DEN HAAG - De paniek is enorm bij de bonden, de directie en het personeel van het zwaar verlieslijdende Fokker. Enkele maanden geleden waren ze nog vol vertrouwen dat de eigenaars - het Duitse concern Daimler-Benz/Dasa en de Nederlandse staat - uiteindelijk bereid zouden zijn tot een forse financiële injectie. Dan zou de toekomst van de Nederlandse vliegtuigbouwer voor de komende vijf jaar zijn veilig gesteld.
Maar sinds kort is dat vertrouwen volkomen weg. De onderhandelingen tussen de Nederlanders en de Duitsers verkeren sinds half december in een patstelling en als de onderhandelaars bewegingloos tegenover elkaar blijven zitten, dan is het op heel korte termijn, wellicht komende maandag al, met Fokker gedaan. Maandag immers komen de commissarissen van het Duitse moerderconcern Daimler-Benz, waarvan Dasa (de grootaandeelhouder van Fokker) een onderdeel is, bij elkaar om over Fokker een besluit te nemen. Het is dus zaak dat er nog dit weekeinde beweging komt in de onderhandelingen. De laatste kans doet zich vandaag voor, wanneer Daimler-topman Schrempp voor overleg naar Den Haag komt. Terwijl de 7 500 Fokker-werknemers demonstreren, praat Schrempp met minister Wijers van economische zaken en premier Kok.
Somberheid overheerst bij de bonden, de directie en de werknemers, maar nog steeds is het niet uitgesloten dat de onderhandelaars bezig zijn met een spelletje blufpoker. Dan gaat het om de vraag welke partij het eerst zenuwachtig wordt. Het is denkbaar dat de partijen zo op het allerlaatste moment toch nog tot elkaar komen. Maar groot is die kans niet, tenminste als de houding van de fracties in de Tweede Kamer graadmeter mag zijn.
Uitgaande van het somberste scenario met onveranderd slechte marktprijzen heeft Fokker voor de komende vijf jaar een financiële injectie nodig van 2,3 miljard gulden. Het gaat hierbij om 'nieuw' geld. Dasa is bereid zo'n 1 miljard gulden op tafel te leggen en vraagt van de Nederlandse regering een even grote bijdrage. Minister Wijers van economische zaken wil echter niet verder gaan dan kwijtschelding van 800 miljoen gulden aan ontwikkingskrediet dat in het verleden is gegeven. Dasa vraagt echter dat hij daar bovenop nog eens met een miljard gulden over de brug komt.
Na alle geld dat in het verleden al is gegeven, is dat teveel gevraagd, redeneert Wijers. Hij kan daarbij rekenen op grote steun van de regeringspartijen. De woordvoerders van PvdA, VVD en D66 wijzen er nadrukkelijk op dat Fokker enkele jaren geleden aan Dasa is verkocht en dat de Nederlandse staat sindsdien nog slechts een belang heeft van elf procent in Fokker. Als de grootste aandeelhouder zal Dasa dan ook met het meeste geld over de brug moeten komen.
Wellicht nog belangrijker is dat de regeringsfracties vinden dat Dasa er tot nog toe niet in is geslaagd met een overtuigend toekomstplan voor Fokker te komen. Zolang Dasa/Fokker niet gaat samenwerken met Europese concurrenten om tot één Europese vliegtuigindustrie te komen, is verdere financiële steun zinloos, vinden zij. D66-Kamerlid Van Walsem, partijgenoot van minister Wijers, spreekt zelfs van een bodemloze put.
Het Tweede-Kamerlid Mateman, lid van de grootste oppositiepartij CDA, laat zich wat milder uit. Nederland zonder Fokker is voor hem eigenlijk ondenkbaar. Maar op de keper beschouwd wijkt zijn standpunt niet af van dat van de regeringsfracties. Ook voor hem is louter 'verliesfinanciering' (het dempen van de financiële gaten) niet bespreekbaar. Dasa zal duidelijk moeten maken dat Fokker in de toekomst bij de ontwikkeling van nieuwe vliegtuigen in Europa een belangrijke rol kan spelen. Pas dan mag de overheid geld steken in Fokker, en dan hoeft de regering van Mateman ook niet zuinig te doen.
Sinds de overheid in de jaren zeventig tevergeefs honderden miljoenen guldens stak in het scheepsbouwconcern RSV dat later toch failliet ging, is 'verliesfinanciering' een vies woord in Den Haag. Bestuurder Van Bers van de Industriebond FNV meent dat het 'RSV-syndroom' ook de huidige regering nog steeds parten speelt.
En het is waar: sinds het RSV-debâcle is steun aan afzonderlijke bedrijven in politiek Den Haag jarenlang taboe geweest. Pas onder de vorige minister van economische zaken, Andriessen, is schoorvoetend weer begonnen met een wat actiever industriebeleid. Individuele bedrijfssteun mocht weer, zij het alleen aan 'kansrijke' bedrijven. De vraag is nu of Fokker nog tot de kansrijken gerekend mag worden. Voorstanders van steun wijzen er op dat Fokker op de markt voor middelgrote vliegtuigen nog steeds leidinggevend is en dat deze markt bovendien al weer aan het aantrekken is. Verder heeft Fokker z'n produktie de afgelopen jaren verregaand gerationaliseerd, waardoor bij voorbeeld de levertijd voor nieuwe vliegtuigen is terugbracht van 34 naar 9 maanden.
Tegenstanders van steun onder de huidige omstandigheden hameren op de tot-standkoming van één Europese vliegtuigindustrie. Fokker is pas weer steun waard als onderdeel van zo'n industrie, redeneren zij. Makkelijk gezegd, brengen de bonden daar tegenin. Maar alleen vanuit een positie van kracht kan Dasa/Fokker besprekingen met andere Europese vliegtuigbouwers tot een goed einde brengen. Zo lang de concurrenten het idee hebben dat Fokker binnenkort toch niet meer bestaat, zullen zij niet bereid zijn voor samenwerking een prijs te betalen. Eerst steun, dan samenwerking, is het motto.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.