaal heel snel gegaan. Onverwacht ook. Als wij niet toevallig alletwee thuis waren geweest toen de man van de gemeente het ons officieel kwam meedelen, zou een van ons de ander nooit geloofd hebben. Scheiden? Wij? Kom nou, daar is geen enkele reden voor.

En toch is het zo, wij gaan scheiden. De gemeente-man hield ons enigszins plechtig voor hoe het zou gaan gebeuren. In zijn linkerhand droeg hij een stapeltje plastic zakken, rode en zwarte. Rechts hield hij het formulier omhoog. Of wij hier maar even wilden tekenen. Nee, kosten waren er niet aan verbonden. Over een maand zou hij komen controleren of het allemaal goed verlopen was.

Het is een experiment, zo hebben we begrepen. Ongeveer elfduizend families in New Delhi is gevraagd eraan mee te doen. De rode zakken zijn bedoeld voor het organische, afbreekbare afval, de zwarte voor de rest. De respons heet nu al 'bemoedigend' te zijn, maar dat zegt niets. Ik moet de Indiase bureaucraat nog tegenkomen, die zijn plannetje niet bij voorbaat van het etiket 'geslaagd' voorziet.

We genieten het twijfelachtige voorrecht in een van de meest vervuilde, lawaaierige en overbevolkte steden ter wereld te wonen. De infrastructuur van het ooit door de Britten gebouwde nieuwe Delhi was berekend op één miljoen mensen. Inmiddels proberen we met bijna twaalf miljoen mensen onze weg te vinden door een stad, die kraakt en uitpuilt, bijvoorbeeld door haar grote hoeveelheden afval.

Maar vuilnis is hier ook leven. De openbare stortplaatsen, waarvan er in elke wijk wel een aantal te vinden is, vormen een bron van voedsel en van inkomen. Afvalscheiding op grotere schaal is hier eigenlijk al jaren de praktijk, dank zij het zegenrijke werk van heilige koeien aan de ene en vuilnispikkers aan de andere kant. Het mag smerig lijken, effectief is het wel.

De koeien kennen hun plek. Na de dag luierend te hebben doorgebracht in hun rol van levensgevaarlijke verkeersopstoppers, bij voorkeur op de drukste kruispunten, maken zij tegen de avond het wandelingetje naar de 'eigen' stortplaats. Vergezeld van een enkele kraai op de rug, en met hier en daar een schurftige straathond tussen de poten, vreten zij alles weg wat maar enigszins eetbaar lijkt.

Kieskeurig zijn zij niet, de heilige dames. Zo blijkt ook papier te herkauwen, en is zelfs de eigen stront, mits minimaal een dag oud en gehard door de zon, de moeite van nog een cyclus waard. Dat alles gebeurt met een uitdrukking op de snoet, die in onverstoorbaarheid, ja zelfs lichte pedanterie, haar gelijke niet kent. Een koe weet wat zij wil.

Dat laatste geldt ook voor de vuilnispikkers. Zij zijn het die, vaak op blote voeten en niet bang voor een infectieziekte, alles weghalen wat onverteerbaar is. Glas, plastic, steen, metaal. Maar ook slippers of een gescheurd bloesje. Thuis in de krottenwijken wordt alles keurig uitgesorteerd, herverwerkt, en tegen schamele bedragen weer verkocht.

Dit systeem van koe en pikker hield iedereen tevreden. Niemand weet dan ook te vertellen waarom precies bedacht is, dat de bewoners van New Delhi zelf hun afval moeten gaan scheiden en de rode en zwarte zakken afgeven aan de tot vuilnisman gepromoveerde pikker, die nu langs de deuren komt. Zorgen om de volksgezondheid? Het milieu? Of ontsproten aan het brein van iemand die uit is op een betere baan?

Als plichtsgetrouwe, nuchtere Hollanders hebben wij een vermoeden van de uitkomst. Geen Indiër zal zich na een dag of twee nog iets aan de rode en zwarte zakken gelegen laten liggen. Wij echter zullen scheiden tot we er groen van zien. Als enigen. Tot de ambtenaar komt vertellen dat het experiment voorbij is en wegens groot succes niet herhaald zal worden.

mailIcon print |