ROTTERDAM - Hij kwam, zag en... overwon! Met Simon Field, de nieuwe directeur die pas een half jaar geleden in functie trad, lijkt het International Film Festival Rotterdam een goudhaantje in huis gehaald te hebben.
Wie met deze 'op en top'-Engelsman praat, stuit in één en dezelfde persoon op de instinctieve filmgekte van de eerste festival-directeur Huub Bals, de cinefiele eruditie van diens opvolger Marco Müller en de innemende sociale vaardigheden van Fields' directe voorganger Emile Fallaux.
Het Filmfestival Rotterdam en de vijftig-jarige Field blijken nu al twee handen op één buik te zijn. Moeiteloos weet de nieuwe directeur de 26ste editie van 'zijn' festival, dat gisteravond met 'Basquiat' van Julian Schnabel begon, in de rijke Rotterdamse filmtraditie te plaatsen.
Zelfs de ultra-moderne nieuwe festival-locatie, het Pathé-theater op het Rotterdamse Schouwburgplein met zijn vele zalen en in totaal 2 700 zitplaatsen, krijgt een geloofwaardige plaats in Simon Fields loflied op het International Film Festival Rotterdam.
Field: “Mijn direkteurschap van het Filmfestival Rotterdam en voormalige werk bij de filmafdeling van het Istitute of contempary arts in Londen hebben veel raakvlakken. Op een grotere schaal doe ik in Rotterdam hetzelfde als ik tot voor kort in Londen deed. De eigenzinnige, tegendraadse en vernieuwende films die ik vanuit Londen in Engeland introduceerde, presenteer ik nu in Rotterdam aan het Nederlandse publiek en de hele wereld.”
“Ik ben pas zes maanden in functie. Toch heb ik al gemerkt dat Rotterdam twee tradities koestert, die mij door mijn werk bij het filmtheater van het ICA erg vertrouwd zijn. Dit festival bedient een groot en enthousiast (Nederlands) publiek en is ook een thuishaven voor onafhankelijke filmmakers uit de hele wereld. Ik ervaar het als een uitdaging die tradities met elkaar in balans te brengen. Dit jaar zijn we daar, denk ik, goed in geslaagd. Naast produkties die een groot publiek aanspreken - 'Crash' van Cronenberg en 'Basquiat' van Julian Schnabel bijvoorbeeld - presenteren we ook veel interessante films waar nog nooit iemand van gehoord heeft.”
“Ook die grote films passen bij de artistieke traditie van Rotterdam. 'Crash' is een uitstekend voorbeeld. Hoewel hij nu commerciële films met beroemde acteurs maakt, blijft Cronenberg volstrekt compromisloos zijn eigen gang gaan. Bij hem vindt er een kruisbestuiving plaats tussen de onafhankelijke en commerciële film.”
“De nieuwe locatie van het festival, het Pathé-theater, vind ik een geschenk uit de hemel. In zaal 1 kun je er kijken naar 'Crash'; in zaal 7 naar een obscuur filmpje van een nog totaal onbekende regisseur.”
“Dat obscure filmpje zou best eens iets te maken kunnen hebben met wat Cronenberg in 'Crash' uitspookt. Ik hoop dat de nieuwe locatie het publiek uitnodigt om van zaal 1 naar zaal 7 over te stappen, om verbanden te leggen tussen de vele verschijningsvormen van het eigenwijze filmen.”
“Rotterdam is een fascinerend festival. Hier kan ik, meer dan in het art-house dat ik in de ICA bestierde, alle vormen die de kunstzinnige cinema op dit moment aanneemt, laten zien en op elkaar laten inwerken. Dat overzicht van alles wat er op filmgebied speelt, stel ik niet alleen samen. Ik profiteer 'sans gêne' van specialisten als Gertjan Zuilhof, Wouter Barendrecht en Tony Rayns, die alles weten over de recente ontwikkelingen in respectievelijk de Europese, Aziatische cinema en Golden Harvest-studio.”
“De dagen dat een festival-directeur in zijn eentje het hele programma kon samenstellen zijn voorbij. De festivals zijn te groot geworden. De kwart miljoen bezoekers die wij dit jaar in Rotterdam verwachten, eisen meer interessante films dan een enkeling in één jaar kan verstouwen. Daar komt nog bij dat alle grote festivals tegenwoordig de wereld afstropen op nieuwe trends en nieuwe namen. Iets werkelijk verrassends haal je alleen nog naar je festival waarnaar je in scouts investeert, die jaren kunnen besteden aan het opbouwen van relaties.”
“Deze ontwikkelingen roepen de vraag op of ook dit festival niet te gigantisch aan het worden is. Misschien moet het allemaal wat kleiner en kwalitatiever. Ik heb daar wel ideeën over, maar daar laat ik me nu nog niet over uit. Dit jaar ben ik, vrij laat, op een rijdende trein gesprongen en heb ik vooral geprobeerd de geest van Rotterdam recht te doen. De tijd voor correcties komt nog wel.”
“Zo is het ook nog een beetje vroeg om al iets te zeggen over de Nederlandse filmsituatie. Sinds ik voor Rotterdam werk, heb ik veel gereisd, in hoog tempo allerlei sleutelpersonen uit de Nederlandse filmwereld ontmoet en me razendsnel ingewerkt in de festival-organisatie. Wat mij toch wel opviel is dat er in Nederland meer films uit meer landen te zien zijn dan in Engeland en dat men hier vaker onbekende, of onderbelichte regisseurs introduceert en thematische programma's aanbiedt. Dat heeft zijn uitwerking op het festival. Mede door dat Nederlandse filmklimaat, is ons aanbod erg gevariëerd, vindt iedereen het vanzelfsprekend dat we talkshows en thema-programma's opzetten en dat we aandacht vragen voor de al bejaarde Franse regisseur Alain Cavalier, de Russische found-foutage-filmer Oleg Kovalov en Jang Sun-Woo, een regisseur uit Zuid-Korea, een filmland in opkomst.”
“Film staat in Rotterdam nooit op zichzelf. Het is er altijd inzet van discussies, reflectie en soldariteit met de filmkunst. Ook daardoor voel ik me bij dit festival als een vis in het water.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.